Cabaretier en schilder Jeroen van Merwijk over het omarmen van kanker: ‘Ik tel in deze laatste fase mijn zegeningen’

Deze week delen we elke avond vanwege Wereldkankerdag op 4 februari een verhaal van mensen die met kanker te maken kregen. Vanavond het bijzondere verhaal van schilder/cabaretier/liedjesschrijver Jeroen van Merwijk (65), die begin 2020 de wereld vertelde dat hij terminale kanker heeft. Gelukkiger dan ooit zegt hij te zijn. Het leven dit laatste jaar? Een zegetocht. Sindsdien  maakt hij een wonderlijke tijd mee. Waarin hij boos noch verdrietig rond blikt, eerder dankbaar en licht.

In zijn boek Kanker voor beginners. In de wonderschone televisie-uitzending van Volle Zalen. Op de cd Leve Van Merwijk! Steeds weer ‘ontmoeten’ we een man vol liefde voor de mensen en de kunst. Met zijn scherpe humor als trouwe vriend op de loer, om de hele bliksemse boel te relativeren.

We zien vooral een man die met wonderlijk gemak over zijn naderende einde en zijn ziekte vertelt. ‘Ik had die kanker absoluut niet willen missen. Na zijn komst is de grote zegetocht begonnen. In de positie van de zwakke heb ik een ongekende aandacht gekregen en ik geniet daar enorm van. Dat mijn broertje me hier in Frankrijk kwam verrassen met een cd waarop al die geweldige collega’s mijn liedjes zingen, wie overkomt dat nou?’

Daar zaten ze, op 30 november, Lucas en hij. Gettoblaster keihard aan. Samen luisteren, met het glooiende Franse landschap rondom zijn huis als decor. Naar die cd, gemaakt zonder dat hij er van af wist. Zijn liedjes, vertolkt door bevriende collega’s. Het besef daalde in en dat voelde meer dan prettig: hij had toch maar een rijk scala aan bijzondere teksten gemaakt.

Dankbaarheid en schoonheid

Die glorieuze blessuretijd, waarin hij keer op keer scoort, is het de tijd van dankbaarheid en schoonheid? ‘Absoluut. En dat die cd zo’n groot succes is geworden! Een kleinkunstplaat nota bene, uniek dat ie zo goed verkoopt. Ook als het een bagger cd was geworden, had ik het heel leuk gevonden hoor, maar het is gewoon een heel goed ding. Knap geproduceerd door mijn broer en geweldig samengesteld door Herman Finkers. Alles was raak. Ik wist niet wat ik hoorde.’

En dan kreeg Jeroen eind december ook nog eens de Edison Oeuvreprijs Kleinkunst. Een prijs die sinds 2014 feitelijk niet meer bestond en alleen was weggelegd voor de heel groten: Ramses Shaffy, Herman van Veen, André van Duin en Youp van ‘t Hek. ‘Dat ik het allemaal nog meemaak voor mijn dood, dat vind ik het mooie. Die Edison is helemaal bizar, het hoogtepunt. Ik denk dat er wel meer mensen zijn die het hadden verdiend. Maar ik krijg hem. Al die dingen: heel fijn dat ze gebeuren. Ik knap er echt van op.’

Een contrast met hoe het was? ‘Ja. Ik heb ook wel iets van: beter laat dan nooit.

Het niveau wat ik altijd heb geprobeerd te bereiken wordt ineens alom herkend en erkend. En dat is dus het fijne; dat hoge niveau is het enige dat voor mij telt. Zelf heb ik altijd wel geweten dat het in orde was. Ik ben altijd heel trouw geweest aan mijn eigen beoordelingsvermogen. Het moest goed zijn. Niet alles wat je maakt lukt. Maar als iets af was, moest ik het zelf goed vinden. Daarin heb ik een eigen koers bepaald, dat moet je ook doen, anders ben je verloren.’

Dat hij niet altijd meebewoog met wat commercieel misschien handiger was geweest: zo is hij nu eenmaal. Hij droeg de consequenties. ‘Ik heb heel wat tegenslagen moeten ondervinden. In extreme mate soms. Dat je nergens meer binnenkomt, nergens meer aan de bak komt, op televisie de kans niet meer krijgt. Naarmate de jaren vorderden werden de zalen waarin ik moest spelen kleiner. Dan baal je wel een beetje. Maar daarover kun je wel blijven mekkeren, dat zou kinderachtig zijn. Het kwam ook voort uit mijn keuze me nooit ergens aan te passen. Ik ben juist blij dat ik altijd mijn rug heb gerecht en ben blijven maken wat ik wilde maken. Een leven zonder concessies. Dat ik daardoor het financieel niet altijd even gemakkelijk had: niet leuk, maar ik heb ook zoveel plezier gehad. Met name in het schilderen, mijn grootste passie. Toch heb ik wel gemerkt dat ik het de laatste jaren moeilijker vond dan voorheen. Je kunt steeds slechter tegen financiële onzekerheid of dingen die tegenvallen. Naarmate je ouder wordt, neemt de veerkracht af. Je bouncet moeilijker terug, hebt je emoties minder onder controle.

Nu zeker. Ik ben aan het sterven. Dit is mijn laatste fase. Ik merk dat ik veel gevoeliger ben voor emoties. Ik loop op een dun koordje bij het verwerken. Dingen grijpen me sneller aan, brengen me van mijn stuk en mijn lever reageert daar dan weer op. Ik ben minder flexibel, een algemeen aspect van ouder worden. Bij mij is dat alleen sneller gegaan.’

Voldoening

Jeroen van Merwijk vermaakte decennia de mensjes, zoals hij zelf graag zegt, met zijn kunst: schilderijen, liedjes, voorstellingen. Op de radio vierde hij met name in de jaren tachtig en negentig successen, in de tijd waarin de VARA op zaterdag levendige programma’s maakte, met veel cabaret, debat en rumoer. Jeroen speelde op zijn gitaar, zong zijn liedjes, imiteerde, vermaakte, kreeg de ruimte van presentatoren als Jack Spijkerman. De rode jas paste hem.

Zoals in zijn troostrijk heldere boek, waar originele gedachten lichtvoetig dansen met het feitelijk verslaan van verdrietige momenten, gaat hij graag nog even de barricades op als sociaaldemocraat. Ook omdat het de oorsprong van zijn veerkracht zo raak verklaard.

In zijn boek vertelt hij hoe hij tijdens een nachtelijk gesprek met zijn liefde Jeannette een besluit neemt. Het gesprek is moeilijk en zwaar, maar heeft een zonnige uitkomst: Jeroen zal met voldoening terugkijken op zijn leven. Een keuze. ‘Ja, dat denk ik echt, dat is een keuze. Een keuze die voorkomt uit inzicht.’

Hij verklaart: ‘Als je helemaal reëel bent, kan ik niet anders dan mijn zegeningen tellen. We zijn geboren in een sociaaldemocratisch land, waarin we alle ruimte kregen ons te ontplooien. Ik heb 25 jaar door de overheid betaald onderwijs genoten. Mijn generatie heeft nooit een oorlog meegemaakt, nooit honger gekend, is verwend met de meest geweldige infrastructuur en voorzieningen. We zijn met een gouden lepel in onze mond geboren en dat tilt ons zo ver boven de rest van de wereldbevolking uit. Tenzij je ernstige dingen hebt meegemaakt als misbruik of de dood van je kinderen, heb je als lid van mijn generatie toch echt niks te klagen in Nederland. Daar gaat mijn liedje ‘Iedereen koning’ ook over. Ik heb altijd kunnen doen wat ik wilde.’

Omarmen

Tot de onheilstijding. Plotseling was het: einde verhaal. Dat doet wat met je. Maar wat precies? Hij las dat een Zwitserse psychologe had ontdekt dat mensen die horen dat ze terminaal ziek zijn vijf stadia doorlopen: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en aanvaarding. Jeroen keek er van op, hij ervaart het anders. ‘Mijn stadia zijn verbazing, indaling, besef en omarming. In die laatste fase zit ik nog steeds. Dat komt ook door al die lof en waardering, daar wil ik van genieten. Er gebeuren zoveel dingen die nooit waren gebeurd als ik geen kanker had gekregen. Nooit vierden we de verjaardag samen, maar omdat het afgelopen 11 juli wel eens mijn laatste kon zijn en we ook nog eens 65 werden, hebben mijn tweelingbroer Vincent en ik het groots en bijzonder gevierd bij hem thuis, met alle gezinsleden en aanhang. Ik vond het een hele fijne middag. Als je dood gaat, gebeuren er rare dingen. Maar je moet er oog voor hebben. Er gebeurt zoveel moois om je heen, die schoonheid moet je blijven zien. Ik ben ontzettend blij dat mij gegund is dat ik nog zoveel tijd heb om op een fatsoenlijke manier afscheid te nemen. Dat ik nog zoveel tijd heb om met de dood om te gaan.’

In het boek gaat het veelvuldig om zijn laatste stadium: het omarmen van de kanker. Hoe voelt dat nu voor hem? ‘Dat omarmen van die kanker is niet eenvoudig. Maar hij hoort bij mij. En hij heeft me veel opgeleverd. Ik heb hem ook zelf opgebouwd. Daarin zat mijn stadium van verbazing: hoe heb ik dat gedaan? Buiten het vele zuipen heb ik heel gezond geleefd. Nooit gerookt, geen overgewicht, altijd vegetarisch gegeten. De oorsprong kan in mijn frustraties zitten of in het te harde werken. Wat dat betreft: artiesten worden heel slecht begeleid, daar is grote winst te boeken. We bedrijven topsport, maar medische begeleiding, psychische begeleiding, hoe je je moet ontspannen? Niks. We worden er maar opgegooid. Ik heb roofbouw gepleegd op mijn geest en lichaam, jarenlang.’

Humor

In zijn boek schrijft hij over zijn zieke lichaam alsof het een vriend is. Letterlijk: als er iemand iets te klagen zou mogen hebben, zou het mijn lijf zelf zijn. Een wonderlijke relatie tussen brein en de rest van het lichaam. ‘Ik denk dat dit voortkomt uit een diepgewortelde cabareteske inborst. Ik ben een volbloed cabaretier. Die gaat naast zichzelf staan en dan eens goed naar zichzelf kijken, als in een scène waar hij zelf niet bij hoort. Door een kwartslag in je kop te draaien kun je alles anders zien en met een zekere geamuseerdheid naar jezelf kijken. Zonder dat je je mee laat slepen in je emoties. En dan zie je ook het komische van het hele verhaal. Dat geeft lucht. Dat alles op een kiertje zetten, is natuurlijk geweldig. In zekere zin is mijn boek ook een zelfportretje. Waar sta ik in het leven? Dat vind ik er ook zo leuk aan.’

Zijn humor is daarbij niet altijd licht, niet alleen een vorm van zelfrelativering, het komt ook best vaak voort uit oprechte woede. Hij kan sarcastisch en soms zelfs cynisch uit de hoek komen. En dat terwijl er ook zoveel liefde in hem zit. Zoals hij schrijft en praat over zijn vrouw en familie: teder en vol bewondering. ‘Maar dat is ook precies wat het is! De woede komt ergens vandaan. Die komt uit mijn liefde. Dat is ook wel eens gezegd: die man houdt zoveel van alles en iedereen om hem heen, dat ie het niet kan aanzien dat het allemaal zo verknald wordt in de wereld. En dat verpak ik in humor, maar ik ben absoluut geen cynische man. Integendeel.’

Mijmert: ‘Het zijn voor cabaretiers rare tijden. Wat mag je nog zeggen? Humor is zo belangrijk, humor is alles, in humor valt zoveel te halen. Toen ik veel op de radio was bij programma’s als Spijkers met Koppen kon je van alles zeggen, iedereen lachte, niemand zei er wat van. Grappen werden nog gewoon geïncasseerd en als grappen gezien. Tegenwoordig zijn de teentjes erg lang, daar mogen wel wat stukjes van af gehakt worden. Mensen zijn zo snel beledigd. Ik vind het een moeilijke tijd. Ook als ik zie hoeveel verworvenheden van de sociaaldemocratie verkwanseld zijn. Ik erger me kapot aan de teloorgang van onderwijs en zorg. De post. De energie. Alles is weggehaald bij de overheid, alles gaat kapot door die vreselijke marktwerking. Ik kijk dat met lede ogen aan. Daar kan ik tot mijn dood woedend om worden.’

De dood accepteren

Het is de tijd waarin de emotie meer en meer regeert over de kracht van de hersenen. Hij is uit een stevig hout gesneden. Zijn tanende veerkracht haalt hij uit een sterk brein. ‘Het is de kunst de dood te accepteren. Daar moet je je hersens bij gebruiken. Dat móet. In deze wereld krijgt gevoel en emotie meer en meer de overhand. Het is slap. Navelstaren. Ze roepen zo snel: “Waarom hij wel en ik niet?” In Frankrijk doet iedereen alsof ik er nog heel goed uitzie, Fransen kunnen de dood nauwelijks aanvaarden. Je leest het ook vaak: “Helaas, toch nog te vroeg, is onverwachts op 85-jarige leeftijd onze vader overleden.” Tja. Wat is daar dan onverwachts aan, vraag ik me af. En ook: wat is te vroeg, wat is op tijd, wat is te laat? Wij hebben als mensen het intellect meegekregen. Daar moeten we wel iets mee doen. Dat intellect zegt: de dood hoort bij het leven en iedereen gaat dood. Je moet de dood ingaan met gevoel. Maar niet met teveel emotie, want dat is een losgelaten gevoel. Het probleem is: voor de nabestaanden is de dood altijd tragisch. Voor de overledene een stuk minder, die weet er niks meer van. Dat is het meest gecompliceerde aan dit alles: wat vind ik van de dood en wat vinden de anderen, de mensen die om mij heen leven, er van? Ik vind het heel erg voor mijn vrouw, mijn moeder, mijn tweelingbroer. Daarom schreef ik ook in mijn boek dat mijn volgende boek ‘Kanker voor gevorderden’ zou moeten heten. Daarin moet de nadruk liggen op ‘je partner en jij’, dat had ik heel interessant gevonden. Maar ik denk niet dat ik het haal dat boek af te maken, daar heb je toch wel een jaar of zes voor nodig.’

Vanuit zijn bed in Frankrijk wikt en weegt hij nog even door over dat thema veerkracht. Hij zegt: ‘Lichamelijk ben ik er inmiddels een stuk beroerder aan toe, maar geestelijk niet. Ik heb het nog steeds in me: ik kan van het leven genieten. Dan lig ik heerlijk in mijn bed televisie te kijken, naar al die Amerikaanse gebeurtenissen, dat interesseert me enorm. Ik lees nog eens wat, ik bel nog eens iemand. Alleen slapen, eten, drinken, dat gaat allemaal moeizaam.

Maar ik ga niet bij de pakken neerzitten. Ik heb besloten toch nog een punctie te laten verrichten, zodat we nog wat vocht kunnen afdrijven. Kijken of we ons dan nog weer een paar weken goed kunnen voelen. Zodat ik nog wat af mag maken, wat kan schilderen, nog wat kan betekenen voor de mensjes. Er staat voor de zomer nog een overzichtstentoonstelling van mijn werk gepland in het CODA, in Apeldoorn, misschien kan ik er nog bij zijn. Als dat lukt hoor…. Ik begrijp heel goed dat op een gegeven moment de veerkracht op is.’

Zeldzame stilte. Dan: ‘Ik klaag niet. Ik lig hier goed, ik voel me senang. Ik leid een leven als een luis op een zeer hoofd. Met de gedachte: ik heb mijn best gedaan. Ik heb een breed scala aan kunst achtergelaten, duizend liedjes, ik ben altijd gewaardeerd door mijn collega’s, ik kan er allemaal niks van zeggen. En wie weet komt er nog van alles aan. Ik zie inmiddels wat gelig, maar heb nog wel pit. Feitelijk bevind ik me in een heerlijke situatie. Ik vind het niet erg om te blijven leven en ik vind het ook niet erg om dood te gaan.’

Kanker voor beginners

Jeroen van Merwijk schreef een mooi boek over zijn ervaringen met kanker: Kanker voor beginners. Je kunt het boek hier bestellen.

Steun het KWF

Door elke dag verhalen te delen over kanker willen het ook het KWF steunen. Iedere Nederlander krijgt ooit te maken met kanker. Of je het nu zelf hebt of iemand om wie je geeft: kanker ontwricht je leven. Voor al die miljoenen levens moet de zorg altijd doorgaan en mag onderzoek niet stilvallen. Het KWF zorgt hiervoor. In deze periode van corona hebben mensen met kanker het extra moeilijk. Onderzoeken en behandelingen worden uitgesteld en mensen met kanker moeten extra voorzichtig zijn en leven daarom vaak geïsoleerd. Vanwege Wereldkankerdag deelt het KWF deze week verhalen van mensen met kanker in de corona periode, kijk hiervoor op de site. Of word donateur en steun de missie van het KWF.

Lees ook deze verhalen over kanker:

Fien schrijft een ode aan haar vriendin Erna die aan kanker overleed

Fien over het ondersteunen van haar moeder met kanker

2 replies on “Cabaretier en schilder Jeroen van Merwijk over het omarmen van kanker: ‘Ik tel in deze laatste fase mijn zegeningen’

Comments are closed.