Interview met Ruud de Wild en Olcay Gulsen: ‘Kanker heb je niet alleen’

In tijden van liefde en corona kreeg kunstenaar/radio-dj Ruud de Wild onverwacht de diagnose kanker. Wat deed dat met hem en zijn partner, Olcay Gulsen? ‘Er is geen “later als ik groot ben” meer.’

Ruud de Wild ziet er goed uit. Blond haar, even weer wat anders, de lach nooit ver weg. Hij weegt ieder woord op een goudschaaltje. Geeft weinig directe antwoorden, koerst op eigen gedachten. Daar zit hij. Hij leeft.

Graaft in het recente verleden: ‘Ik maakte een reeks pos-casts, 30 MINUTEN R AUW, die ik had aangepast voor de week van KWF Kankerbestrijding: 30 MINUTEN RAUW, maar dan met een zwart randje: 30 MINUTEN ROUW. Het was de eerste week van september 2020. Ik interviewde steeds een andere gast, waaronder Simon Keizer. Hij had als vijftienjarige jongen zijn vader verloren aan kanker. In-eens zei Simon: “Eigenlijk vind ik dat iedereen zich steeds moet laten onderzoeken, anders kan het te laat zijn.” Ik begon te denken over wat Simon zei. Geen alarmbellen. En toch. Ik dacht: weet je wat, ik ga toch eens langs.’ Niet eens een stilte. ‘En ineens zit je met de diagnose. Kanker.’

Hoe ging dat dan?

‘Darmonderzoek, biopsie, MRI, CT. Het hele riedeltje. Er gebeurde van alles met me. Ik had dit allemaal niet ver-wacht, ik dacht: joh, ik doe zo’n onderzoekje, loop naar buiten en dat was het dan.’

Olcay zat naast hem. Ze had net een serie voor SBS opgenomen: BN’ers in het Ziekenhuis.Voor iemand die niet tegen bloed kan, was ze razendsnel vertrouwd geraakt met de dans tussen leven en dood, vreselijke beelden, grote emoties. Ruud: ‘Maar ja, ik was wel haar geliefde. Voor haar was het heel naar. Voor mij was het een zegen dat ze net dat programma had gedraaid. Omdat ze in zo’n korte tijd zo veel had gezien, reageerde ze enorm koel en adequaat. Stelde de juiste vragen. Zei de juiste dingen. Dat heeft me echt geholpen.’

Je nam haar meteen mee dus. Voelde je toch iets?

‘Nou… je gaat natuurlijk wel kijken in een gebied waar iets kan zitten. Darmen zijn altijd tricky. Ja, moeilijk dit, ik geef toe dat ik wel het gevoel had dat er ‘iets’ kon zijn. Je weet dat er in de darmen altijd wat te vinden is. Maar het kwam echt wel als een donderslag binnen.’ Olcay: ‘Ik moest huilen toen ik het hoorde. Ik had vooraf juist een houding van: komt goed, joh. Ruud is een beetje een hypochonder. Ik zei: “Joh, fluitje van een cent, dat onderzoek. We gaan straks lekker lunchen.” Maar het duurde zo lang. Ik dacht: dit is niet goed. Kwam hij in tranen naar buiten. Ik schrok me te pletter. Konden we niet weg? Ze hadden het vast tegen de verkeerde mensen. Wij hadden helemaal geen kanker. Toch?’

Vechter

Ruud, dacht je: dit gaat niet over mij, dit moet een vergissing zijn?

‘Nee, ik heb nooit gedacht: waarom ik? Het lijkt wel echt bij mij te horen. Ol en ik zeiden: “Dit kunnen we dan ook weer afvinken.” Dit hoort bij vechten. En vechten hoort bij mij.’ Hij kijkt in de verte. Een grijns, ergens tussen ongemak en verlegenheid in. Dan: ‘Na de diagnose moet je verder. We hoorden meteen: agressieve vorm.’

Hoe reageerde je?

‘Ja, oké wel eigenlijk. Ol zei dat ze niet had verwacht dat ik zo rustig bleef. “Dat jij zo’n vechter bent, joh,” zei ze. Blijkbaar zit ik zo in elkaar. Als het moet, dan moet het. Als ’t erom spant: dan ga ik ervoor. Ik ben geen janker, mijn wereld donderde gelukkig niet helemaal in elkaar. Ik dacht wel: waar gaat dit naartoe? Dat vond ik spannend. Waar ben ik morgen? Hoe moet dat met die scans, waar bestaat de molen uit waarover iedereen het heeft? Kanker is toch iets dat je wel kent, maar nooit zelf krijgt. Tot je het hebt.’ Zijn gezicht klaart op. ‘Maar! Ik ben geopereerd door een van de beste chirurgen. Ik ga verder niet heel erg opschep-pen over hem, anders krijg ik op m’n kop. Hoe dan ook: deze man was mazzel. Jurriaan Tuynman van het VUmc, een held. Hij zei: “Het wordt een heel zware operatie.” Daar had ie geen woord over gelogen. Meteen daarna zei hij: “En de volgende dag trap ik je al uit bed.” Ook dat was niet gelogen. Ik heb vijf hele meters gewandeld, het voelde als drie marathons.’

Je praat er vrij licht over, humor als medicijn?

‘Lachen en liefde hielden me op de been. Ik was rond de operatie zelf niet de allervrolijkste, een beetje down zelfs. Ik viel in die tijd flink af, er was niks meer van me over. Kwam Ol eraan, die schoof zo de lakens opzij: “Laat me eens bij je liggen, want je bent zo dun, daar pas ik wel naast.” Humor. Heerlijk. Hebben we samen de schone schijn opgehouden en in bed filmpjes gekeken. Ze zei: “Ik ben jouw Cliniclowns.”’ Olcay: ‘Jij zei tegen mij: “Je doet alleen maar lief omdat ik kanker heb.” Ik mocht in coronatijd niet bij de eerste operatie zijn. En ik had me helemaal zenuwachtig gemaakt omdat het zo lang duurde. Op een gegeven moment heb ik de auto gepakt en ben ik toch naar het ziekenhuis gereden, om daar verder te wachten. Toen ik je eindelijk mocht opzoeken en vroeg hoe het ging, zei je doodleuk: “Joh, ik heb zo’n leuke dag gehad.” We hebben elkaar erdoorheen geloodst met alle humor die we konden opbrengen.’ Ruud: ‘Weet je, alle clichés zijn waar. Kanker heb je niet alleen. Ol had al die zenuwen, het was natuurlijk best on-heilspellend. Eerst ga je al die trajecten in en het viel steeds tegen. Goed- of kwaadaardig? Kan het uitzaaiingen geven? Al die vragen. Tot Tuynman kwam.’

Wat deed hij precies wat hem voor jou zo goed maakt?

‘Hij was geen voorstander van chemo en bestralingen. Hij zei meteen: “Als ik kan snijden, doen we dat. Radicaal. Maar dan is het wel klaar.” Het lukte hem het tumorgebied te verwijderen. Het was echt een zware operatie, maar zo bijzonder dat er weer een aansluiting gemaakt kon worden op een van de moeilijkste plekken in het lichaam. Het leek onmogelijk, maar het is hem gelukt.’

Wat gebeurde er allemaal in jouw hoofd in die tijd?

‘Ik had een rotsvast vertrouwen in de chirurg en Ol gaf hoop. Maar ik wist ook dat als ik acht maanden later was binnen komen lopen ze hadden gezegd: niks meer aan te doen. Ik was blij dat ik op tijd was, maar de dokter zei: “Op tijd? Je was nog steeds te laat. Maar we gaan het fixen. Jij moet gewoon zonder kanker naar buiten.” En ik moet ook zeggen: de reconstructie die ze in mijn lijf hebben gemaakt is fenomenaal en bizar. Twintig centimeter aan bloedvaten, lymfen en darm zijn er verwijderd.Om terug te komen op je vraag: je moet erdoorheen. Je hebt geen keuze. Maar je bent wel helemaal op jezelf teruggeworpen. Dat revalideren is in het begin echt zwaar. Ol en ik zaten na de operatie in Lausanne en dan was het echt: van een paar kleine stapjes naar driehonderd meter lopen en uiteindelijk zes kilometer wandelen. Stap voor stap. Maar achteraf ging de progressie ook weer heel snel.’ Olcay: ‘Ik zag hem in het begin lopen als een oude man. Aan het eind van de straat al moe. Angstig. Hij had zo lang in het ziekenhuis gelegen dat het voorbijrazende verkeer hem bij de keel greep. Hij kwam van ver, maar stapje voor stapje werd het beter. Zo mooi om te zien hoe die kracht bij hem terugkwam. Ik had altijd een groot vertrouwen dat het zo zou gaan. Ik heb al het nodige gezien en meegemaakt, en ik ben gewend dat – hoe erg het soms ook is – de dingen weer goed komen in het leven. Positief blijven is het enige dat werkt, anders red je het niet.’

Zit er nog angst in je hoofd, Ruud?

‘Ik wil niet stilstaan bij het idee dat het terugkomt. Die kans is ook maar drie procent meer dan bij een ‘gezond’ iemand.’ Olcay: ‘Nee, je haalt nu dingen door elkaar. De kans is twintig procent.’ Ruud: ‘O? Kun je nagaan hoe ik hiermee bezig ben. Officieel ben ik schoon. Maar afgelopen vrijdag heb ik mijn eerste CT-scan alweer gehad. Dat is wel spannend. Om de aantal maanden word ik gecheckt en zal ik dus de zenuwen hebben. Aan de andere kant: als er dan weer wat zou zitten, zijn we er wel heel snel bij.’

De relatie

Pas in maart 2021 maakte hij het wereldkundig. Tot die tijd hadden ze het bewust allemaal stilgehouden om het te kunnen verwerken. Ook niet veel mensen waren ervan op de hoogte. ‘Maar het was wel een heel goede beslissing het uiteindelijk wel te delen. Ik wilde niet voor de rest van mijn leven die zieke man zijn, ik wilde wel gezien worden zoals ik ben – als iemand die vecht. De gedachte aan iemand is altijd de laatste waarheid. Ik had geen zin in dat stigma van: Ruud heeft kanker. Naar woord ook. Iemand als Linda Hakeboom schrijft een dagboek en dat is fantastisch. Als ik dat had gedaan, was dat niet zo goed geworden. Niet zo geloofwaardig. Ik had voor mijn operatie natuurlijk al wel snel mijn familie en beste vrienden ingelicht. Mijn letterlijk oudste vriend is ook mijn tandarts en iedere keer als ik naar hem toeging was het een drama van mijn kant, ik vermoedde altijd vreselijke dingen en het viel altijd mee. Dus hij maakte meteen de grap: “Hè, hè, eindelijk kanker.” Hij had het zelf gehad en dat hielp mij enorm, hij kende alle trajecten al zo. Dat relativerende werkt bij mij goed. Ik ben van die hypochondrie nu ook wel af.’

Zijn Olcay en jij elkaar leuker gaan vinden, want eigenlijk wilden jullie je relatie heel rustig opbouwen en ineens word je geconfronteerd met kanker.

‘Ol en ik zijn elkaar wel leuker gaan vinden, ja. Bij ons past het om een relatie te beginnen die moet groeien, we zijn ook niet hard van stapel gelopen, hebben elkaar langzaam leren kennen. Maar als je in een traject als dit komt, gaat het natuurlijk ineens wat sneller. Alles is rauw. Ik heb een litteken voor het leven gekregen, maar een litteken kan mooi zijn. Je vergeet de pijn, maar de gebeurtenis nooit. Als je daar samen goed doorheen komt, is er al snel een basis. Je leert elkaar zo goed kennen, niets is onecht. Alles is afgepeld. Wat ik steeds zeg: het was lachen en liefde, die twee hielpen mij enorm. Gek genoeg werd het ook een mooie en emotionele periode. De lucht in mijn kamer in het ziekenhuis rook niet echt naar viooltjes. Daar moest Ol elke keer doorheen.’ Olcay: ‘Ook al had je een definitief stoma gekregen, ik was toch wel bij je gebleven. Maar het was wel goor, ja. Maar zelfs dat vond ik geen afknapper.’ Ruud lacht: ‘Dan zei ze na die operatie: “Het was niet moeilijk jou te vinden, ik ging gewoon op de geur af.” En toen ik aan het infuus moest, waar ik absoluut geen fan van ben, zei ze tegen de zuster: “Prik er even twee keer lekker naast.” Maar wat ze ook deed, was mijn favoriete broodje in mijn favoriete broodjeswinkel kopen, omdat ik zo afviel.’

Olcay, waaraan merkte jij dat jullie relatie in die snelkookpan groeide?

‘Nou, ik kan me best voorstellen dat mensen ervan weglopen als de partner ernstig ziek wordt. Dat je dat niet trekt. Ik voelde alleen iets heel anders: ik ga jou hier doorheen loodsen. Ik dacht altijd dat ik iets egoïstisch had, egocentrisch was. Ik kwam er nu achter dat dit helemaal niet zo is. Dat verzorgende, dat onvoorwaardelijk er voor iemand zijn, had ik mezelf niet toegedicht. Maar het was er. Vanzelfsprekend. Natuurlijk ging ik deze man verzorgen.’

Is er iets in jullie relatie veranderd?

Ruud: ‘Dit klinkt gek, maar we gunnen elkaar nog meer de ruimte dan we al deden. Dat is voor mij liefde.’Olcay: ‘O, maar ik heb van jou altijd die ruimte, die vrijheid gevoeld. En jij bent erg met je kunst bezig, dan bel ik je bewust een dagje lekker niet. Zo hoort het ook.’ Ruud: ‘Ik vond haar al de leukste vrouw, maar nu zag ik haar in een dimensie die ik nog niet van haar kende. Dat ze zó lief was en zó’n tijger. Wat mij zorgen baarde, was het idee dat ik er niet goed uit zou komen en dan… Voor haar, snap je? Dat was mijn grootste angst. Twee jaar geleden is haar beste vriend op jonge leeftijd overleden. Dat was een behoorlijke klap voor haar. Ik dacht: kut als ik het niet haal. Arrogant, hè? Maar dat schoot door me heen.’ Olcay: ‘Ik ben met hem gaan vechten, zij aan zij. En ik zag hoe hij zijn rug rechtte, ook voor zijn kinderen. Hij was bezorgder om hen dan om zichzelf. Steunde ze. Hield zich goed voor ze. Ik had altijd een beeld van hem: de grote dj die het moeilijk zou vinden zichzelf niet op één te zetten. Dat beeld is compleet veranderd. Hij was de man die zijn kinderen troostte. En die naar mij toe heel afhankelijk en heel lief was. Een softie. Dat vond ik heel leuk. Zoals ik het ook heel fijn vind dat hij nu alweer een grote mond heeft. Uiteindelijk wordt alles weer normaal.’

Waarin school de tijger in Olcay?

Ruud: ‘Heel charmant, bijna zonder woorden, ijzig kalm, dwong zij af dat alles goed werd geregeld en goed werd uitgelegd aan ons. Ik zag toen echt: die heeft een groot bedrijf gerund. Hands-on. Geen gelul. Ik heb altijd even nodig om alles te kunnen overzien. Die tijd neemt zij niet. Ol overziet alles meteen. Een heel mooie eigenschap.’

Je zei net: ergens was het ook een mooie tijd.

‘Ja, omdat we beiden wisten dat het rechtsom of linksom goed zou komen. Alleen de complicaties waren jammer. Ik kreeg na de hersteloperatie een bloeding en zakte in elkaar. De brandweer moest komen om me uit huis te takelen. Daar weet ik niks meer van, maar Olcay schrok daar wel heel erg van. Het was gewoon domme pech.’

Duizenden kaarten. Postzakken vol. De radio-dj werd er verlegen van, zo leefde het land met hem mee. ‘Bizar. Ik heb er weken over gedaan alles te lezen, ik vond het oneerbiedig dat in één keer te doen. Als dj heb je nooit dat contact met luisteraars, en ineens komen ze allemaal min of meer bij je binnen. Al die kaarten, brieven, verhalen. Veel herkenning natuurlijk. Mensen schreven over wat ze zelf allemaal meemaakten. Echt: indrukwekkend. Hartverwarmend.’

Wat gaf deze krankzinnige periode jou verder nog?

‘Toch ook wel een les. Ik zei altijd: “Later als ik groot ben, wil ik een huis in de zon.” Ineens besef je: het is al later en ik ben al groot.’

Haast?

‘Ja, ineens krijg je haast. Ik moet Ol nog wel overtuigen…’ Olcay: ‘Nee hoor, helemaal niet.’ Ruud: ‘O, dat is fijn.’

Heb je concrete plannen die nu wat sneller moeten?

‘Ik twijfel nog wel een beetje, een huis in Frankrijk of Italië? Ik vind Frankrijk als land mooi, maar de mensen in Italië vind ik mooier. En aan de andere kant wil ik ook wel steeds reizen naar een andere plek. Ik ben nog nooit in Azië geweest. Ook weer altijd gedacht: komt wel, later.’ Olcay: ‘Soms merk ik dat wel aan hem, dat ie meer haast heeft. Dan zeg je ineens: ik ben zo bang dat het anders niet meer kan. Maar het kan, hè, het kan gewoon.’ Ruud: ‘Ja? Ja… je hebt gelijk.’ Olcay: ‘Was je bang dood te gaan?’Ruud: ‘Ja, toch wel. En als je dan weet: hey, toch niet, heb je wel meer iets van: laten we de dingen nú doen.’

Zijn je zintuigen ook anders gaan werken?

‘Zeker. Mijn grootste geluk bestaat er ineens uit dat ik een setje heb aangeschaft voor ons balkon. Een paar stoelen en een bank. Ik geniet me gek. En als ik ’s ochtends wakker word en de barista in mij ontwaakt, vind ik die tien minuutjes samen koffie drinken wel heel gezellig. Geuren, geluiden, eten, daarvoor de tijd nemen, dat is wel even wat intenser geworden allemaal. Daar zit veel geluk in. En aan de andere kant heb ik een korter lontje gekregen voor gezeik. Ik had er al een bloedhekel aan, maar als nu iemand begint over vage coronaklachten of zo, denk ik wat sneller: houd je mond joh, het zal. Niet dat ik het langs de meetlat van mijn ziekte wil leggen, hoor. Sterker, dan vertelt Ol weleens over die verhalen uit het ziekenhuis, dat er niks meer te redden valt. Ja, jongens, dan mag ik God op mijn blote knietjes danken. Als ik straks alles achter me laat omdat al die checks en controles goed zijn, kom ik toch maar mooi met de schrik vrij.’

Dit interview verscheen eerder in de zomerspecial van Wendy

Lees ook deze interviews uit de zomerspecial:

Interview met Wendy over haar weg naar een gezonde leefstijl en gezond leven met haar gezin

Zonder jou. Annemieke verloor haar man Remco bij een auto-ongeluk in Italië: ‘Remco is letterlijk met een grijpmachine uit ons leven gerukt’

Neem een abonnement op de Wendy-specials

Vier nummers voor € 17,50 

De Wendy-specials verschijnen vier keer per jaar, in elk seizoen 1. Wil jij ook geen nummer meer missen? Neem dan nu een jaarabonnement en ontvang 4 x de Wendy-special voor € 17,50. Losse nummers kosten € 5,99. Klik hier om een abonnement af te sluiten.

vitamine b12