fbpx

Actrice Nadja Hüpscher schreef een boek over hoe haar man kanker overleefde

Foto: Yvette Kulkens

Actrice Nadja Hüpscher (48) schreef een prachtig boek over het proces waar haar gezin doorheen ging toen haar man Sander de diagnose kanker kreeg: Geluk is met een K. Een lang en zwaar traject volgde en toen de kanker weg leek, kwam ie net zo hard weer terug. Het zette hun leven op de kop. We delen een voorpublicatie.

4 december

‘Het is beter als u even langskomt.’

Sander hangt op. We kijken elkaar aan en denken hetzelfde. Langskomen is niet goed. Het is pas acht uur in de ochtend, we moeten nog tot elf uur wachten. In drie uur kan ik heel veel nadenken. Stel dat mijn man doodgaat, red ik dat alleen met de kinderen? Ja, dat red ik. Twee jaar lang huilen, krijg je zo’n moeie rotkop, heel veel moeilijke momenten, nog meer huilen. Maar hij is er dan echt niet meer. Nee, dat kan niet. Rein en Benjamin zonder hun vader, zonder stoeien, zonder iemand die altijd de weg weet. Ik alleen. Nee. Dat red ik niet. Ik wil dit echt niet. En ik heb niet nog een reserveman ergens.

Sander wil eerst op en neer rijden naar Den Haag om een ring op te halen bij een juwelier, een vriend van vroeger. Hij heeft een zaak met deuren die in het slot vallen voor je de volgende door mag en foto’s van Máxima aan de muur. De vorige keer zaten we op witleren banken en kregen we snoep en koffie. ‘Als ik eerst daarheen ga, kom ik de tijd sneller door,’ zegt Sander. Hij heeft een briljant van zijn moeder laten omringen met onze initialen en een hart erin. Ik ben bang dat het een voorteken is, ik zie hem straks wel in het olvg. Ik kan ook niet naar kantoor en gaan schrijven nu. Ik app vriendinnen. Ze zeggen dingen af en komen straks bij ons zitten om de jongens op te vangen. Die mochten toevallig vandaag thuis lunchen, omdat pap niet hoeft te werken. Dat ga ik niet afzeggen.

Het meisje achter de balie van het olvg kijkt ernstig. Op haar trui staat Ohlala. Zijn wij die patiënten die zo meteen zo’n doodvonnis krijgen? Kijkt ze nou medelijdend of is dat haar uitstraling? Ze doet ontzettend aardig. Ze vindt ons vast zielig.

‘Ik moet u even wegen, meneer.’

Wegen?

‘Dat kan hierachter.’

Godver. Wegen, dan ga je zeker dood. Want als je afvalt, dan word je door iets opgevreten.

‘Hoeveel woog u vorige keer?’

‘Vierentachtig kilo,’ zegt Sander laconiek.

‘Dat staat niet op het formulier. Dan kan ik niet zien of u bent afgevallen.’

Achter de balie staat een grote digitale weegschaal. Sander mag in haar kamertje. Ze glimlacht, zo’n glimlach wanneer je stopt voor een moeilijk vooruitkomend ouder mens bij een

zebrapad. Ze weet meer.

‘Dan ga ik even uw bloeddruk meten.’

Sander laat het allemaal gebeuren. Hij heeft perfecte armen. Glad, de goeie dikte.

‘Nou, die is normaal.’

Normaal? Wat is normaal? Gaat hij nou dood of niet?

Het meisje noteert, legt de spullen secuur terug en klapt met haar grote billen hard op de mechanische bureaustoel die ineens een stuk hoger afgesteld staat.

We zitten in de wachtkamer. Kijken naar elkaar alsof we vreemden zijn. Ik kan nu niet bang gaan zitten doen. Ik moet er voor hem zijn. Dat hoor je altijd in fi lms. Ik pak zijn hand, de steen in zijn nieuwe ring fonkelt. Ik zie een kop van de bovenste Margriet: ‘Onthuld, dit is wat alle gelukkige stellen gemeen hebben.’ Ik sla het blad open: ‘Naast communicatie en vertrouwen, hebben ze een gemeenschappelijke vriendenkring en anders kijken ze samen Netflix.’ Ik kijk naar de fijne truien die het modelstel aan heeft. Wedden dat ze op de volgende bladzijde samen thee drinken uit een mok? Ik sla om, het klopt. Ik leg het blad weg. Ik drink nooit thee met mijn man en al helemaal niet uit een mok. En Netflix kijken we meestal apart.

Wat denkt hij nu? Hij glimlacht naar me, stelt mij gerust, laat mij weten dat hij het kan dragen. Wat het ook is. Hoe laat is het, waarom laten ze ons zo lang wachten? Het meisje komt ons halen. Haar trui heeft een vouw, er staat nu lala.

We zitten eindelijk in een kamertje, het jassen ophangen ging in slow motion. De arts lijkt al een eeuwigheid te zitten, ze kijkt op een computer, bereidt zich voor. Als je goed nieuws hebt, zeg je dat meteen. Ze heeft een ernstig gezicht, kringen onder haar ogen, bruin lamswolletje, doktersjas, pen, bril aan touwtje, haar in staart, zilveren oorbellen, eenhoorntjes. Schiet nou op.

‘We hebben de uitslagen binnen. De punctie toont aan dat de tumor kwaadaardig is.’ Dat zegt ze, zakelijk maar toch meelevend. Ze bekijkt ons. Wacht een paar seconden. Hoe komen wij over als stel? Aantrekkelijk? Slim? Doorsnee? Daar is zij natuurlijk helemaal niet mee bezig. Jezus. Ik moet me focussen.

‘U heeft testiskanker.’

Testis, dat zijn toch je ballen, waarom zegt ze niet bal, wat is je testis?

‘De bloeduitslagen zijn verhoogd. De ct-scan toont opgezette lymfeklieren in de hals, tweeënhalve centimeter links. Rechts ook, maar die is niet duidelijk vergroot. Er zijn nog geen uitzaaiingen in de longen of de lever te zien. In de buik zijn ook opgezette lymfeklieren geconstateerd.’

Wat? Ik knijp in zijn hand, kijk naar zijn gezicht. Hij kijkt met zo’n blik van: had ik al wel een beetje verwacht. Tranen springen in mijn ogen. Hij blijft onbewogen.

‘Zit het al in mijn hoofd?’ vraagt hij.

Ik wil hier weg, ik kan dit niet, hij is getrouwd met een tak, daar gaat hij nu achter komen. Ik moet er voor hem zijn.

‘Dat weten we niet,’ zegt ze. ‘Maar het kan snel gaan.’

Maar het kan snel gaan. Maar het kan snel gaan.

‘We weten niet precies hoe ver het al in het lymfesysteem is doorgedrongen.’

Ik probeer mijn hoofd erbij te houden. Hij heeft alles onder controle, lijkt het wel. M’n keel is kurkdroog en praten gaat moeilijk. ‘Waar zitten je lymfen?’ piep ik.

Ze laat een plaatje zien van een torso. Zwarte lijntjes. Onder in de buik en langs de randen omhoog en bij de nek, overal zitten lymfen, je kunt het meteen zien, want ze zijn groen gemaakt.

‘Omdat het al in het lymfesysteem zit, zouden we het kunnen behandelen met chemotherapie. Je zit in fase drie, als het verder is uitgezaaid, is het fase vier. Dat onderzoeken we nog.’

Ze laat weer een stilte vallen. Ze weet dat mensen dit op zich moeten laten inwerken. Hoeveel fases zijn er? Vier toch? Is dit bijna het ergste? Het woord chemotherapie, en dat iemand dat zegt over mijn man, dat is weerzinwekkend. En waarom zegt ze: ‘Zouden we het kunnen behandelen’? Betekent dat dat je het ook níét kan doen, omdat je toch doodgaat? Of willen sommige mensen sowieso nooit chemotherapie en waarom dan niet? Is chemotherapie ook iets waar je tegen kan zijn? Net als tegen vlees eten en botox inspuiten?

Er zijn mensen die met hun eigen concentratie hun uitgezaaide botkanker ongedaan maken, dat heb ik gezien in eendocumentaire. Ze mediteren uren en gaan in hun hoofd elkbotje en spiertje af, elke dag, de hele dag. Die hebben geenkinderen en geen werk, denk ik.

Ik moet geduld hebben, die vrouw kan maar één ding tegelijk zeggen. Clichés zijn waar, kanker krijgt altijd iemand anders. En dan is het gewoon heel erg. Zelf ben je nooit tevreden genoeg, het moet altijd beter en opeens slaat iemand met een hamer op je kop, waardoor je beseft dat je het eigenlijk heel goed had, daarvoor. Je hoort die spreuken alleen pas echt als je midden in de ellende zit, te laat, en daarna vergeet je ze weer.

Het gaat om de jongens. En om ons vieren. We hoefden alleen maar lief te zijn voor elkaar. Dat was het enige. En nu is het te laat. Mijn hoofd tolt.

‘Ik heb best wat gedronken en gerookt in mijn leven. Heeft dat ermee te maken?’ vraagt Sander.

Ik ben er weer bij. Gaat hij nou dood of is het behandelbaar? We moeten alles afzeggen, werk, kerst, en hoe moet dat met de jongens?

‘Dus het is pech?’ hoor ik hem zeggen.

‘Het is domme pech, je doet er niks aan.’

Het leven is een loterij. Nu weet ik het nog zekerder.

‘Je wordt vier keer een week opgenomen, dat zijn zeven dagen achtereen in het ziekenhuis, dag één voorspoelen, dan vijf dagen chemotherapie en dag zeven naspoelen. En na zo’n week moet je steeds twee weken thuis bijkomen.’

Wanneer gaat dit in, wanneer is hij weer beter, wordt hij weer beter, wordt hij ziek, kaal, misselijk, gaat ie afvallen, wordt ie juist opgeblazen, moeten die ballen dan niet nu worden weggehaald? Dus hij gaat niet dood? Ik durf het niet te vragen. Dat weet ze toch niet. Ze weet niks. Weinig in ieder geval. De gynaecoloog zei een keer tegen mij dat ‘ze’ eigenlijk maar 10 procent weten van het hele gebied rondom de baarmoeder. Die kon ook niks beloven toen ik vroeg of ik wel een kind kon krijgen, omdat het niet meteen lukte. ‘Het is een wonder, een bevruchting zonder complicaties,’ zei hij.

‘Maar wat gaat er nu gebeuren?’

‘Dat leg ik je allemaal uit. Je moet alles afzeggen vanaf vandaag. Je krijgt zo een afspraak voor een echo van de testis, je kan ook teelbal zeggen, en dan wordt bekeken of ie wordt weggehaald.’

Misschien zouden sommige mensen nu met een stoel gaan gooien, dat zou ik best willen doen, door deze kamer, maar dat durf ik niet. Straks gaat er iets kapot, en dan moet je het daar over gaan hebben.

Ze kijkt ons rustig aan, het ergste is achter de rug. ‘De eerste kuur zal volgende week van start gaan. We zetten in op genezing.’

We zetten in op genezing. Maar het kan snel gaan. Ik kijk naar de witte muur, mijn hoofd voelt vernauwd. De arts gaat door.

‘Ik moet dit nog vragen: willen jullie nog kinderen, wilt u zaad invriezen?’

‘Nee,’ zegt Sander resoluut, ‘we hebben al kinderen.’

‘Denk daar toch over na.’

‘Dank voor het compliment,’ zeg ik.

‘Dat is het niet. Als je het wil, moeten we daar nu werk van maken.’

‘Of is het voor als wij allemaal omkomen bij een ongeluk en hij ontmoet daarna een leuk meisje, dat hij dan een nieuw gezin kan beginnen?’ Ik kan het niet laten.

‘Nou, dat is voortvarend,’ zegt ze.

We staan op, geven handen, doen lacherig alsof we nu klaar zijn. Alsof het voorbij is. Ik geef Sander een kus, alsof ik afscheid van hem neem. Hij moet nog een paar uur wachten voordat hij naar het volgende onderzoek mag. Hij moet gaan bellen, ik wil naar de jongens.

Geluk is met een K is uitgegeven door Lebowski en kost 21,99 euro. Het boek is te koop via deze link.

Meer powerstories:

Jenne besloot haar depressies te omarmen: ‘Ik zie steeds meer de positieve kanten van mijn bijzondere brein’

Nicolet viel door een koolhydraatarm dieet 25 kilo af en genas zo van diabetes type 2

(Visited 4.433 times, 1 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief