Zonder jou. De broer van Tiny raakte 60 jaar geleden vermist op de Willem Barentsz: ‘Ik hoop nog steeds dat iemand het geheim wil openbaren’

In de serie Zonder jou vertellen mensen over het verlies van een geliefde of familielid. Hoe voelt diepe rouw? Wat geeft hen troost? Dit keer het bijzondere verhaal van de Friese Tiny Douma (78), van wie haar broer Jan zestig jaar geleden vermist raakte op de Willem Barentsz.

‘Vijftien jaar geleden was ik met mijn man Henk op reis door Zuid-Afrika. Kaapstad is de plek waar mijn broer in 1961 voor de laatste keer aan land is geweest, na een maandenlange barre tocht in het Zuidpoolgebied. Ik ben opgegroeid in Lioessens, een klein dorpje bij Lauwersoog en vroeger gingen veel mannen uit de Friese dorpen mee met de Willem Barentsz op de walvisvaart. In de zomer werkten ze op het land, maar in de winter viel er in Friesland niets te verdienen en uit armoede gingen ze in de walvisvaart. Als de vangst goed was konden ze goed verdienen: met de bonussen kon het oplopen tot 4000 gulden voor zeven maanden werk. Jan was al vaker mee geweest, maar dat jaar kwam hij niet terug. In Kaapstad voelde ik de nabijheid van mijn broer. Een keer zat ik op een terrasje en kromp mijn hart ineen. Ik zag een man over straat lopen die zo mijn broer had kunnen zijn. Dezelfde blonde krullen, dezelfde blauwe open ogen. Omdat nooit is opgehelderd wat er met hem is gebeurd, blijf je denken dat hij misschien nog wel in leven is. Kon het niet zo zijn dat hij in Kaapstad niet meer aan boord is gegaan? Was hij in Zuid-Afrika een nieuw leven begonnen? Onwaarschijnlijk natuurlijk, maar doordat zijn vermissing nog steeds een groot mysterie is, blijft het in je hoofd spoken. In Kaapstad heb ik geprobeerd om afscheid te nemen van mijn broer. Met een bos rozen zijn mijn man en ik met een boot de zee op gegaan. Op het moment dat de boot moest terugkeren heb ik de rozen een voor een in het water achter gelaten. Zo hoopte ik rust te vinden, zijn schim van mijn netvlies te krijgen. Als ik aan dat moment denk, word ik nog steeds emotioneel.’

Geinen

‘Jan en ik waren twee handen op een buik. Ik had nog drie zussen en Jan was mijn enige broer. Met Jan was het altijd geinen. Als mijn zussen en ik in bed lagen, blies hij bijvoorbeeld stiekem in ons gezicht. En als hij thuis moest voorbidden deed hij dat met zo’n grappige stem dat mijn zussen en ik dubbel lagen. Hij had ook een geheime, zelfgebouwde zender. “Hier is de rode pimpernel, hier is de rode pimpernel,” hoorde ik hem dan zeggen. Hij kon ook goed mondharmonica spelen; die had hij altijd bij zich. Over zijn reizen met de Willem Barentsz vertelde hij nooit veel, behalve dat het werk zwaar en gevaarlijk was en dat ze twaalf uur per dag in de vrieskou moesten werken. Het werk ging altijd door, dag en nacht en het dek van de Willem Barentsz veranderde na de vangst van de eerste walvissen in een slijmerige bloederige ijsbaan en de jongens moesten schoenen met spijkers dragen om te voorkomen dat ze uitgleden. Nederland had al jaren niet op walvissen gevist, maar omdat er na de oorlog vet nodig was, was de walvisvaart nieuw leven ingeblazen. Ik herinner me nog hoe de kleren van Jan stonken als hij thuiskwam. Naar vet en traan, een weeïge lucht. Ik kookte ze dan uit en waste ze met de hand op het wasbord; een wasmachine hadden we thuis niet, maar de vlekken kreeg ik er nooit uit.’

