Fien Vermeulen nieuwe inspirator voor Wendy online!

Fien Vermeulen (28), radio presentatrice Qmusic, hoorde in 2012 dat ze non-Hodgkin had, een vorm van lymfklierkanker. Ze overleefde en wil mensen nu inspireren op het gebied van geluk, doorzetten en zelfreflectie. We zijn dan ook superblij dat Fien vanaf nu elke twee weken over deze thema’s gaat schrijven voor wendyonline.nl. Om af te trappen publiceren we haar persoonlijke verhaal dat eerder verscheen in ons magazine

‘Ik weet nog steeds niet wat normaal is. Een week gewerkt, gewinkeld, gestapt, gedronken, gevoetbald, wanneer word je normaliter moe? En wat zegt die vermoeidheid dan?
Maar als jij me vraagt: “Ben je nu al bijna zeven jaar schoon?”, moet ik even rekenen in mijn hoofd. Daaraan merk ik dat die heel diepe angst van het begin aan het weggaan is. Toen telde ik de uren, de dagen, de weken, de maanden. Toen dacht ik: deze angst zal altijd zo diep in mij blijven zitten. Rond controles was het helemaal heftig. Die diepe angst is weg. Ik test mijn lichaam de hele tijd door. Meedoen aan Expeditie Robinson heeft me daarbij enorm geholpen. Dat was een permanente, ultieme graadmeter. Ik merkte dat mijn lichaam eerder dingetjes had, maar ik kon goed meekomen en dacht vaak: wooh, ik kan wat jullie ook kunnen. Dan schoot door mijn kop: hey Fien, je bent echt weer normaal. En dat is voor mij dus heel bijzonder. Ik vertrok van de expeditie met een longontsteking en met maden in mijn been, maar ik was zo trots op mezelf. Ja, Fien Vermeulen, een paar jaar geleden dacht je nog dat je doodging en nu zat je de gekste dingen te doen in Robinson. Met dat lijfje van 1 meter 58 had ik me er toch maar doorheen gevochten. Dat vond ik wel heel cool.’

Eenzaam

‘De vraag “Wat is normaal?” is voor mij een eeuwige struggle. Ik weet niet meer wat dat is. Er is een leven voor de kanker, een leven tijdens de kanker en een leven na de kanker. Ik ben mijn kaders kwijtgeraakt. Toen ik genezen was van non-Hodgkin, vertelden de dokters me bij de laatste check dat ze heel slecht nieuws hadden. Uitzaaiingen. Het was gebeurd, het was gedaan. Een weekend en wat weekdagen was ik in de wetenschap: ik ga nu dood. Dat was gestoord. Ik had het opgegeven, moest het accepteren, was mijn spullen al aan het verdelen. Je bent dan niet alleen, maar voelt je zo eenzaam. En ineens zeiden ze: gelukkig, loos alarm, het is slechts een virus. Je bent beter. Ineens sta je weer vol in je twintiger jaren. Nee, dan weet je dus niet meer wat normaal is.
De enigen die dit volledig begrijpen, zijn mijn kankervriendinnen. Mijn lotgenoten. Met hen praat ik over alles, vanuit een gemeenschappelijke deler: wij worden allemáál na een avondje stappen heel moe of ziek. We leven met elkaar mee, maar hoeven niks aan elkaar uit te leggen. Dat is heel fijn. Want wij weten niet hoe het leven is als je geen kanker hebt gehad. Daarbuiten voel ik nog steeds soms die eenzaamheid omdat ik als ex-kankerpatiënt tegen dingen aan loop waar ik alléén tegenaan loop. Dat klinkt misschien dramatisch, maar zo is het wel.
Ja, die rol van je hersenen… Ik verwarde “sterk zijn” met positivisme. Sterk zijn is óók: je aanpassen aan de situatie. Het is heel eng als je dat niet kunt. Ik was zo bang negatieve gedachten toe te laten. Ze zeiden het allemaal: “Fien, jij bent zo positief en als jij zo positief blijft, word je beter.” Ik durfde niet eens verdrietig te zijn. Ik dacht: niet opgeven! Anders ga ik dood. Maar weet je, die shit moet gewoon uit je lijf. Dat is geen kwestie van alleen maar positief zijn, dat is ook: gewoon gezond leven.
Ik houd nu lezingen en mijn eerste zin is: “Hoe word ik een survivor.” Mijn tweede zin: “Survivor, dat is dus het grootste kutwoord dat er is.” Het overleven van kanker heeft niks heroïsch. Kanker is een les in nederigheid, in bescheidenheid. Ik ga een boek schrijven met de titel Survivor, wat een schijtwoord.’

Strohalm

‘In je hersenen, in je kop, is het een voortdurende strijd om dat lichaam weer te vertrouwen. Aan de ene kant ken ik periodes waarin ik volop uitga, drink, geen groente eet, te hard werk. Aan de andere kant schoot ik na het nieuws dat ik kanker had heel extreem door. Ik had bijna een eetstoornis, omdat ik alleen maar groente zat te knagen. Iedere strohalm wilde ik pakken. Nu moet ik dus al jarenlang terug naar “gewoon”, naar “normaal”. Ik dacht in het begin dat ik overal kanker van kreeg, dat wordt je ook wel hartstochtelijk verteld op het nieuws en in de kranten, je mag niks, overal ligt het gevaar op de loer. Je wordt gek van de tips, de bedreigingen, de onzin. Het gaat er dan om dat je het jezelf niet meer aandoet alles tot je te nemen. Mijn grootste gevaar is dat ik overal in doorsla. Ik ging nadat ik beter was verklaard, met ieder klachtje naar de dokter. Nu denk ik: oké, ik kuch, ik hoest slijm op. Dat idee van longkanker is er wel, maar vertrekt ook weer snel. Ik heb ook PTSS gehad, de shock van toen: ziek, dood, beter, gewoon weer verder leven, die was te groot.’
Het zijn twee spiralen, die van het hoofd met het rationele verhaal en die van het lichaam met het gevoel. Die horen als twee cirkels op elkaar te liggen, maar dan krijg je kanker en gaan die cirkels uit elkaar. Op de Intensive Care kreeg ik eczeem, ze hebben zich gek getest waar dat nou vandaan kwam. Toen bleek dat mijn hoofd dat eczeem aan mijn lichaam had gegeven. Zo gestrest was ik. Bizar. Ik heb het er letterlijk op gedacht. Toen ik rustiger werd, vertrok het eczeem ook weer.

Balans

‘Ik heb mijn psycholoog nog steeds nodig. Hoe kan ik verder leven met al mijn situaties? Mensen zeiden al heel snel tegen mij, toen ik beter was: “Nou, jij zult nu alles wel heel bijzonder vinden. Van alles extra genieten!” Dan dacht ik: laat mij maar eerst alles weer eens normaal vinden. Dat je de eerste keer na het goede nieuws op het strand loopt en de regen op je gezicht kletst, het in je schreeuwt: wow, ik ben alive! Tuurlijk, dat cliché klopt. Maar normaal is dat niet. Normaal is dat je denkt “wow, ik ben alive” als je op Ibiza staat te dansen en allemaal knettergekke dingen om je heen ziet gebeuren.
Het probleem is dat ik altijd van de pieken in het leven ben geweest, dat ik altijd al bijzonder tot normaal had verheven. Mijn psycholoog zegt weleens: “Het hoeft niet altijd met felle kleuren, grijs mag.” Nou, dat vind ik niks. Kijk mij nou! Ik heb nu zo’n mooie carrière bij de radio. En zes jaar geleden ging ik dood. Begrijp je? Dat “alles of niets”-gevoel zorgt er juist voor dat ik zoveel mooie dingen meemaak! Maar het is soms ook een vloek. En ik snap heus wel: het hoeft niet altijd op leven en dood te zijn. Rust is ook goed. Maar hey! Ik heb een theepot nu. Mijn lieve moeder kwam ermee, een blauwe van Le Creuset, echt prachtig. Drie minuten rust, lekker theedrinken, liggend op de bank, dat vind ik nu heel cool. Dat zijn voor mij de grote momenten. Waanzinnig.
Het draait allemaal om balans en weten wie je bent. Ik ben altijd van de extremen geweest en uiteindelijk moet je accepteren hoe je bent. Het paste ook zo bij mij dat ik kanker kreeg. Een andere ziekte was ook erg geweest, maar natuurlijk moest ik opgegeven zijn. Ik moet mezelf nu leren dat als ik grip op mijn lijf wil houden, er keuzes zijn die dat extreme wat uitschakelen en balans brengen. Je kunt ook tijdens het stappen niet drinken of een beetje drinken, je kunt ook gewoon lekker dansen. Het hoeft niet altijd verder-verst. Daarin heb ik inmiddels heel grote stappen gezet. Ben ik super blij mee. Dat is ook weer fijn: áls ik blij ben, ben ik meteen heel blij.’

Dit voorjaar verschijnt het boek van Fien: ‘Hoe word ik een Survivor.. wat een schijtwoord’

Volg ook het inspirerende Instagramaccount van Fien

https://www.instagram.com/p/B98kERPlimn/

Lees ook deze inspirerende verhalen:

Paarden hielpen Angelic te helen van haar jeugdtrauma

Claudia verloor 39 kilo en transformeerde in een zelfverzekerde vrouw

Wendy’s winactie krijgt een bijzonder vervolg: parfum voor Sanne van 19 die besmet is met het virus Corona