Wilma was zwanger toen ze een tumor in haar ruggenmerg kreeg: ‘Ik moest na 28 weken bevallen, anders zouden wij het allebei niet redden’

Wilma was in 2010 zwanger van haar tweede zoon toen ze een tumor in haar ruggenmerg kreeg. Een operatie zou levensgevaarlijk zijn voor het kindje in haar buik, maar er was geen andere optie. De arts stelde de operatie zo lang mogelijk uit, zodat het kindje een grotere overlevingskans kreeg. Maar toen Wilma nog maar net 28 weken zwanger was, vertelde de arts dat het niet langer meer kon. Wilma moest geopereerd worden omdat ze het anders niet zou redden. Haar zoontje kon niet tijdens de operatie in haar buik blijven, want ook hij zou het dan niet redden. Via een keizersnede werd hun zoontje Tobie geboren. En nog geen 48 uur later lag Wilma weer op de operatietafel, te vechten voor haar eigen leven. 

‘Wekenlang probeerden de artsen de operatie uit te stellen, zodat mijn kindje niet uit mijn buik gehaald hoefde te worden. Maar toen ik 28 weken zwanger was, zei de arts: “Als wij je nu niet gaan opereren, zal jij het niet overleven.” We hadden geen keuze. De woorden van de arts drongen zo hard tot mij door, dat ik compleet geïsoleerd raakte van wat er verder nog werd gezegd. Er schoten vreselijke gedachtes door mijn hoofd, maar een reactie kon ik niet geven aan de arts. Ik was zwanger, en mijn kindje zat nog maar 28 weken in mijn buik, kon hij dit wel overleven? Ik wilde hem niet nu al kwijtraken, we hadden al zoveel gevochten. Dit moesten we kunnen doen, samen.’

Van onderzoek naar onderzoek

‘In 2010 begon ons verhaal, het verhaal dat voor iedere ouder de grootste nachtmerrie is. Ik voelde mij in een paar weken tijd steeds zwakker worden. Mijn armen verkrampten bij elke kleine beweging die ik maakte, en ik moest steeds meer gaan nadenken bij elke stap die ik zette. Ik had geen idee waar dit vandaan zou kunnen komen, dus ik besloot om naar de huisarts te gaan. Bij de huisarts bleek dat mijn reflexen aan één kant niet reageerden. Hij stuurde mij door naar de neuroloog, en vanaf dat moment werd het steeds serieuzer. Het was inmiddels duidelijk dat er echt iets aan de hand was waardoor ik werd meegesleurd naar allerlei testen en onderzoeken. Maar het voelde alsof ik nooit alleen was. In die periode bleek ik namelijk zwanger te zijn van ons tweede kindje. Het leven dat in mijn lichaam groeide gaf mij juist energie. Ondanks alle onzekerheid, was er één ding waar niet over te twijfelen viel, en dat was de liefde die ik had voor het kindje in mijn buik.

Na de uitslag van verschillende onderzoeken werd er een scan ingepland. Deze scan mocht pas gemaakt worden als ik 13 weken zwanger zou zijn, omdat het anders niet veilig was. Ik werd op 11 oktober door de scan gehaald, en we zouden twee weken later de uitslag krijgen. Maar een dag later belde de neuroloog mij al op met de vraag of ik samen met mijn man Wouter naar het ziekenhuis kon komen. Eenmaal aangekomen bij de neuroloog in het ziekenhuis kregen we te horen dat er een tumor in mijn ruggenmerg zat. Deze tumor zorgde ervoor dat er zenuwen bekneld zaten, waardoor mijn reflexen aan één kant niet meer reageerden. Een operatie was de enige oplossing om deze tumor te verwijderen.’

Geen keuze meer

‘Ik werd doorgestuurd naar een ander ziekenhuis omdat ik zwanger was. Steeds meer ging ik mij realiseren dat ik niet natuurlijk zou gaan bevallen. In het ziekenhuis werd er heel goed voor mij en mijn kindje gezorgd. De artsen wilden de operatie zo lang mogelijk uitstellen, zodat het kindje een grotere overlevingskans zou krijgen. Deze maanden waren zo zenuwslopend. Ik dacht bij elke arts die langskwam dat hij zou zeggen dat de operatie niet meer uitgesteld kon worden. Ik werd onzeker en voelde mij machteloos omdat ik mijn kindje niet kon beschermen. Met mijn handen op mijn buik probeerde ik contact te maken met hem. Het voelde als een soort schild, zodat hij in alle rust zo snel mogelijk kon doorgroeien. Natuurlijk werkte dat niet zo, maar het gaf mij een veilig gevoel.

In januari 2011, toen ik 28 weken zwanger was, bleek dat de operatie niet langer uitgesteld kon worden. Ik kon mijn benen bijna niet meer bewegen en de pijn in mijn spieren werden alleen maar erger. Als ik niet geopereerd werd zou ik volledig verlamd raken. Een keuze was er niet meer. Ik zocht alle moed bij elkaar om mij zo voor te bereiden op alle onzekerheid wat zou komen.’

De opluchting in zijn glimlach

‘De narcose zorgde ervoor dat ik niks heb meegekregen van de bevalling. Ik opende voorzichtig mijn ogen toen ik wakker werd en zag mijn man Wouter naast mij zitten. Hij legde zijn hand op die van mij en kneep er zachtjes in. Ik zag de opluchting in zijn glimlach, en zonder iets te zeggen wist ik dat het goed was gegaan. Wouter pakte snel zijn telefoon erbij en liet een foto zien van ons zoontje. Ik zag een enorm klein kindje die, ondanks alle bedrading om zich heen, heel vredig lag te slapen. Het was goed gekomen, en daar was ik enorm dankbaar voor.’

‘Ik wilde niets liever dan uitrusten na zo’n heftige bevalling, maar dat kon helaas niet. Ik werd al na 48 uur na de geboorte van ons zoontje Tobie geopereerd aan mijn ruggenmerg tumor. De artsen vertelden mij dat ik er rekening mee moest houden dat ik mijn armen en benen niet meer zou kunnen voelen. Natuurlijk werd ik daar bang van, maar die tumor moest echt uit mijn lichaam en daar wilde ik voor vechten. Na de operatie bleek inderdaad dat ik mijn benen nog maar een heel klein beetje kon bewegen, maar de tumor was weg en dat betekende alles voor mij.’

Gevangen in het lichaam van een bejaarde vrouw

‘Ik heb drie weken in het ziekenhuis doorgebracht en daarna nog vier weken in en revalidatiecentrum. De weken in het ziekenhuis waren heel intens. Ik moest mijn pijn onder controle krijgen en melk kolven voor Tobie. Maar elke keer als ik in mijn bed reed naar hem, ging die pijn als sneeuw voor de zon weg. Zijn lieve gezichtje maakte mijn hele dag weer goed. Na deze drie weken ging ik naar het revalidatiecentrum. Ik moest leren om weer te kunnen lopen, waar te kunnen schrijven en weer te kunnen vertrouwen op mijn eigen lichaam. Want dat vertrouwen was ik compleet verloren. Ik zeg weleens dat ik gevangen zat in het lichaam van een bejaarde vrouw. Ik wilde een moeder zijn die voor haar gezin zorgde, maar ik bleek degene te zijn waarvoor gezorgd moest worden. En dat frustreerde mij. Ik voelde mij schuldig tegenover mijn gezin omdat ik niet kon zijn wie ik wilde zijn. Maar ondanks dat schuldgevoel kreeg ik van Wouter en de kinderen alle energie om vooruit te kijken.’

Diagnose blaaskanker

‘Ik werd steeds beter en het ging eigenlijk weer heel goed met ons. Maar net toen ik vrede had gekregen met de situatie, kreeg ik de diagnose blaaskanker. Ik was zo klaar met de kanker, maar de kanker blijkbaar nog niet met mij. De angst die ik had bij mijn ruggenmerg tumor leek nu verdubbeld te zijn. Ik was net op de goede weg, zou ik dan alsnog alles kwijtraken? Deze gevoelens blokkeerdenalles wat er om mij heen gebeurde, waardoor ik niet zo goed meer weet hoe wij door deze periode zijn gekomen. We hadden elkaar, en ik denk dat dat ons grootste houvast is geweest.’

De kinderen zijn het geluk

‘Gelukkig is de kanker inmiddels al een tijdje uit mijn lichaam, en ik hoop dat het nu voorgoed wegblijft. Ik werd geopereerd en ik kreeg daarna nog een traject met chemo spoelingen. Het was zwaar om in die tijd twee kleine kinderen te hebben, maar het was ook mijn geluk. Ze waren de reden waarom ik ’s ochtends mijn bed uit kwam, hoe slecht ik mij ook voelde die dag. Vijf jaar geleden was ik zwanger van ons derde kindje en ons gezin is nu meer dan compleet. Ik ben inmiddels volledig afgekeurd, maar dat is ook niet gek na alles wat er gebeurd is. Mijn ziekte heeft veel lichamelijke klachten achtergelaten, maar ik ben gelukkig niet volledig verlamd geraakt. Met pinnen is mijn nek vastgezet en ik mis gevoel in mijn armen en mijn vingertopjes. Ik kan misschien niet meer alles wat een gezond mens van mijn leeftijd kan, maar ik ben er uitgekomen, en daar ben ik trots op.’

Lees hier meer levensechte verhalen:

De overwinning. Actrice Monique Rosier overwon haar eetstoornis: ‘Die 3 kilo dat ik te dik zou zijn werd bijna mijn dood’

Laura zat 40 dagen opgesloten in een psychiatrische inrichting: ‘Ik heb nu nog altijd hulp nodig om dat trauma te verwerken’

Lauri verloor zes jaar geleden haar vader: ‘Soms hoor ik hem zeggen dat hij trots op mij is’