fbpx

Fien Vermeulen over samen zijn met haar moeder bij kanker

Toen Fien Vermeulen, radio presentatrice bij Qmusic, zelf kanker had, was haar moeder er altijd, elk moment en elke stap. En nu is Fien er voor haar moeder, die borstkanker heeft. Fien schrijft als WENDY-expert elke twee weken een verhaal over gezondheid, geluk en survivallen, het verhaal van vandaag heet Samen. Even leken ze namelijk samen kanker te hebben, maar na een paar positieve uitslagen gaan Fien en haar moeder gelukkig weer samen de toekomst in. 

Het is 9 december, 2012. Een rilling loopt over mijn rug. Mama trekt mijn muts verder over m’n kale hoofd en helpt me in een rolstoel. De wielen denderen over het paadje naar de Spoedeisende Hulp in de Lichtenberg. Het oude ziekenhuis slaapt al. De tl-verlichting steekt kil af tegen de zwarte decembernacht. In de wachtkamer tilt mama me op een stoel. “Fien Vermeulen, ze kreeg koorts vannacht na de chemo van vanmiddag”, hoor ik haar zeggen terwijl ze naar me kijkt. Haar stem trilt, ze is moe en bezorgd. Kotsmisselijk en zwetend hang ik in het houten stoeltje. De zitting doet pijn aan mijn botten. Mijn ogen rollen in hun kassen. Keep it together. “Wanneer is ze aan de beurt?”, mama wordt onrustig. “Het gaat wel”, fluister ik. Ze heeft tranen in haar ogen.
De wachtkamer lijkt een tombe. Grijs en zonder ramen. Mama wijst me op een piepklein schilderijtje. Zo’n goedkoop canvas doek van de Action met bloemen in gietertje. Het hangt scheef. Ik tel de kleuren en de bloemblaadjes, focus me op iedere centimeter. Zit daar nou een beestje? Langzaamaan lost de grauwe kamer op en vergeet ik dat de stoelleuning een blauwe plek maakt op mijn arm. Een klein, kleurrijk stukje op de muur. Dat is het enige wat overblijft.

Mama. Ze was er, elke stap, elk moment. Alles deden we samen in mijn kankertijd, en daarna. Zij is nog steeds bij al mijn controles, zij is de eerste die ik bel als ik twijfels heb, of als er iets te vieren is.

Samen door de coronatent

Samen. Het is 6 april, 2020. We lopen samen door de coronachecktent het ziekenhuis binnen. Natuurlijk is zij er, nu ik vorige week gehoord heb dat mijn arts zich zorgen maakt omdat mijn bloedwaardes niet goed zijn. Er is een vervolgonderzoek nodig. ‘Mevrouw Vermeulen?’, vraagt de verpleegster bij de controlepost. ‘Ja’, zeggen we allebei. We zijn hier samen, en alleen. Mijn mama heeft borstkanker, en nog geen 4 uur nadat ik hoorde dat mijn uitslag niet klopte, kreeg zij te horen dat het erop of eronder wordt. De amputatie is goed gegegaan, maar er zijn ook uitzaaiingen weggehaald. Als uit de nieuwe PETCT-scan blijkt dat er nog meer zitten, is het einde verhaal. Zaten we dan met z’n tweeën, angsten voor elkaar, angst voor onszelf, voor papa en voor mijn zus Dorka. Samen de uitslagen door nemen, van de ene paniek in de andere.

Ze is gespannen, maar zegt niks. ‘Ik blijf bij je zitten, net zo lang tot je opgehaald wordt’, zeg ik tegen haar. Ik ken haar angsten, haar verdriet, de zorgen die ze zich maakt om mij en de constante strijd om zichzelf te blijven. Zij kent mijn machteloosheid, de bloedverziekende wil om het goede te doen, de strijd tegen de stem in mijn hoofd. Gek genoeg, zijn we theoretisch nog nooit zo samen geweest. En toch voelt het niet helemaal zo.

Samen. Wat is dat gek. Toen ik klein was, wilde ik alles met haar samen doen. Ik slaap nog steeds graag bij haar in bed, gewoon omdat het zo fijn en gezellig is af en toe. Ik wil altijd alles met haar delen, maar deze week is het teveel en ik weet niet meer hoe. Ik wil niet dat ze aan me vraagt hoe lang een PETCT duurt. Ik wil niet dat ze zegt: het komt wel goed met ons. Ik wil niet samen, samen naar het ziekenhuis. Ik ben 28 jaar, en ik wil gewoon mijn moeder. Mijn gezonde moeder.

Leuke dingendoosje

Hoe steun je eigenlijk iemand, als je zelf zoveel angsten hebt? Ik bedenk me dat mama dit eigenlijk ook gehad moet hebben toen ik ziek was. Misschien niet de angst dat ze zelf ziek zou zijn, maar wel de angst dat ik dood zou gaan. En toen lukte het haar ook. Ik probeer terug te denken aan wat zij voor mij deed. Mijn lievelingseten koken, mijn vriendinnen uitnodigen als ik dat zelf even niet meer kon, een leuke dingendoosje maken; met briefjes erin waar op stond wat ik leuk vond, zodat als ik het even te zwaar had, ik niks meer hoefde te bedenken maar gewoon iets kon gaan doen. Gewoon blijven vertellen over waar zij zelf mee bezig was, zodat ik me niet afgezonderd voelde van de wereld die iedereen alleen om mij en mijn kanker wilde laten draaien. Me afleiden in de wachtkamer.

Veel foto’s maken

Ze kijkt om de 20 seconden op haar telefoon hoe laat het is. Bij elk geluid dat uit de gang komt waar de dokter uit kan komen om haar infuus aan te leggen, schrikt ze. ‘Kijk nou, ze hebben nieuwe schilderijen opgehangen’, zeg ik tegen haar. ‘Zullen we een foto maken voor het fotoboek?’. Ze staat op, blij dat er iets te doen is. Op anderhalve meter blaas ik haar een kusje, met het bloemetjescanvas op de achtergrond. Ik had al aan haar gevraagd hoe ik haar kon steunen, bedenk ik me. Veel foto’s maken, zei ze. Daar hadden we van geleerd bij mij. Door die foto’s kun je later terugkijken en zien wat er veranderd is. Het zijn niet de mooiste, maar het zijn wel plaatjes die niet alleen nu, maar zeker later van waarde zijn. Vaak denk je er op deze momenten niet aan om foto’s te maken, en voelt het ook gek. Toch doen we het. Het helpt om als jezelf verder bent, of degene om wie het gaat weer verder is – of juist helemaal niet, dingen te verwerken. Stil te staan bij hoe het was, wat er gebeurd is, en waar je dan staat. Te kunnen rouwen om was wat, lief te kunnen hebben wat is en verleden van heden te kunnen onderscheiden. Ook als het zo anders is gelopen dan je had gehoopt. ‘Ik zie je straks mama’, zeg ik tegen haar terwijl ik haar uitzwaai en naar mijn eigen poli loop.

Samen ex-patient

Samen, alleen. Dat is misschien de truc. Het is 8 april, 2020. We hadden dit nooit willen delen en toch ben ik zo dankbaar dat het kan omdat mama het goede voorbeeld geeft. Het was lastig om samen in onzekerheid te zitten en toch bleef ze zichzelf, zoals ze ook graag wil. Een mama voor mij en Dorka, een oma, een echtgenote, een zus en een vriendin, terwijl al die rollen een andere betekenis hebben gekregen. Samen krijgen we één voor één de telefoontjes. Ik ben toch wel 7 jaar schoon. Mama heeft geen verdere uitzaaiingen dus ze gaat een jaar onder behandeling, maar wel om beter te worden. We blijven dus samen, maar we hebben wel ieder een eigen pad waarop we elkaar kunnen steunen. Hopelijk zijn we over een jaar samen ex-patiënt.

Lees ook:

Fien Vermeulen nieuwe inspirator voor Wendy online!

Dit voorjaar verschijnt het boek van Fien” Hoe word ik een Survivor…wat een schijtwoord.

Volg ook het inspirerende instagramaccount van Fien.

View this post on Instagram

Morning 💛 Mijn mama wordt vandaag in haar eentje wakker na haar operatie in ons ziekenhuis. Gisterochtend hebben papa, zus en ik haar uitgezwaaid. Geen knuffels, geen kusjes, minimaal een paar meter afstand (papa als uitzondering); maar wel een spandoek, kaartjes die we hadden gemaakt en een tekening van Jette. Liefste mama, wat is het een bizarre tijd. We mogen niet bij je op bezoek komen, dat vind ik heel erg. Gelukkig weten we dat je in de beste handen bent. Hoe gek is het dat het liedje dat ik een paar weken geleden met Keizer schreef, eigenlijk ook voor jou was? Het maakt me blij dat jij er iets aan hebt. Een dikke shoutout naar jou. Daarnaast ook naar alle andere mensen die nu alleen in het ziekenhuis liggen, naar alle dokters, verpleegkundigen. Naar iedereen die zo goed voor onze geliefden zorgt als ze waar dan ook geen bezoek kunnen ontvangen. Soms schieten woorden tekort, en je hart krimpt ineen. Je voelt je dan eenzaam, maar je bent nooit alleen. Het regent vast snel weer zonnestralen 🌟 #FienFamilie #HoeWordIkEenSurvivor #hetregentzonnestralen

A post shared by Fien Vermeulen (@fienvermeulen) on

 

 

(Visited 3.696 times, 1 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief