Acteur Waldemar volgde zijn groene hart en zette de drijvende ecowijk Schoonschip op: ‘Ik wil mijn kinderen een voorbeeld geven’

Acteur Waldemar Torenstra (47) verhuisde vlak voor de coronacrisis met zijn liefde Sophie en hun kinderen Robin (11) en Ravi (8) naar Schoonschip, een drijvende woonwijk. 46 huishoudens, 30 arken, 30 warmtepompen, alleen maar groene daken, nul gasverbruik, broedende meerkoeten, en als de zon ook maar even schijnt: zwemmende kids.

Daar voeren ze, de gezworen vrienden, over het water rondom Amsterdam. Het moet ergens in 2008 zijn geweest en ze droomden er lustig op los. Iemand zei, wijzend op wat woonboten: ‘Stel je voor, dat wij allemaal bij elkaar zouden wonen, zo op het water.’ Het gesprek ging steeds verder, voor ze het wisten hadden ze het over een eigen dorpje, een leven buiten, milieuvriendelijk bouwen, alles zelfvoorzienend, alles groen, alles voor een schonere toekomst, hoe mooi zou het zijn. De dertigers, geen van allen al huiseigenaar, kletsten net zo lang door tot iemand zei: waarom niet?

Waldemar Torenstra woelt dertien jaar later door zijn baard en grijnst: ‘En toen heeft het nog ruim tien jaar geduurd. Tien jaar plannen maken, doorzetten, fantastische ideeën verzinnen, tegenslagen, ruzies, weer doorzetten en volhouden. De groep bleef bij elkaar, maar mijn goede vrienden Marjan de Blok en Thomas Sykora waren echt de grote aanjagers.’

Vijftig kinderen

De duurzaamste drijvende wijk van Europa, ontwikkeld door bewoners. Het is nog gelukt ook. Schoonschip, het bestaat gewoon, zomaar in Amsterdam-Noord. Als je er rondloopt, groeten de mensen zonder haast. Jong en oud vindt elkaar op elke hoek als goede bekenden, de watervogels hebben het hoogste woord en het groen groeit verticaal langs de muren van de arken. Overal: rubberen bootjes, planken om te suppen, houten steigertjes. Idyllisch, romantisch, in één woord: geweldig. De ogen van Waldemar twinkelen, maar hij plaatst meteen wat kanttekeningen: ‘Ik wil wel graag een realistisch beeld schetsen. Aan de ene kant is het een droom. Niet alleen omdat het zo fijn is om buiten te leven, maar ook vanwege het sociale aspect. In ons minidorpje waar vijftig kinderen wonen, is het natuurlijk waanzinnig dat we elkaar allemaal zo helpen. Groente wordt gezamenlijk ingekocht. Walkingdinners worden georganiseerd. Er is een gezamenlijke ruimte. Als iemand door corona in quarantaine moet, staat iedereen klaar om boodschappen te doen, als iemand moet werken, brengen anderen de kinderen naar school en het is te gek dat wanneer de zon ook maar even doorbreekt iedereen op vlotjes en bootjes zit en de kids in het water springen. We voelen ook allemaal het geluk: we hebben het gefikst, dit is toch maar mooi gelukt. Maar in die tien jaar aanlooptijd hebben we wel een lange adem moeten hebben. We zijn elkaar ook in de haren gevlogen. “Hij gaat daar een terras bouwen? Mijn hele uitzicht weg!” Of dan zei de aannemer: “Jullie willen duurzaam hout? O, maar wij doen het altijd al anders, wij gebruiken eigen hout.” Ja, nee, ho, dat is niet de bedoeling… En dan zijn er ook nog de discussies als: hoe verdeel je al die vierkante meters, wie heeft recht op wat, en wat zijn alle specifieke wensen? De een zegt: zo groen mogelijk bouwen, dat is key. Een ander begint over zijn droom: een muur met schapenwol. Iedereen heeft wel wat gelezen en gehoord. Dus ja, over elk hoekje en elke beslissing is eindeloos vergaderd. Waarbij de gemeente echt heel erg meewerkte en meedacht, maar ook vanuit daar kwamen wel wat regeltjes oppoppen natuurlijk…’

Kortom, voordat ze mochten bouwen waren ze al wat blauwe ogen en vette overwinningen verder, en vooral de strijd tegen het conservatisme van de bouwwereld was best een dingetje. Het ‘wij gaan het echt anders doen’ versus ‘zo hebben we het altijd gedaan’ was een fascinerende strijd. ‘Ik vergelijk het weleens met een bevalling van tien jaar. Je vergeet uiteindelijk altijd hoe het precies is gegaan, het gelukzalige van de baby verplettert de pijn en de ellende. Maar die pijn en ellende zijn er natuurlijk wel geweest.’

Nieuwe generatie

Waldemar keek vol bewondering en trots toe hoe de groene doorzetters doorzetten en voelde zelf ook een behoorlijk sterke intrinsieke motivatie om te blijven meedoen. ‘Omdat het echt een mooi groepje vrienden is dat ik heel graag heel hard wilde steunen en ook omdat voor mij behoorlijk wat samenkwam. In mijn jeugdjaren heb ik op een biologisch-dynamische boerderij gewoond, ik kende het belang om iets onbekends te laten slagen. Daarbij, toen ik met Sophie bedacht kinderen te krijgen, wilde ik iets overdragen. Zij zijn de nieuwe generatie, zij groeien op in een andere wereld, met een serieus klimaatprobleem. Dat zij nu al zien en snappen wat je moet doen om het verschil te maken, is onbetaalbaar. Voor hen wordt het vanzelfsprekend en normaal om te leven zoals wij nu doen. En ik heb wat met Amsterdam-Noord. Mijn oma woonde daar al, toen was het nog echt een beetje Noord Gestoord; daar ging je niet snel wonen. Maar voor mijn gevoel hoorde ik er altijd al bij. Om zo’n stadsdeel mee te helpen veranderen naar de toekomst is gewoon heel leuk. Hoewel de oude bewoners ons natuurlijk ook sceptisch bekeken, die zagen ineens een nieuwe generatie aan komen zetten die meer financiële middelen kon inzetten en die hele groep werd meteen op één hoop gegooid. Maar ik heb toch het gevoel dat alles zich goed aan het mengen is inmiddels.’

Groen hart

De stap zetten voelde vanuit zijn groene hart onvermijdelijk, maar deed ook wel wat pijn. ‘Ik moest ook een beetje treuren toen we de schoonheid van het centrum verlieten. Wij woonden mooi en leuk in hartje Amsterdam, inclusief een grote tuin; de noodzaak om te vertrekken was er niet echt. Ik moest afscheid nemen van dingen die ik te gek vind. En de luxe van twee benzineauto’s, ja, dat kon natuurlijk ook niet meer.’ Sterker nog: ‘Iedereen zit bij Schoonschip in werkgroepen en ik zit in het groepje dat op zoek ging naar het ideale systeem hoe we met z’n allen zo duurzaam mogelijk kunnen rijden. We delen nu met alle huishoudens enkele elektrische auto’s, elektrische fietsen en elektrische bakfietsen, echt te gek, maar ik kreeg laatst alweer een standje. Er waren kruimels op de achterbank gevonden; o ja, shit. Normaal dacht ik: dat maak ik de volgende keer wel schoon. Dat kan dus niet meer, haha!’

Opnieuw even relativeren: ‘Zo verzinnen we van alles, maar het is heus niet allemaal zaligmakend. Soms lukken er ook dingen niet, we doen ook maar een poging. Maar het is wel ónze poging.’

En hij kan er echt van genieten: ‘Komen de kids naar me toe: “Pap! De zon schijnt! Moet je niet even de wasmachine aanzetten?” O ja, zo werkt dat nu, denk ik dan, en wat gaaf dat het bij hen al zo ingebakken zit. Dan is het toch al helemaal geslaagd? Het mooie is dat alle bewoners er zo mee bezig zijn en elkaar aansteken. Iedereen is daar op zijn manier in geslaagd, iedereen levert een bijdrage. Door er te zijn. Door een briljante ingeving. Door zijn steentje te verleggen. Zo wordt alles steeds duurzamer en kunnen we straks weer inspiratie en kennis doorgeven voor een Schoonschip II of Schoonschip III. Het enige wat je nodig hebt is de kennis en de wil om het allemaal toe te passen.’

Samenzijn

Het leven is buiten, het leven mengt zich als vanzelf. Waldemar kletst nog even wat met een tweeling die deze zonnige dag naar zee gaat, ondertussen kijken we verwonderd naar een bijzonder gevlochten hekje van bamboe. ‘Dat is om de katten weg te houden van de broedende watervogels,’ legt de acteur uit. ‘Af en toe worden we natuurlijk wel verslagen door de wetten van de natuur. Ben je net lekker bezig alles duurzaam op te bouwen, slopen de zwanen de kokosmatten, die hooligans.’

Alom zien we mensen de was ophangen, de wind en de zon doen hun werk, maar hoe gaat het eigenlijk in de winter? ‘Dan stijgen de energiekosten, dat is logisch. Dan zijn er ook minder zonuren.’ Op de website van Schoonschip lezen we dat het knap spannend was in februari, toen ijs en sneeuw plots Nederland in een vrieskoude greep hielden. Gelukkig stonden er allemaal knappe koppen klaar uit het technische team uit Karlsruhe waar ze mee samenwerken om te helpen.

Het is kortom soms best een avontuur waarin Waldemar en de zijnen gestapt zijn, het is hoe dan ook ‘anders’, het is dichter bij Moeder Natuur, en ja, die wil nog weleens bokkesprongen maken in deze klimaatcrisis. Het is hem op het lijf geschreven. ‘Het maakt trots hier te wonen met om ons heen al die mensen die hebben doorgezet. En het is gaaf onderdeel te zijn van een nieuw soort leven dat het oude omarmt. Toen mijn oma hier woonde, waren er de arbeidershuisjes en die waren fantastisch, vervolgens kwamen de gastarbeiders, daarna de hoge grote torens en nu wij. Dat is wennen en je moet niet onderschatten wat een moeite mensen doen om dat bestendig te laten zijn. De insteek is: hoe gaan we de hele buurt omhoog krijgen. Waar willen we heen? Ik houd van de toekomstvisie dat alles door elkaar leeft en iedereen een plek heeft. De grote vraag is: hoe gaan we dat doen met elkaar? Hoe gaan we naar het nieuwe samenzijn? Het is toch reuze-interessant om daar nu, in het hart van al die uitdagende veranderingen, te leven.’

Meer mooie verhalen in het thema Dromen, durven doen vind je in de herfstspecial van Wendy. Klik hier om de Wendy herfstspecial te bestellen!

Website pomotie x samenwerking Acteur Waldemar volgde zijn groene hart en zette de drijvende ecowijk Schoonschip op: 'Ik wil mijn kinderen een voorbeeld geven'

Lees ook: Interview met Ruud de Wild en Olcay Gulsen: ‘Kanker heb je niet alleen’