Fien over waarom je niet meteen doelen moet verbinden aan je dromen

Nieuwslezeres Fien Vermeulen werd opgevoed met het idee dat je moet geloven in je dromen en dat alles in principe mogelijk is. Het bracht haar veel: van mooie reizen tot een baan als nieuwslezeres en een boek, maar dat najagen van dromen heeft ook een keerzijde. De dromen werden doelen op zich en de high van het bereiken van het doel werd steeds kleiner, merkte Fien. Daarom heeft ze een nieuwe: dromen zonder doelen.

Een kind van dromers. Zo zou ik mezelf omschrijven. Vooral papa heeft me altijd geleerd dat wat je ook maar bedenkt kunt bereiken. Het belangrijkste daarbij: mijn beide ouders hielpen mijn zus en mij bij elke stap. In alles werden Dorka en ik ondersteund. Als we maar een plan hadden, hard wilden werken en zelf ook investeerden, dan was alles in principe mogelijk. Niet dat mijn ouders al het geld van de wereld hadden hoor, maar ze verzonnen gewoon voor elke droom een weg. Inspirerend vond ik dat. Veilig, eindeloos. Een wereld die aan je voeten lag, zolang je van je dromen maar doen bleef maken. Een mindset die ik me meer dan eigen heb gemaakt. Maar zoals bij alles in het leven, had die positieve kant van de weegschaal ook een downside. Die leerde ik later pas.

Mijn vader is een kind uit een groot gezin. Zes broers en een zus. Zelf zat hij in de middenmoot. Een kind van een ondernemer: Drukkerij Vermeulen. Zijn vader, mijn opa, was een stille, strenge man. Liefdevol, maar in weinig woorden. Mijn oma overleed toen papa 16 jaar oud was. Hij, zijn broers en zus – ze hadden geen idee dat ze kanker had, dat was doodgezwegen. Uiteindelijk letterlijk. Op een dag werden ze wakker en was zij er niet meer. Het was een van de laatste dagen dat er over gesproken werd. Ook een van de eerste dagen dat mijn vader introverter werd. Opa had het zwaar met het verlies, het runnen van zijn bedrijf, een huishouden en de zorg voor zeven kinderen. Zeven jonge mensen met allemaal eigen dromen die ze na wilden jagen. Dromen waar ze over wilden praten, filosoferen, waar ze een vader bij nodig hadden. Alleen was die vader, ook een moeder, een schoonmaker, scheidsrechter, baas en noem het maar op. Er was dus weinig tijd voor het individueel supporten van dromen van al die jonge mensen. Het resulteerde erin dat mijn vader zelf regelde dat hij op karate ging, een bandje begon, gitaarlessen nam en ging studeren – maar daarover meedenken of er deel van uitmaken, dat lukte opa niet. Papa vertelt me nog steeds hoe mooi hij het vond dat opa één keer is komen kijken bij een van zijn sportwedstrijden. Op zijn 17e verhuisde papa vanuit een klein West-Brabants dorpje naar Amsterdam. In zijn eentje, zijn eigen dromen achterna de wijde wereld in. Daar besloot hij dat hij het bij zijn kinderen anders wilde doen.

Dromen waarmaken

Kampioen paardrijden, judoka, drummer, alle deltawerken af, even in het buitenland wonen, naar dezelfde universiteit als Dorka, reizen, cum laude afstuderen, een baan als nieuwslezer bij het journaal, mijn idolen ontmoeten, een boek schrijven – alle dromen die ik had, streefde ik na met papa aan de zijlijn. Overal was hij bij en ik bleef maar nieuwe doelen stellen. Hij vond het prachtig om te zien dat ik alles achterna ging wat er in mijn hart en hoofd paste, ik vond het waanzinnig dat hij bij elke stap naast me stond. Klaar om me op te vangen als ik viel, de doelen bij te stellen, samen te genieten en de resultaten te vieren. Klinkt fantastisch en dat was het vaak ook, en toch zit er ook een andere kant aan.

Mijn valkuil die ik ontwikkelde in mijn zeer fijne nest, was de kant van een streber. Een pleaser die het liefst resultaatgericht met een stappenplan op elk doel afstevent. Ik denk dat daar op zich niks mis mee is hoor. Het is ook wie ik ben en waar ik gelukkig van word. Maar soms vergeet ik om me heen te kijken tijdens mijn dromendans. Altijd maar gericht op iets behalen, de kortstondige high die ik ervaar op het moment dat het me lukt en hoe trots papa dan is. Ik begon me te vergissen. Te denken dat het alleen goed was als ik mijn dromen waarmaakte. De highs van het najagen van wat ik wil, duren ook steeds minder lang. Er komt daarna vaak een gevoel van ‘en nu?’ Een leegte. Toen ik papa er laatst naar vroeg, was hij een tijdje stil. “Weet je dan niet dat het enige dat ik al die tijd belangrijk vond, was om van alles samen doen?” Ik had zelf ‘dromen’ ongemerkt veranderd in ‘doelen’. Dat maakte ze allebei van een stuk minder betekenis.

Open doelen

Laatst hoorde ik iets nieuws, voor mij dan. Een open doel. Je moet het zien als iets zonder einde, iets dat je nooit met een meetbaar resultaat kunt behalen. ‘Ik wil graag fijn alleen kunnen zijn’, of: ‘Ik wil het gevoel hebben dat ik een inhoudelijke bijdrage lever in mijn werk’. Heel anders dan: ‘Ik wil een talkshow presenteren’. Ik vond het prachtig. Een manier om te triggeren dat je geniet onderweg, en niet dat ene kleine moment van victorie najaagt. Geen stip aan de horizon, maar gewoon een doorlopende lange streep. Eentje die er altijd kan zijn, waarbij je je niet blind hoeft te staren op het behalen, het falen, het uiteindelijke resultaat. Bij gesloten doelen merk ik dat ik soms vergeet dat geen enkel doel de middelen heiligt als het gaat om jou als persoon. Zeker niet als die middelen inhouden dat je jezelf teleur begint te stellen. Ik wil het eens gaan proberen, zo’n open doel. Dus daar komt ‘ie: Ik zou graag weer willen dromen, zonder doelen.

Over Fien

Qmusic radiopresentatrice Fien Vermeulen overleefde lymfklierkanker en wil mensen nu inspireren op het gebied van gezondheid, geluk en survivallen. Elke twee weken schrijft ze een blog voor wendyonline.nl. Eind vorig jaar verscheen het boek van Fien: Het Regent Zonnestralen. Kijk voor meer informatie op de site.

Lees ook deze columns van Fien:

Fien schrijft een ode aan haar vriendin Erna die aan kanker overleed

Fien over het ondersteunen van haar moeder met kanker

Fien over het alleen kopen van een huis

Fien over het volgen van je dromen: ‘Het is keihard werken’

En volg haar inspirerende Instagramaccount: