fbpx

Melissa heeft drie pleegkinderen: ‘Het is mijn passie om deze kinderen gelukkig te maken’

Foto: Kiki van Dongen

Melissa is samen met haar man sinds vijf jaar pleegouder. Er wonen nu drie pleegkinderen bij hen van 17, 10 en 4 jaar oud. Het is niet altijd even makkelijk, maar ze willen de kinderen zoveel mogelijk vertrouwen en liefde bieden. ‘Ieder kind verdient het om een liefdevol thuis te krijgen, ook wanneer voor hen wordt besloten dat ze niet meer bij hun ouders mogen wonen’, vertelt Melissa. 

‘Ik was met onze oudste pleegzoon bij de orthodontist. “Je kan echt wel zien dat het jouw moeder is”, zei de orthodontist. Wij kijken elkaar dan lachend aan. Op zulke momenten leggen we niet het hele verhaal uit, maar praten we gewoon mee. Ik snap het ook wel, de oudste heeft lichte ogen, net als ik.’

Droom

‘Het kwam vroeger al naar voren. Mijn man en ik komen beide uit een warm groot gezin. Ik heb Nederland-Molukse roots en mijn man is van Marokkaanse komaf. Iedereen was welkom om aan te schuiven tijdens het eten. In de Molukse cultuur worden kinderen vaak opgevangen als dat nodig is. Het bestaan van pleegzorg is altijd normaal voor mij geweest.

Zeventien jaar geleden ben ik mijn man tegengekomen. Vroeger had ik de droom om heel jong moeder te worden. Helaas is het ons niet gegeven en kan ik niet spontaan moeder worden. We zijn in het ziekenhuis door de hele medische molen geweest en uiteindelijk bleek dat er niks aan de hand is met onze gezondheid. Toen de biologische kindjes niet kwamen, zijn wij naar een informatieavond over pleegzorg gegaan in de buurt. Die avond was doorslaggevend voor ons besluit; we schreven ons meteen in. Het eerste kindje dat kwam was een klasgenootje van de zoon van een vriendin van mij. Die vriendin wilde hem in eerste instantie in huis nemen, maar twijfelde nog te veel. Wij hebben toen besloten om dat kindje in huis te nemen. Vijf dagen later zat hij bij ons op de bank. Het is mega snel gegaan. Dat was onze eerste ervaring met pleegzorg.’

Van één naar drie pleegkinderen

‘Vervolgens is er nog een pleegzoontje bijgekomen, die was toen net één jaar. Hij is nu drie jaar bij ons. Sinds vier maanden hebben we een derde pleegkind van 10 jaar. We zijn nu met zijn vijven. Ons eerste pleegkind is nu al 17, hij heeft net zijn diploma gehaald en is op het mbo begonnen. Wij hebben zijn hele ontwikkeling mogen meemaken. Hij heeft bij ons alles ingehaald, wat hij al die jaren heeft gemist. In eerste instantie was het niet duidelijk hoe lang hij bij ons bleef. Hij ging er zelf vanuit dat hij hooguit een maand bij ons bleef. Boven zijn bed hingen kalenders waarin hij aftelde. Eerst was het een maand, toen werd dat verlengd met drie maanden, opeens werd het drie jaar. Na twee jaar heeft de rechter besloten dat hij tot zijn achttiende niet meer terug ging naar zijn biologische moeder. De situatie was te instabiel voor hem.

Over een jaar is hij achttien, dan mag hij gaan en staan waar hij wil. Inmiddels is hij wijzer geworden en weet hij van zichzelf dat hij nog niet klaar is om op zichzelf te gaan wonen. Hij vindt het ook wel makkelijk en hij heeft ook nog wat hulp nodig. Als pleegzorg weg zou vallen is hij hier altijd welkom. We zorgen al zo lang voor hem en we hebben in al die jaren een goede band opgebouwd. De leeftijd kan verlengd worden naar 21 of 23 jaar, tot die leeftijd krijgt hij begeleiding van een pleegzorgorganisatie. Bij ons is hij altijd welkom, hij hoort bij ons gezin. Waar wij gaan, gaan de kinderen ook.’

