Fiets mee met Wendy en Leontien op zondag 17 juli 2022 in Rotterdam.

FIETS MEE

Sietske en Fred hebben een pleeggezin met acht jongens: ‘Zo mooi als kinderen hier rust kunnen vinden’

Sietske en Fred hebben samen al eenentwintig jaar een groot pleeggezin met inmiddels acht jongens. Dit was niet altijd het plan voor de twee geweest. Toch ontstond dit prachtige gezin met elk hun eigen verhaal en beleving.

‘Ik was zeventien toen ik Fred leerde kennen. We zijn in principe samen volwassen geworden, althans ik. Nog nooit hadden we aan pleegzorg gedacht. We hadden een rustig leven met onze kinderen, banen en bijbanen in het weekend in de kroeg. Tot in onze omgeving een situatie ontstond waarbij wij een kind hebben opgevangen, dit is ook wel een netwerkplaatsing. Diegene heeft zeven maanden bij ons gewoond. Het was pittig, want het was een echte puber. Wij vielen meteen met de neus in de boter. Het politiebureau, schorsingen op school, naar de rechtbank al dat soort praktijken kwamen voorbij. Toen deze zeven maanden voorbij waren keken Fred en ik elkaar aan en zeiden: “Dit nooit meer.” Toch bleef er wat kriebelen. In overleg met onze eigen kinderen hebben we gekozen om de STAP-cursus te gaan volgen. Dit is een cursus die je moet volgen om officieel pleegouder te worden. Onze eigen kinderen waren toen nog in de basisschoolleeftijd. Kort na de afronding kregen we de eerste plaatsing.’

Moeilijk gedrag

‘Langzaam werden wij een groot pleeggezin. Wij kunnen redelijk makkelijk omgaan met moeilijk gedrag. We blijven rustig en zien wel waar het schip strandt. Doordat wij dit wel op ons konden nemen werden er kinderen bij ons geplaatst die in een ander gezin lastig konden wenen. Telkens als we gingen kijken liep het goed en als het goed verloopt dan moet je een kind niet overplaatsen. Dus eindstand zitten we nu met acht jongens in huis. Soms komt een kind binnen met de instelling: ik kom hier de hele boel op stelten zetten, wedden dat je mij niet aankan? Het mooiste van wat ik doe vind ik dan als ik rust bij de kinderen zie. Ik word heel blij als ik deze rust bij de kinderen zie.’

Veiligheid

‘Het is de bedoeling dat de kinderen volwassen bij ons worden, alleen dat lukt niet altijd. Als ik de veiligheid niet kan waarborgen van de andere kinderen en van mijzelf of mijn man dan stopt het. Je moet dan een verstandig besluit nemen. Je moet dan even je hart uitschakelen en met je verstand redeneren. Het is wel eens voorgekomen, buiten deze acht jongens om, dat ik van de trap ben gegooid of dat de kinderen bestolen zijn en aldus niet veilig zijn. Dan moet je keuzes maken en deze keuzes zijn niet altijd makkelijk. Inmiddels, na eenentwintig jaar ervaring, vind ik niet veel meer lastig. Behalve als één van de kinderen verdriet heeft. Een onderdeel van pleegouder zijn is dat jij besluiten moet nemen. In je hart wil je dan misschien wel door met een kind, maar soms gaat het niet.’

Angst

‘Waar moeten wij dan heen? Deze vraag speelt bij de kinderen veel door het hoofd. Fred heeft kanker gehad. Dit was ontzettend angstig voor de jongens. De vragen bleven komen. Via briefjes of gewoon rechtstreeks. Telkens kwam dezelfde vraag naar boven, wat als er iets met jullie gebeurt, moeten wij dan weg? Hiervoor heeft elk kind altijd angst. Wij kunnen honderd keer zeggen dat er niks gebeurt of verandert, maar als je als kind vijf á acht gezinnen hebt gehad, dan zit er altijd een stemmetje in je hoofd die zegt het zal wel.’

Haantjesgedrag

‘Wanneer er een nieuw kind in het gezin komt is het altijd meteen haantjesgedrag. Binnen een paar weken is het duidelijk wie welke plek binnen de groep heeft. De oudste staat nooit zijn plek af en daar begint niemand ook aan. Er ontstaan ruzies en soms zelfs vechtpartijen. Wij proberen het altijd een jaar, want ik vind dat je na drie maanden niet al kan weten of het in de groep klikt. Op het moment dat er een klik is in de groep dan komt het besluit dat het kind blijft. Ruzies mogen er zijn, maar aan het einde van de dag zitten ze alsnog lachend aan tafel. Dit is wel een verschil tussen jongens en meiden. Jongens zitten na een woordenwisseling weer samen achter de Playstation, meiden moeten er altijd nog even over napraten. Momenteel heb ik alleen jongens in ons gezin. Dit heeft alles te maken met de veiligheid. Het zijn immers geen broers en zussen. Het had ook een meidengezin kunnen zijn, maar dit is eenmaal zo gelopen dat het allemaal jongens zijn.’

Uniek

‘Wat ons ons maakt is de humor. Als wij niet meer kunnen lachen dan moet ik stoppen. Lachen zorgt ervoor dat we dit volhouden op een goede manier. Het wordt door de kinderen ook overgenomen. Het lachen gebeurt met elkaar, maar ook om elkaar. Het is ons leven. Soms moet ik even schakelen en kijken door de ogen van een ander. Waar ik dankbaar voor ben is de gemeente waar wij in wonen. Zij zorgen er bijvoorbeeld voor dat wij gepaste oppas krijgen als Fred en ik een keer een weekend weg willen. Ook de pleegkinderen die nu al enkele jaren niet meer bij ons wonen, maar ons toch nog opzoeken ben ik erg dankbaar voor.’