Nacht van de Vluchteling. Titi vluchtte van Eritrea naar Nederland: ‘In de woestijn leerde ik hoe sterk ik ben’

Vanavond is het de Nacht van de Vluchteling en lopen in heel Nederland mensen in het donker om zoveel mogelijk geld op te halen voor vluchtelingen die wereldwijd op de vlucht zijn voor honger en geweld. Daarom delen we vanavond het verhaal van Titi (29), die vijf jaar geleden vluchtte uit het gewelddadige Eritrea. Haar twee kinderen moest ze achterlaten en voor Titi volgde een helse tocht waarbij ze meerdere keren de dood in de ogen keek. De gedachte dat ze op een dag haar kinderen weer zou zien gaf haar de kracht en hoop die ze zo hard nodig had.

‘Ik vind het moeilijk om te vertellen over de reis van Eritrea naar Nederland. Ik heb verschrikkelijke dingen meegemaakt en het doet nog steeds pijn. Mensen gingen dood. In de woestijn van Libië hadden we zo’n dorst dat we benzine mengden met water. Later zat ik op een volgepakte boot, mensen werden doodgedrukt en zelf raakte ik bewusteloos. Tijdens zo’n reis ben je overgeleverd aan mensensmokkelaars. Godzijdank werden we gered door de Italiaanse politie. Ik werd bij hen aan boord gebracht en werd meteen opgenomen in het ziekenhuis omdat ik aan een infuus moest.’

Leger

‘Eritrea is een land zonder vrijheid. Ook als meisje moet je in dienst en dat kan je leven lang duren. Omdat de man met wie ik twee kinderen heb al was gevlucht, kwamen ze me op een dag halen. Ik probeerde samen met mijn twee kinderen te vluchten, maar de mensensmokkelaars zeiden dat ik hen niet kon meenemen omdat ze niet lang genoeg konden lopen. Ik ben toen alleen gevlucht en liet mijn kinderen achter bij mijn moeder, maar werd opgepakt en kwam in de gevangenis terecht. Toen ik vrijkwam ben ik opnieuw gevlucht, alleen. Er was geen andere keuze.

Wat me tijdens de reis overeind hield was de gedachte aan mijn kinderen. Op een dag zou ik hen weer zien. Ik kon niet opgeven, moest door om mijn kinderen te redden. Ik had er zelf voor gekozen om alleen te vluchten, maar ik had hun en mezelf beloofd dat we elkaar weer terug zouden zien. Op de dag dat ik vluchtte, liet ik nog een mooie foto maken van ons drieën. In de jaren die volgden heb ik zo vaak naar die foto gekeken. Eenmaal in Nederland vroeg ik zo snel mogelijk gezinshereniging aan. Samen met Anniek, mijn vrijwilliger van VluchtelingenWerk, kocht ik alvast bedjes voor mijn kinderen. Soms, als ik me verdrietig voelde, kroop ik erin. Dan voelde het net alsof ze al een beetje bij me waren.’

Machteloos

‘De gezinsherenigingsprocedure verliep slopend. Ik video-belde de kinderen elke dag. Dat was fijn, maar gaf me ook een machteloos gevoel. Divorah was vaak ziek. Ze werd steeds dunner. Ik stuurde haar kleine cadeautjes: een mooie barbiepop en snoepjes. “Wanneer breng je me weer mango of cakejes,” vroeg ze vaak. Want in Eritrea nam ik ’s avonds na mijn werk vaak wat lekkers voor haar mee. Zulke kleine dingen miste ik enorm, net als Divorah. Naeb was net twee toen ik moest vluchten, te klein om me echt te herinneren. Hij wilde ook nooit met mij praten als ik belde. “Dat is mama,” zei Divorah dan tegen hem, maar voor hem voelde dat anders. Dat was moeilijk, maar ik begreep het wel.

Uiteindelijk heeft het drieënhalf jaar geduurd voordat de kinderen naar Nederland konden komen. Een erg zware periode. Maar ik bleef hoop houden. Ik geloof in God en bad voor mijn kinderen. Ik kon het bijna niet geloven toen ik hoorde dat ze mochten komen. Toen Divorah me zag op Schiphol, liet ze haar tas en jas vallen en rende ze op mij af. Die armpjes weer op mij heen. Wat had ik daarnaar verlangd.’

Gewoon doen

‘Inmiddels gaat het goed met ons. De kinderen gaan hier naar school en vinden het fijn in Nederland. Hier kunnen ze in vrijheid opgroeien en hebben ze mogelijkheden. Zelf wil ik graag anderen helpen en ik studeer nu voor helpende in de zorg. Mijn Nederlands moet nog wat beter worden, maar ik weet dat ik het ga redden om een baan in de zorg te vinden. Kan niet bestaat niet voor mij. Mensen zeggen vaak: “Hoe doe je dat, als alleenstaande moeder met twee kinderen?” Maar mijn credo is dat ik alles gewoon doe. Ik kan zonder eten en drinken overleven, dan kan ik dit ook. Ik wil positief denken en de tijd die ik heb gemist hier inhalen. Mijn bestaan in Nederland voelt als een tweede leven. Mijn eerste leven was gevaarlijk, hier krijg ik een nieuwe kans. Natuurlijk blijven sommige dingen moeilijk. Dat ik mijn moeder niet kan zien en dat ik nooit meer terug kan naar Eritrea. Maar ik ben sterk.’

Met dank aan VluchtelingenWerk

Lees ook deze levensechte verhalen:

Els overleefde een schipbreuk en werd triatleet: ‘Ik weet nu dat ik de finish altijd zal halen’

Vareen verloor haar moeder en wil daarom nu haar vader ontmoeten die ze nooit heeft gekend: ‘Het is deel van mijn rouwproces’

Anna heeft een open relatie en wil het taboe doorbreken: ‘Voor ons is het een weg om spanning op te zoeken en te kunnen blijven genieten van elkaar

Fotografie Goedele Monnens