Randa had een traumatische jeugd: ‘Ik heb keihard moeten vechten om het geluk te vinden’

Randa had een afschuwelijke jeugd. Al jong moest zij altijd op haar broertjes passen en haar moeder liet haar alles doen in het huishouden. Als puber had Randa nog maar 1 doel: trouwen zodat ze haar ouderlijk huis kon verlaten. Dat lukte, maar het bleek nog een lange weg om echt geluk te vinden. ‘Ik heb er keihard voor moeten werken.’

‘Ik ben eigenlijk het grootste deel van mijn leven ongelukkig of diep ongelukkig geweest. En als puber had ik maar 1 wens/doel. En uiteindelijk werd het mijn stip op de horizon. Ik moest en zou weten hoe het voelt om gelukkig te zijn.

Ik ben geboren in Nederland. Mijn ouders zijn beide van Jordaanse afkomst. Mijn vader kwam op jonge leeftijd naar Nederland om te studeren en vervolgens te werken als beëdigd tolk. Op een gegeven moment ging hij naar Jordanië en trouwde met mijn moeder. Mijn moeder was 17 jaar toen ze haar land verliet en hier in een hele andere wereld terechtkwam. Dit huwelijk heeft maar 4 jaar geduurd en nog voor mijn eerste verjaardag waren mijn ouders alweer gescheiden.

Mijn moeder ging terug met mij naar Jordanië waar we 2,5 jaar gewoond hebben. Toen had mijn moeder het wel weer gezien bij haar ouders thuis. Immers in de Arabische cultuur moest je als gescheiden vrouw vroeger weer terug naar je ouderlijk huis. Mijn moeder besloot “zogenaamd” weer terug te keren naar mijn vader in Nederland. Hier in Nederland kwamen we terecht in een kloosterhuis in Delft. We hebben daar een klein jaartje gewoond en toen hertrouwde mijn moeder. Dit keer met een man uit Tunesië.’

Mijn eerste trauma

‘De eerste 3 jaar waren fijn en zorgeloos. Het ging goed tussen mijn moeder en mijn stiefvader, ik had 2 ooms hier waar ik het leuk mee had, en ik herinner me fijne momenten samen met mijn moeder. Tot ik op mijn 5 jarige leeftijd mijn eerste traumatische ervaring beleefde. Het staat nog op mijn netvliezen geschreven….
Een inval bij ons thuis met gegil, geschreeuw, een vechtpartij, mijn moeder die me uit bed tilt en over de galerij rent midden in de nacht. Ook kwam de politie erbij kijken. Ik stond doodsangsten uit.
Twee weken later, opnieuw een trauma, dit keer bleek mijn oom vermoord te zijn. Na een eerste poging om hem te laten verdrinken, wat mislukte en de tweede poging bij die inval bij ons thuis, was de derde poging gelukt. Een mes in zijn rug. En waarom? Omdat de vriendin van mijn oom een hele jaloerse ex had.

De basis van mijn angststoornis was gelegd. Hier heb ik op latere leeftijd heel veel last van gehad. Na die traumatische moord op mijn oom kreeg ik nog twee broertjes. We verhuisden en als klein meisje kreeg ik thuis steeds meer verantwoordelijkheden. Ik zorgde vaak voor mijn broertjes en deed een groot deel van het huishouden. Dingen die eerst ‘normaal’ waren werden van de een op de andere dag verboden. Zo mocht ik bijvoorbeeld vanaf mijn 10de jaar ineens niet meer met jongens praten, laat staan spelen. Ook moest ik dagelijks na school meteen naar huis om op mijn broertjes te passen. ‘s Ochtends moest ik zelf maar op school zien te komen. Niemand die mij meer wakker maakte of naar school bracht. Iedere dag weer moest ik afstoffen, opruimen en stofzuigen en naar de supermarkt voor boodschappen.

Langzaamaan begon ik me steeds meer alleen en anders te voelen. De cultuurverschillen begonnen steeds meer zichtbaar te worden. Ik zag dit namelijk niet om mij heen gebeuren bij vriendjes en vriendinnen. Mijn schoolgenootjes spraken af na school, gingen lekker buitenspelen en op woensdagmiddag naar het zwembad. Ik daarentegen moest naar huis. Ik mocht wel buitenspelen hoor, maar dan wel met 2 broertjes op sleeptouw. Ik miste de aandacht van mijn moeder, gewoon dat kopje thee met een koekje na school. Of de vraag hoe was het op school. Ik kan me niet herinneren dat ik dit ooit gehad heb. Wat ik kreeg waren bevelen, geschreeuw, en soms een tik op mijn billen of een rochel in mijn gezicht.’

Eenzaam

‘De jaren verstreken en ook het tweede huwelijk van mijn moeder verliep niet goed. Er was continue geruzie en spanning in huis. Mijn moeder schreeuwde voortdurend en inmiddels was ze ook depressief. Ik weet nog goed dat zodra zij thuiskwam, wij altijd direct naar boven vluchtte omdat de spanning echt te snijden was en wij het dan vaak op ons bordje kregen. Ik vond het een verschrikkelijke tijd. Geen warmte, liefde of gezelligheid. Helemaal niks.

Ik voelde me zo vreselijk eenzaam en snakte naar liefde, aandacht, erkenning en goedkeuring. Ik was ook het liefst bij oudere mensen in de buurt, want dan voelde ik me soms nog een beetje geliefd. Ik verlangde zo naar die geborgenheid. In bed fantaseerde ik vaak over hoe het zou zijn als ik dood was. Wie zouden er allemaal op de begrafenis komen? Zouden mensen echt om mij huilen? En wat wilde ik graag in het ziekenhuis liggen, want daar kreeg ik aandacht en werd ik goed verzorgd.
Inmiddels was ik 15 jaar en had ik anorexia, was ik depressief en kampte ik met een dwangstoornis. Daarnaast fungeerde ik als “moeder” voor 3 broertjes waarvan de jongste mij ook echt letterlijk mama noemde.

Ik had zoveel verantwoordelijkheden en psychische klachten in die tijd, dat ook mijn lichaam allerlei kuren begon te vertonen. Mijn huisarts vond dat ik hulp moest zoeken bij een psycholoog, maar mijn moeder wilde er niets van weten en dus ging ik ook niet.

Ik deed zo hard mijn best om alle ballen in de lucht te houden, en tegelijkertijd ook zo “normaal” mogelijk te blijven doen op school. Alsof er niets aan de hand was. Ik leefde echt een dubbel leven, en dat was zwaar. Heel zwaar. Ik zal het nooit meer vergeten; dat moment toen ik het telefoontje kreeg en ik te horen kreeg dat ik gezakt was. Mijn moeder keek me aan en voordat ik het wist, ontving ik een platte hand in mijn gezicht. Ook dit is zo’n herinnering die ik mijn leven lang niet meer zal vergeten. Het jaar daarop haalde ik mijn havo diploma alsnog.’

Mijn zoektocht naar geluk

‘De jaren daarop ging ik mij steeds meer beseffen dat ik ongelukkig was. En ik dacht oprecht dat het geluk voor mij niet was weggelegd. Het dubbel leven dat ik leidde werd steeds zwaarder. Ik werd ook ouder, mijn vriendinnen mochten steeds meer en ik bijna niets. Ik ging steeds meer dingen stiekem doen. Smoesjes verzinnen en liegen over waar ik naartoe ging. Inmiddels was de anorexia omgeslagen in boulimia en ik belandde in een vreselijke identiteitscrisis. Ik wist werkelijk niet wie is was. Was ik nu Nederlands omdat ik hier geboren was en opgegroeid ben? Of was ik toch Jordaanse, een moslim en moest ik me daar naar gedragen? Ik ervaarde veel tegenstrijdigheid op dit gebied. Als iemand zei: “Je bent Nederlands want je hebt een Nederlands paspoort”, dan werd ik boos en zei ik dat ik Arabisch was. Maar zodra iemand zei dat ik Arabisch was, zei ik “Nee hoor, ik heb een Nederlands paspoort.” Ik wist het gewoon zelf niet meer.

Steeds meer begon ik te hunkeren naar het gevoel van gelukkig zijn. Ik moest en zou ervaren hoe dit voelde. Ik besloot voor mezelf dat de enige manier om gelukkig te worden was dat ik het huis uit moest. En de enige manier waardoor ik het huis uit kon was trouwen. Langzaam kreeg ik een doel in mijn leven. Gelukkig zijn! En wilde ik dit doel bereiken, dan moest ik trouwen en het huis uit. Dus ging ik als een malle mijn uiterste best doen om iemand te vinden. Mijn moeder zei altijd: jij moet met een half-bloedje trouwen. Want dan is hij toch moslim maar niet zo moeilijk als een volle Arabische man. Ik vond daar wel wat inzitten. En na een zoektocht van een paar jaar vol met frustratie vond ik hem eindelijk!

Ik was 24, en ontmoette mijn huidige man waar ik nu inmiddels 18 jaar mee getrouwd ben. Half Nederlands, half Libisch. Een halfbloedje dus! En als ik mijn moeder mocht geloven destijds, zou mijn huwelijk niet langer dan een jaar standhouden. En ja, daar had ze wel bijna gelijk in gehad! Want waarvan ik dacht dat ik van alle ellende verlost zou zijn zodra ik zou trouwen, was dit natuurlijk één grote illusie. Sterker nog, de uitdagingen in mijn leven werden toen alleen maar groter.

Ik verhuisde van Delft naar het dorp Waddinxveen. Alleen dat was al een enorme cultuurschok voor mij. Ik kende niemand, was zo onzeker als de pest en raakte op onze huwelijksnacht ook nog eens meteen zwanger. Zwaar onvoorbereid op een zwangerschap en zonder ervaring om met een man samen te wonen begon mijn nieuwe leven. En ik kan je zeggen het was geen succes! Ik was ziek, zwak, misselijk, moest per direct stoppen met mijn anti-depressiva en ik werd getroffen door hyperventilatie en paniekaanvallen.’

Kopieergedrag

‘Eenmaal moeder geworden en zo’n jaar 3 verder begon ik mezelf te betrappen op kopieergedrag van mijn moeder. Mijn man had mij hier al meerdere malen op gewezen, maar ineens zag ik het zelf ook. Ik schreeuwde tegen mijn man en dochtertje, ik was altijd gespannen en ik had vreselijke last van controledrang. Waar ik thuis heel dominant aanwezig was, was ik buiten de deur een softie en een pleaser. Ik deed alles om maar een beetje leuk gevonden te worden. Durfde nooit mijn eigen mening te uiten, behalve als ik echt boos was, om er daarna weer ontzettend last van te krijgen en er weer alles aan deed om het weer goed te maken, ook al zat de ander fout of had ik niets gedaan. Ik werkte me bij alle werkgevers die ik ooit gehad heb uit de naad om goedkeuring te krijgen.

En toen, eenmaal met een tweede kind erbij en toen ik de leeftijd van 30 bereikte, ging het lampje uit. Ècht uit! Ik werd getroffen door een ongelooflijk zware burn-out. Ik weet nog dat ik letterlijk op de grond viel op mijn werk. De eerste 4 weken heb ik niet kunnen zorgen voor mijn kinderen, want ik sliep gewoon echt hele dagen. De 4 weken daarop heb ik als een zombie voor me uit zitten staren. De gordijnen mochten niet open, ik durfde de straat niet meer op en ik kreeg enorme angstaanvallen. Ik was bang voor van alles en nog wat, bang dat er oorlog zou uitbreken, bang dat mijn jongste broertje dood zou gaan, bang om te met het vliegtuig te reizen, bang voor terroristische aanslagen. De angst overheerste mij volledig. Uiteindelijk werd ik door het UWV volledig afgekeurd en kwam ik jaren full-time thuis te zitten.

Er brak een tijd aan van oneindig veel bezoeken aan psychologen en psychiaters. De ene diagnose na de ander kreeg ik te horen. Van adhd, naar add, een angststoornis, en een bipolaire stoornis. De eerste jaren vielen me ontzettend zwaar! Maar wat dacht je van mijn man. Hij draaide overal voor op. Van de kinderen ‘s ochtends aankleden en wegbrengen, full-time werken, koken, huishoudelijke taken. De kinderen douchen en weer op bed doen om vervolgens nog gauw boodschappen te doen. Ik heb me er jaren over verbaasd dat hij toch bij me bleef. Maar gek genoeg was hij ook de enige persoon in mijn leven van wie ik niet bang was dat hij me zou verlaten.

Mezelf terugvinden

De jaren die volgde werkte ik hard aan mezelf. Ik bezocht een haptonoom en kreeg verschillende vormen van groepstherapie. Zoals een assertiviteitstraining, een training gericht op het verstevigen van mijn autonomie en schema therapie wat hielp om mijn oude patronen en overtuigingen te herkennen en te doorbreken. Ik kreeg EMDR voor trauma verwerking. Daarnaast begon ik een sterke interesse te krijgen over de zin van het leven en zo belandde ik op het spirituele pad. Wat voor mij niet meer is dan het vergroten van mijn bewustzijn. Of terwijl bewuster leven. Ik omarmde een bepaalde lifestyle, een manier van leven.  Deze manier van leven heeft mij ontzettend veel geholpen om weer meer vertrouwen in mezelf en het leven te krijgen. Ik las veel zelfhulp boeken, bijvoorbeeld over hoe ik mezelf weer kon accepteren en liefhebben, over leren leven in het hier en nu en de werking van de wet van aantrekking. Ik deed allerlei cursussen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling zoals een cursus reiki, intuïtieve ontwikkeling, spirituele psychologie, cursus gedachtenkracht en NLP.

Ik leerde zoveel interessante dingen die ik maar al te graag wilde uittesten in mijn leven. Veel met succes. Zo mixte ik de reguliere zorg met het spirituele en ben ik gekomen tot wie ik nu ben. Een heel ander persoon dan 10 jaar terug. Een persoon die haar eigen unieke leven durft te leven en haar eigen keuzes maakt. Een persoon die weet dat het leven bestaat uit vallen en opstaan, maar altijd 1 keer meer opstaat dan dat ze valt. De essentie van het leven is als je het mij vraagt, dat we het op de eerste plaats goed hebben met onszelf! Als ik iets mag doorgeven van wat ik in al die jaren geleerd heb, is het dat we allemaal evenveel recht hebben om gelukkig te zijn. Maar we zijn er wel zelf verantwoordelijk voor hoe we dit geluk voor onszelf creëren.’

Lees andere inspirerende levensechte verhalen: 

Melissa heeft drie pleegkinderen: ‘Het is mijn passie om deze kinderen gelukkig te maken’

Esther haar dochter heeft een reactieve hechtingsstoornis: ‘Dat ik mijn kind niet kon aanraken, was het meest afschuwelijke gevoel ooit’

Rachel kon binnen één week niet meer lopen: ‘ik dacht dat mijn leven voorbij was’