Samenwerking met biologische ouders

‘Onze oudste pleegzoon gaat iedere week bij zijn moeder op bezoek. Het is heel erg fijn dat onze band met zijn moeder heel goed is. We proberen rekening te houden met haar manier van opvoeding. Ook al kan hij niet bij haar wonen, dat betekent niet dat zij niet het recht heeft om geen zeggenschap meer te hebben over hem. De jongste heeft geen contact met zijn biologische ouders. Wij hebben zijn moeder één keer gezien, daar ben ik al heel blij mee. Ik kon haar vertellen dat ze zich geen zorgen hoefde te maken over haar zoon. Ze heeft zelf aan ons gevraagd of we hem als ons eigen kind wilden opvoeden. Hij ziet ons ook als papa en mama. Hij weet dat hij een buikmama heeft en een andere vader, maar hij is nog niet oud genoeg om alles te begrijpen. Met de moeder van onze pleegdochter hebben we ook een goede band. Zij mogen elkaar één keer in de twee weken zien. Dat is voor het kind ook heel erg fijn, ze weten dat wij geen concurrentie van elkaar zijn en voelen zich overal geliefd. De sleutel voor succes voor het leven met een pleegkindje is samenwerking. Wij hebben een unieke positie, we leren de kinderen om de daden te onderscheiden van de mens. De daden kunnen niet goed zijn, maar de persoon blijft hun vader of moeder. Zij moeten uiteindelijk ook van de situatie leren en ze moeten weten dat het niet de normaalste zaak van de wereld is dat de kinderen niet bij hun wonen.’

Anders dan anderen

‘Ons gezin is voor  de kinderen hun nieuwe normaal. Ze komen op een nieuwe plek terecht waarin heel veel dingen overeenkomen, maar ook heel veel dingen anders zijn. Stel je voor dat je zelf op een plek wordt gezet waar je niets en niemand kent, dan kost het tijd om daaraan te hechten. Bij alle kinderen zie je wel dat ze even de kat uit de boom kijken om te zien wie ze kunnen vertrouwen en waar ze veilig zijn. Het blijft wonderbaarlijk hoe snel ze zich weer kunnen hechten aan een nieuwe situatie en nieuwe mensen. De kinderen zijn onschuldig. Zij zijn noodgedwongen in deze situatie terecht gekomen en moeten ermee dealen. Hoe lief ze ook zijn of hoe goed ze hun best ook doen, ze hebben geen inbreng in de situatie. Doordat ze zijn beschadigd hechten ze ook weer snel, omdat ze gewend zijn om continue door te hoppen naar een ander gezin. Ook het loyaal zijn en het lief gevonden willen worden. Ze geven zichzelf vaak de schuld. Ze zoeken de loyaliteitsconflicten op om uit te zoeken wanneer mensen boos worden en wanneer ze lief zijn. Op een gegeven moment zakt dat weg en durven ze zichzelf te zijn.

Ze zijn prikkelbaarder, omdat ze veel aan hun hoofd hebben. Ze hebben continue stress. Op den duur leren ze daarmee omgaan. Er hoeft maar iets te gebeuren en ze schieten uit hun slof. Dat is natuurlijk een rugzakje. Ze hebben veel triggers om hun heen, net als het woord papa en mama, dat horen ze continue in de speeltuin en op school. Zij kunnen dat niet roepen, omdat ze niet hun echte vader en moeder bij zich hebben.’

Oom en tante

‘Wij wilden dat ze ons oom en tante gingen noemen. We zijn geen vreemdeling, maar ook niet hun biologische ouders. Vanaf seconde 1 noemde onze jongste pleegzoon mij mama, dat heeft hij nooit losgelaten. De rest van de kinderen noemt ons oom en tante. Ze hebben maar één papa en mama. Wij willen die positie niet innemen. Maar natuurlijk mogen de kinderen mij mama noemen als ze dat fijner vinden en soms is dat nou eenmaal makkelijker.’

De toekomst

‘We zouden heel graag nog meer kindjes een thuis willen geven. Het is een passie voor ons geworden. Ook omdat we zien dat het onszelf gelukkig maakt. Het is een uitdaging voor mij om de kinderen gelukkig te maken. Ik heb acht jaar lang twee bedrijven gehad, maar ik heb in die acht jaar nog niet zo hard gewerkt als afgelopen jaren. Het is onbetaalbaar als je ziet dat een kind eerst uit een stressvolle situatie komt en uiteindelijk succesmomenten heeft en zich veilig voelt. Het is een nieuwe generatie die je opvoedt.’

Lees hier meer inspirerende verhalen:

Bianca kwam zonder spullen op straat te staan met een schuld van 30.000 euro: ‘Het was één groot geheim voor iedereen om mij heen’

Céline kreeg pas na jarenlange therapie de diagnose autisme: ‘Door angst kwam ik mijn huis niet meer uit’

Cindy’s zoon van 8 raakte door zinloos geweld ernstig gehandicapt: ‘Ik blijf vechten voor een goed leven voor Jelte’

(Visited 1.680 times, 1 visits today)






MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief