De overwinning. Xena verloor haar been door kanker, maar sport nu op hoog niveau: ‘Ik ben altijd positief gebleven’

In onze nieuwe serie De overwinning vertellen vrouwen over wat zij voor zichzelf overwonnen hebben. Xena Wimmenhoeve (20) was nog maar 12 jaar toen ze van de artsen te horen kreeg dat ze botkanker had. Haar moeder was nog geen jaar daarvoor overleden aan kanker en het gezin kwam in een emotionele achtbaan terecht. Dankzij haar positieve instelling wist Xena zich toch door deze periode heen te slaan.

‘De zomer van 2012 kan ik mij nog goed herinneren. Mijn moeder was in oktober 2011 overleden aan longkanker en dit was onze eerste vakantie zonder haar. We besloten naar Italië te gaan voor twee weken. Tijdens de vakantie had ik wat last van mijn linkerbeen, maar ik besteedde er niet al te veel aandacht aan. Ik dacht dat het wel over zou gaan. Later bekeek ik de foto’s van die vakantie en zag ik dat mijn been bijna net zo groot was als een voetbal, echt intens. Na de vakantie ging ik naar handbaltraining en werd ik door de fysiotherapeut van de club aan de kant geroepen. Hij vroeg mij wat ik op mijn been had. Het bleek dat er een gigantische bult zat. Mij was dat nog niet opgevallen. De fysiotherapeut dacht aan een heftige ontsteking en vroeg me naar de dokter te gaan voor de zekerheid. De volgende dag zat ik met mijn vader bij de dokter. Ook de dokter dacht aan een ontsteking, maar sloot niet uit dat het misschien erger dan dat zou zijn. In het ziekenhuis werden er foto’s gemaakt en ook een MRI-scan. Toen wisten we eigenlijk wel zeker dat het erger was dan een ontsteking.’

Slecht nieuws

‘De uitslag van de MRI-scan werden met mij en mijn vader besproken. Ik zat op zijn schoot en zag aan zijn gezicht dat hij al wel wist wat de uitslag zou zijn. Toen de artsen vertelden dat ik kanker had moest mijn vader enorm huilen en ik natuurlijk ook. Mijn moeder was nog maar kort overleden aan kanker en nu had ik dezelfde ziekte. Op dat moment wist ik niet wat mij allemaal nog te wachten stond. Er werd mij verteld dat ze in Zwolle niet gespecialiseerd genoeg waren in kinderbotkanker en dat ik dus in Groningen naar het ziekenhuis moest gaan. Daar kon ik de beste behandelingen krijgen. Mijn vader ging met mij mee naar Groningen. Overdag werkte hij vanuit het ziekenhuis en ’s avonds sliep hij in het Ronald McDonald Huis. Dat was fijn om hem zo dicht bij mij te hebben.’

Jongere zusjes

‘De zorg voor mijn 2 jongere zussen en mijn oudere zus werd door mijn tante overgenomen. Mijn zusjes waren nog wel erg jong, maar mijn zus heeft deze periode wel heel bewust meegemaakt. We zaten al in een achtbaan door wat we met onze moeder hadden meegemaakt en gingen eigenlijk weer in diezelfde achtbaan verder. We kwamen als gezin in de overlevingsstand te staan, het kon niet anders. Gelukkig hebben mijn zusjes en zus wel een fijne tijd gehad met mijn tante in huis die voor hen zorgde. Ik denk dat dat voor hen heel belangrijk was om ook het ‘normale’ leven zo veel mogelijk door te laten gaan. Natuurlijk hebben ze meegekregen dat ik in het ziekenhuis lag en dat ik geopereerd ben, maar door de afstand hoefden ze niet de sfeer in het ziekenhuis mee te maken.’

Behandelingen volgen

‘Mijn wereld stortte op het moment van de diagnose kanker wel even in. Ik bleek botkanker Osteosarcoom te hebben. Dit is een kwaadaardige bottumor. Naast die tumor had ik ook uitzaaiingen naar mijn longen. Mijn moeder was aan kanker overleden. De gedachte ging door mij heen dat ook ik het niet zou overleven, net zoals mijn moeder. Wel ben ik erg positief ingesteld, dus ik kon die gedachte relativeren. De longkanker is door chemotherapie weggehaald. Voor de tumor in mijn bot waren er verschillende opties. Zo kon ik mijn been behouden en kreeg ik daar een tumorprothese voor in de plaatst. Het nadeel hieraan was dat ik dan nooit meer zou mogen rennen en geen intensieve dingen zou mogen doen. Ik ben een avontuurlijk type dat er graag op uit wil. Deze optie hebben mijn vader en ik dan ook vrij snel aan de kant gezet. De andere optie was het amputeren van mijn onderbeen. De tumor moest er hoe dan ook uit. Ik vond het wel heftig dat mijn onderbeen er af moest, maar wilde verlost zijn van de tumor. Ik wilde alles weer kunnen doen en als dat zonder mijn onderbeen zou zijn, maar met prothese, dan was ik daar ook tevreden mee. Wat dat betreft kon ik de situatie goed van een afstand bekijken. Na de amputatie heb ik nog een halfjaar chemotherapie gehad. Ondanks dat ik al schoon was en de tumor was weggehaald, konden er toch nog een paar kankercellen rondzweven. Na vijf jaar heb ik pas echt gehoord dat ik schoon ben. Laatst ben ik weer voor een controle geweest. Bij iedere controle is het wel weer even spannend, maar de spanning verdwijnt ook weer zodra de controle is geweest. Ik leef niet in angst.’

Moeizame revalidatie

‘Bij de operatie is de methode omkeerplastiek toegepast. Dit is een methode waarbij het enkelgewricht wordt gebruikt om de knie te vervangen. Niet veel mensen hebben dit, waardoor de revalidatie moeizaam verliep. Ik heb vier verschillende prothesemakers gehad en in twee jaar tijd negen benen, dat komt niet vaak voor. Van allerlei kanten werd mij verteld wat het beste voor mij zou zijn. Door dat getrek aan mij heb ik een chronische achillespeesblessure gekregen. In het begin moest ik wennen aan de prothese. Ik zat midden in de puberteit wat überhaupt al een moeilijke periode is. Ook zat ik, toen ik nog maar net mijn prothese had, veel in een rolstoel. Als anderen dan wat gingen doen, dan kon ik niet mee. Als pubermeisje vond ik dat verschrikkelijk. Mijn positiviteit heeft mij erdoorheen geholpen. Ik ging kijken naar wat ik wel kan en ging die dingen doen. Nu beïnvloedt de prothese mijn leven niet meer. Ik kan er van alles mee. Als ik vier uur lang wil winkelen, dan doe ik dat. Als ik een korte broek wil dragen, dan doe ik dat. Mijn prothese is een onderdeel van wie ik ben. De blikken die ik van mensen krijg vind ik vervelend, maar zelf zou ik ook kijken als ik iemand anders met een prothese zie. Tegen anderen die moeite ervaren met hun prothese zou ik willen zeggen: schaam je niet voor wie jij nu bent. Je mag trots zijn op jezelf, wat je hebt overwonnen en dat mag je de wereld laten zien.’

Van ziek zijn naar topsporter

‘Door mijn amputatie doe ik nu ook aan topsport. Dat had ik nooit kunnen bedenken. Tuurlijk kan je zeggen dat dat misschien ook wel was gebeurd als ik nog twee benen had gehad, maar dan ga je gissen en daar heb je niet veel aan. Voor mijn operatie zat ik op handbal. Als ik sport dan wil ik ook winnen, die mentaliteit zat er al vroeg in. In 2016 ging ik naar een talentendag voor paralympische sporten. Daar ontdekte ik de sport basketbal. Die dag heb ik mijn sport gevonden, waarmee ik wereldkampioen ben geworden. Ik zit in het Nationaal Nederlands team. In 2017 zijn we Europees kampioen geworden, in 2018 Wereldkampioen en in 2019 weer Europees kampioen – waarna we ons geplaatst hebben voor de Spelen in augustus dit jaar. Ik ben van een ziek meisje naar een topsporter op hoog niveau gegaan, die ook nog eens naar de Paralympische Spelen gaat. Inmiddels basketbal ik al 4 jaar. Het leukste aan basketbal vind ik dat het een teamsport is. Iedereen in het team heeft een handicap, maar je ziet vooral wat mensen nog met hun handicap kunnen. De persoonlijke verhalen die iedereen deelt en waar stuk voor stuk het positieve in doorschemert, dat maakt mij blij. Iedereen worstelt weleens met zijn handicap, dat delen we en daarna helpen we elkaar. Topsport combineer ik met mijn studie marketing en communicatie aan de Young Talent Academy in Nijmegen.’

De overwinning

‘Natuurlijk heb ik de kanker overwonnen, maar dat is niet alles. Door de kanker ben ik ook sneller volwassen geworden. Daarnaast zijn we als gezin nog dichter bij elkaar gekomen. We zijn met z’n allen de strijd aangegaan, hebben er het beste van gemaakt en bovenal zijn we positief gebleven. Dat is de grootste overwinning voor mij. Ik leef nu een fantastisch leven met topsport en met lieve mensen om mij heen. Ondanks dat ik soms nog baal dat ik kanker heb gehad, kan ik die periode nu loslaten. Mijn moeder mis ik nog elke dag, maar ik weet dat zij hartstikke trots op mij zal zijn.’


Foto: Xena Wimmenhoeve

Lees hier nog meer inspirerende levensechte verhalen:

Manon startte een petitie in de hoop dat Jacob en zijn moeder in Nederland kunnen blijven

Bo helpt met haar wandelspeeddates singles in coronatijd: ‘Het vinden van mijn soulmate was voor mij ook een ontdekkingsreis’

Sandra had een schuld van 100.000 euro: ‘Ik wil nu het taboe doorbreken’