fbpx

Jenne besloot haar depressies te omarmen: ‘Ik zie steeds meer de positieve kanten van mijn bijzondere brein’

Jenne Snijders (42) heeft vanaf haar puberteit last van depressies. Een lange route langs allerlei hulpverleners volgt. Maar hoe meer ze vecht tegen de werking van haar brein, hoe moeilijker het leven wordt. Therapieën lijken averechts te werken. Tot het moment dat Jenne besluit haar depressies te omarmen. Het mondt uit in een filosofisch zelfhulpboek: Maak een feest van je depressie – hoe je licht maakt van je donker. Met haar boek hoopt ze de vele anderen die kampen met depressies te helpen. Voor wendyonline.nl schreef ze haar verhaal.

Zondagavond laat. 
Ik schiet wakker en staar naar de lichtgevende sterretjes tegen het schrootjesplafond. Het voelt alsof een allesverzengende tsunami nadert, wiens komst ik als een sensitief dier voorvoel. Zeer onheilspellend en bedreigend. Ik wacht tot het zwarte, overweldigende verdriet me bereikt dat ik duidelijk in mezelf voel aanzwellen. Ik ben 11 jaar en zit in groep 8.

Naar mijn moeder

Zodra de tsunami me bereikt, begin ik onbedaarlijk te huilen. 
Puur vanuit intuïtie, met mijn hele lichaam heftig schokkend. De tsunami zoekt zijn weg naar buiten. Ik zoek de enige vorm van veiligheid op die in me opkomt, zonder ook maar iets te weten over de oorzaak van dit gevoel of over hoe ermee om te gaan. Ik ga mijn bed uit, trek mijn pluche berensloffen aan en loop de trap af naar beneden, naar mijn moeder. Mijn moeder streelt mijn haar zonder iets te zeggen
. Ze laat me begaan tot het weer over is. Daarna loop ik in mijn eentje de trap op, ga in mijn bed liggen en slaap vrijwel direct.

Spoor ik wel?

Hoe ouder ik word, hoe vaker ik deze buien heb
. Maar waar ik als 11-jarige het verdrietige gevoel nog zonder oordeel over me heen laat komen, verandert dat met de jaren. Er komen negatieve gedachtes bij. Dat heb ik niet goed gedaan. Anderen willen me niet. Ik kan beter weggaan. Ik heb niks te melden. Niemand zit op mij te wachten. Ik deug niet.

Ik begin me af te vragen of ik wel spoor
. Vrienden en vriendinnen lijken geen last te hebben van deze gedachtes en gevoelens. Bij hen lijkt de zon altijd te schijnen. Terwijl het bij mij van binnen steeds donkerder wordt. Er komt schaamte bij. Ik durf tegen niemand te zeggen wat er in me om gaat.

Als ik 15 ben, klopt mijn moeder aan bij de huisarts
.‘Het zullen de hormonen wel zijn.’Mijn bloed wordt geprikt. Geen gekke dingen. Ik schaam me kapot. Ik durf niet te zeggen dat ik denk dat Hitler himself in mijn hoofd woont, die dagelijks zijn felle afkeuring in mijn hoofd opdreunt.

Negatieve gedachten

In de jaren die volgen, krijgt de negatieve stem me steeds meer in de greep. 
Gelukkig ontdek ik mijn expressieve vermogens. Ik creëer als een dolle. Ik schrijf en teken en maak muziek. Dat geeft verlichting. Mensen herkennen mijn creatieve talent en sporen me aan om naar het conservatorium te gaan. Maar de stem blijft.

Na het conservatorium ga ik aan de slag als dirigent en muzikant. 
Ik begeleid repetities van diverse koren en zing de longen uit mijn lijf. Dat doe ik acht jaar lang. Koorleden, luisteraars en vakgenoten zijn lovend over mijn muzikale kwaliteiten. Ik nooit. Hoeveel oprechte complimenten ik ook krijg: ze zijn nooit voldoende om de stem in mijn hoofd te overstemmen. Ik gedraag me belachelijk. Ik stel me aan. Wat een eikel ben ik.

De weinige fijne momenten zijn als ik muziek maak, schrijf of ontwerp
. In het moment denk ik niet. Maar als ik niet creëer, raak ik steeds dieper verstrikt in mijn innerlijke discussies. Het zelfverwijt blijft maar groeien. Waarom denk ik zulke gemene gedachtes? Ik wil niet denken dat ik niet deug. Wat een sukkel ben ik om continu te denken dat ik niet deug.

Ik denk het kleine beetje zelfvertrouwen dat ik heb helemaal aan gort
. Het enige wat ik op den duur zeker weet, is dat niemand op me zit te wachten. De wereld is beter af zonder mij. Ik kap ermee, dien mijn ontslag in bij drie koren en trek me terug in mijn eigen wereld. Ik heb iets op te lossen voordat ik weer naar buiten kan.

Hersenpillen

In de reguliere hulpverlening vind ik niet de oplossing die ik zoek. 
De sessies bij de psychotherapeut leiden wel tot diepgaand inzicht in mijn verleden, maar niet tot vermindering van depressies. Sterker nog: ik voel me alleen maar slechter na onze sessies. Mijn moeder krijgt de schuld in haar schoenen geschoven, in combinatie met mijn genen. Het maakt me nóg machtelozer. Ik heb geen invloed op mijn verleden, mijn moeder én mijn genen.

Dus zit ik op een dag bij de psychiater. 
Als laatste redmiddel. Ver buiten mijn eigen dorp, zodat niemand erachter komt dat ik daadwerkelijk voor gek wordt verklaard. Na een kort gesprekje over mijn tantes die allemaal aan de lithium zitten, schrijft hij me hetzelfde voor. Binnen een kwartiertje sta ik weer buiten met het recept voor de hersenpillen.

Op weg naar de apotheek groeit mijn verontwaardiging
. Hoe kun je zo gemakkelijk hersenpillen voorschrijven die mijn hele zijn beïnvloeden? Zo oppervlakkig wil ik niet omgaan met mezelf. Ik wil een duurzame oplossing. Geen quick fix. Ik haal de hersenpillen nog op, maar zet ze in de kast tussen de blikken erwtjes en soep. Daar staan ze tot op de dag van vandaag.

Deze wereld ziet depressies als ‘fout’

Vanaf dat moment komt de ommekeer
. Het lijkt alsof er plotseling een nieuwe bril op mijn neus staat. Wat als mijn brein precies doet wat het moet doen op basis van mijn verleden, opvoeding en genen? Wat als de oplossing is dat er geen oplossing is?

In de jaren die volgen, groeit de overtuiging dat er niks aan míj mankeert, maar aan de manier waarop we naar depressies kijken. 
Ik zie steeds helderder dat we in een wereld leven die depressies ziet als een fout van de hersenen. Maar wat is normaal? Dat een brein negatieve gedachtes produceert, wil niet zeggen dat je niet spoort. Bovendien hebben heel veel mensen last van depressies. Zijn zij allemaal niet normaal? Of is het vooral niet normaal dat wij de werking van een logisch functionerend brein veroordelen?

Grip op depressies door los te laten

Ik vraag me af of ik een manier kan vinden om mezelf als normaal waar te nemen. 
Inclusief depressies. Dwars tegen de reguliere stroom in. Ik verdiep me in de rol van triggers, die het hele negatieve riedeltje aanwakkeren. Ik zeg tegen mensen die vinden dat ik teveel denk: ‘Misschien denk jij wel te weinig.’ Ik gebruik mijn expressieve vermogens om donkere gedachtes naar het licht te brengen. Ik zie steeds meer de positieve kanten van mijn bijzondere brein. Ik ontdek wonderschone capaciteiten waar een ander stikjaloers op zou zijn. Zoals creativiteit, explosieve denkkracht, scherpe zintuigen en analytisch vermogen.

Mijn kop kan er niet af. 
Dus doordrenk ik mezelf met de filosofie dat niet de negatieve gedachtes voor het probleem zorgen, maar het niet willen van negatieve gedachtes. Elk brein werkt zoals het moet werken. Los van wat de maatschappij zegt, wat de dokter je influistert of wat de geleerden classificeren als hersenfout. En warempel. Gaandeweg de jaren krijgt depressie steeds minder vat. Ik krijg grip door los te laten. Ik kijk meer vanuit het midden.

Ik besluit mijn filosofie vast te leggen in een boek. 
Omdat ik denk dat anderen ook iets kunnen hebben aan een bril waar ze naar kunnen grijpen als het donker wordt. Ik geef het boek de titel Maak een feest van je depressie. Als positief tegengeluid in een wereld die vindt dat depressie weg moet. Met vijf vaardigheden die je kunt ontwikkelen om licht te maken van je donker. Om te leren zeggen: Ik ben oké. Mijn brein werkt normaal. Let it be.

Maak een feest van je depressie is verkrijgbaar bij bol.com.

depressie

(Visited 3.820 times, 2 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief