Angel werd 25 jaar lang misbruikt en mishandeld door haar ouders: ‘Het heeft enorme gevolgen voor je hele leven’

Een aantal jaar geleden kwam Angels het eerste deel uit van Het Duivelskind. Een heftig verhaal over haar verleden. Angel werd de eerste 25 jaar van haar leven misbruikt, vernederd en mishandeld door haar ouders. Gisteren is het tweede deel van haar boek uitgekomen, waarin ze ook de nasleep van haar trauma’s wil laten zien en haar missie wil verduidelijken: ‘Laat je je nooit vertellen dat je uitbehandeld bent, als je dat niet zo voelt’.

‘Mijn eerste herinneringen van het misbruik zijn van lang geleden. Ik was een jaar of drie. Overdag was mijn vader een boze vader. Er was altijd wel iets wat ik niet goed deed. ‘s Avonds kwam hij naar mijn kamertje, dan kleedde hij mij uit en zat hij met zijn vingers aan mij. Dan noemde hij mij zijn kleine meisje of poppedeintje en was hij aardig tegen mij. Op een gegeven moment vond ik mijn incestvader leuker, dan de boze vader overdag. Dat veranderde toen ik een jaar of zes werd en hij ook agressief werd tijdens het misbruik.’

Straffen

”s Nachts kwam mijn vader naar mijn kamer toe. Ik bleef wakker. Als ik hem naar mijn bed zag komen, wist ik al hoe laat het was. Het voelde alsof ik stikte. Je bent nog maar een kind en er ligt een groot lijf op je.

Ik wist ook niet altijd wat ik die dag weer fout had gedaan. Het was willekeur. Een kopje te hard op tafel zetten kon er al voor zorgen dat ik een klap tegen mijn achterhoofd kreeg. De ene keer werd ik misbruikt en de andere keer werd ik in een kast opgesloten. Op de overloop hadden we een diepe kast. Het kon zijn dat hij mij daar een paar uur in opsloot, maar ik heb er ook weleens dagen ingezeten. Of ik kreeg dagen geen eten. Wel kreeg ik altijd boterhammen mee naar school, zodat niemand zou weten hoe ik thuis behandeld werd.’

Dubbele rol

‘De rol van mijn moeder heb ik heel lang als slachtoffer gezien. Mijn moeder deed altijd passief actief mee. Ze wist heel goed wat er allemaal gebeurde. Ze had een dubbele rol, ze keek toe hoe ik werd mishandeld en misbruikt, maar zat ook na school met de koektrommel en thee klaar. Als ik iets overdag niet goed deed, briefde ze dat door aan mijn vader, terwijl ze wist welke straffen ik daarvoor kreeg. In die tijd zag ik mijn moeder nog als een soort van veilige thuishaven. Ik moest iets, je moet als kind ergens houvast aan hebben. Vanaf mijn dertiende deed ze ook actief mee aan de mishandelingen en het misbruik. Vaak hoor je van seksueel misbruik door mannen, maar vrouwen kunnen je wel degelijk verkrachten.’

Geen keuze

‘Op mijn vijftiende heb ik op school verteld van de mishandelingen. Mijn schooldirecteur bleek in zijn vrije tijd pleegouder te zijn. Ondanks alle vermoedens van het seksueel misbruik, werd ik na een maand weer naar huis gestuurd. De vrouw in het pleeggezin ontdekte namelijk dat ik een maand lang ongesteld was en dat is niet normaal voor een meisje van 15. Ook kwam ik in die tijd in het ziekenhuis terecht met erge buikpijn, waar de arts ook zijn ernstige vermoedens had over seksueel misbruik.

Drie maanden later ben ik weggelopen van huis en ben ik in een wegloophuis terecht gekomen. De voogd vanuit jeugdzorg heb ik daar nooit gezien, maar hij is wel wekelijks bij mijn ouders langs geweest. Ik had last van verwardheid, nachtmerries en herbelevingen. Dat is allemaal bij jeugdzorg gemeld, maar zij hebben daar niks mee gedaan, na drie maanden werd ik weer terug bij mijn ouders geplaatst. Ik voelde me wanhopig. Op je vijftiende heb je geen keuze. Vooral als alle volwassenen zeggen dat je naar huis moet. Ik vond dat ik een slecht kind was en straf verdiende.

Toen ik 17 was heeft mijn vader geprobeerd mij pillen te laten slikken en een afscheidsbrief te laten schrijven. Die nacht heb ik weten te vluchten. Ik werd in een internaat geplaatst, maar als je 19 bent laat jeugdzorg je los. Gesprekken heb ik daar wel gehad, maar die stimuleerde contact met de dader. Ik had twee keuzes, op een station op een bankje slapen zonder iets of terug naar mijn ouders. Het is moeilijk uit te leggen, maar voor mijn gevoel hoorde ik nog steeds bij mijn ouders. Ik voelde mij nog steeds dat slechte kind. Na mijn 25ste heb ik alle moed bij elkaar geraapt en met de hulp van de politie voorgoed het contact met mijn ouders verbroken.’

Iedereen wist ervan

‘Vroeger kwam op zondagmorgen de hele familie bij elkaar. Mijn opa en oma, ooms en tantes, nichtjes en neefjes en wij.  Hij mishandelde mij gewoon waar iedereen bij was. Niemand zei wat, behalve mijn oma, die zei nog weleens: “Hij slaat haar nog dood.” Want hij sloeg echt niet zacht. Ik werd in de hoek gezet en daar stond ik dan. Geen enkele volwassene die iets deed. Mijn vader heeft mij ook een keer tegen de grond van de plaatselijke supermarkt aangeslagen, maar niemand die mij hielp

Toen mijn eerste boek uitkwam heb ik een brief gehad van mijn tante, waarin stond dat ze het eigenlijk wel wisten en medelijden hadden, maar ze bemoeiden zich niet met anderen. Later heeft mijn man een oom en tante van mij gesproken, die staan 100 procent achter het boek. Dat zegt voor mij genoeg.’

Dissociatieve stoornis

‘De trauma’s van het verleden hadden veel gevolgen. Niet alleen had ik last van flashbacks en nachtmerries. Ook kreeg ik een dissociatieve stoornis. Vanuit huis kwam ik, vaak op blote voeten en in een pyjama, verward op de straat terecht. Op zo’n moment had ik geen idee wie ik was of waar ik woonde. Ik voelde, praatte en gedroeg mij dan als een meisje van 8 jaar. Daar werd bijna altijd politie bijgehaald. Vanuit het verleden kwam ik dan langzaam weer terug naar het heden.’

Hulp van GGZ

‘Ik heb hulpverlening gekregen van het GGZ. Ik dacht bij mezelf, nu mag ik praten, maar ik moest eerst stabiel worden. Dat lukte me, toen wilde ze de herinneringen die ik had niet meer ophalen. Je kan dingen wegstoppen in laatjes in je hoofd, maar op een gegeven moment is er geen ruimte meer over. Ik ging van crisis naar crisis en kon op een gegeven moment nergens meer naar toe. Ondertussen had ik nachtmerries en herbelevingen. Ik ben naar de huisarts geweest, maar hij zei dat er geen andere hulpverlening was. Vijf jaar geleden zij een psychiater tegen mij: “Dit is je leven, het wordt niet anders.” Drie keer per week zwierf ik op straat, dit kon zo niet langer. Een oud hulpverleenster van mij heeft toen meegekeken naar andere hulpverlening. Dat was mijn redding, want toen vond ik pas goede hulp. Ik ben veranderd. Ik heb GGZ vaarwel gezet en ik heb een andere huisarts, tandarts en hulpverlening genomen.’

Steun en toeverlaat

‘Sindsdien gaat het veel beter. Daarom pleit ik er ook voor, laat je niet vertellen dat je uitbehandeld bent. Er is hulp. Soms moet je ernaar zoeken. Ik heb ook een PTSS-hulphond gekregen. Mijn hulphond betekent alles voor mij. Ik was al 20 jaar niet meer naar de winkel geweest en nu ga ik elke dag met mijn hond. Hij herkent spanning en de dissociatieve stoornis. Ik kom niet meer op straat terecht. Naast mijn hulphond, ontmoette ik op mijn 26ste mijn man. Ik vertrouwde niemand, maar hij heeft altijd het initiatief bij mij gelegd was altijd vol begrip. Langzaamaan ging ik hem steeds een beetje meer vertrouwen. Hij is mijn rots in de branding.’

Acceptatie

‘Het gaat heel goed met me. Ik heb nog steeds PTSS, nachtmerries en een dissociatieve stoornis. Maar ik kan het accepteren en genieten van het leven. Als ik vroeger lachte was dat om sociaal wenselijk mee te doen, nu kan ik dubbel liggen van het lachen met tranen in mijn ogen. Elke dag ga ik met mijn hond door het park. Voorheen richtte ik mijn hoofd naar beneden, maar nu loop ik met mijn hoofd omhoog en zeg ik iedereen gedag. Op de momenten dat ik door een hele lading met bloesembomen loop denk ik: nu ben ik echt gelukkig.’

Voor mezelf kiezen

‘Het is spannend dat er nu weer een nieuw boek uitkomt over mij. Ik heb een missie. Ik wil met het tweede boek de gevolgen laten zien van langdurig seksueel misbruik. Niet alleen de nachtmerries, maar ook de momenten waarop ik voor het eerst weer voor mezelf kies, doordat ik bijvoorbeeld voor het eerst een bloemetjesjurk aan doe als het 35 graden is zonder een dikke legging eronder. Ik verafschuwde mijn lichaam. Ik wilde zoveel mogelijk bedekken. Altijd had ik laagjes kleding aan en vaak ook saaie kleding. Nu heb ik vrolijke prints aan en trek ik aan wat ik aan wil doen. Nog niet zo lang geleden won ik bij de postcodeloterij een Dove pakket, tot dan toe kocht ik voor mezelf altijd hele goedkope shampoo. Ik koop nu ook dingetjes om mezelf te verwennen, dat deed ik vroeger nooit. Het zijn de kleine dingetjes. Daarnaast is mijn missie ook om lotgenoten te laten weten dat je moet zoeken naar goede hulp en je niet moet laten vertellen dat je uitbehandeld bent. Ik hoop ook hulpverleners een spiegel voor te houden, wat kan jij doen om het verschil te maken?’

Ik was het duivelskind

Ik was het duivelskind is verschenen bij uitgeverij Just Publishers en kost 18,99

Lees meer inspirerende boekentips:

Alwin is voor bijna alles bang: ‘Op een gegeven moment durfde ik niet meer naar de wc in mijn eigen huis’

Laura zat 40 dagen opgesloten in een psychiatrische inrichting: ‘Ik heb nu nog altijd hulp nodig om dat trauma te verwerken’

Kyra vluchtte weg met haar kind: ‘Jarenlang was ik bang voor een wraakactie van mijn Iraanse schoonfamilie’