Zelfmoord

‘Wat er met Jan is gebeurd is nooit duidelijk geworden. Eind april, niet zo lang voordat Jan thuis zou komen, kwam mijn ome Arjen langs. Hij was de ouderling in de familie en volgens de traditie was het zijn taak om dingen te vertellen als er iets gebeurde. “Ik heb geen goed nieuws”, zei hij. “Je broer is vermist.” Hij vertelde dat Jan ergens voor de kust van Senegal, de Willem Barentsz was al op de terugreis, op een ochtend niet meer op het schip was en vermist werd. Zijn klompen, pet en harmonica hadden nog naast de reling gelegen, maar van Jan was geen spoor. De Willem Barentsz was nog terug gevaren om hem te zoeken, maar hij was niet gevonden. Dat was het enige wat er bekend was. Ik was in schok, mijn broer vermist, hoe kon dat? Maar meer was er niet over bekend en ik heb er toentertijd ook nooit meer over gehoord. Naar mijn weten is er nooit een onderzoek uitgevoerd of een officiele verklaring gekomen. Ik weet nog dat de jongens die op het schip hadden gezeten een paar weken later terugkwamen in het dorp, maar niemand vertelde me iets. Een keer vroeg ik aan een kennis die ook was mee geweest wat er toch met mijn broer was gebeurd, maar die zei dat hij er niks over te zeggen had en dat hij het misschien zelf wel had gedaan. Ook een andere man zei een keer zoiets, dat hij op de reling van het schip mondharmonica had zitten spelen en misschien wel was gevallen. Maar anderen zeiden weer dat die reling veel te hoog was en dat er nooit iemand op zat. Een oom van mij was zijn hutmaat, maar ook die liet nooit meer iets horen. Zijn spullen werden naar zijn vrouw gestuurd, maar wij kregen die spullen nooit te zien. Mijn vader is nog bij haar geweest om te vragen of ze meer wist, maar ook zij zei niet meer te weten. Iedereen gaf ons eigenlijk dezelfde boodschap: we moesten het maar achter ons laten.’

Jan Douma links in wit hemd

Zwijgen

‘Zo heb ik jaren geleefd met een hoofd vol vragen. Ik miste mijn broer ontzettend en vond het vreselijk dat niemand over hem sprak. Het was zoals het in Friese dorpen vroeger ging; over dit soort dingen werd niet gepraat. Vaak had ik het gevoel dat mensen me ontweken. Als ik bij de bakker kwam viel het dan bijvoorbeeld stil; ik was de zus van die vermiste jongen. Omdat mijn moeder twee jaar daarvoor ook was overleden lag er een smet op onze familie. Dat hij zelfmoord gepleegd zou hebben, zoals sommigen suggereerden, geloofde ik niet, daar was Jan veel te vrolijk voor. Vanuit Kaapstad had hij nog een brief gestuurd waarin hij schreef dat hij zo’n zin had om zijn zoontje weer te zien. In 2008 heb ik samen met mijn zussen geprobeerd uit te zoeken wat er met Jan was gebeurd, want het is ons al die jaren blijven dwars zitten. Hij kon toch niet zomaar overboord zijn geslagen? Er kwam een artikel in de Telegraaf en Vermist pikte de zaak op; ik ben nog met mijn zussen in het programma geweest. Een aantal mensen hebben toen dingen verteld. Zo vertelde een oud-opvarende tegen De Telegraaf dat de Friezen aan boord die avond fikse ruzie hadden. In Kaapstad was veel drank ingeslagen en regelmatig vlogen de Friezen aan boord elkaar in de haren. Tegen Vermist vertelde een vrouw dat haar inmiddels overleden man, die ook op de Willem Barentsz had gevaren, haar een keer had verteld dat die Jantje zo slecht aan zijn eind was gekomen. “Ze waren allemaal dronken en hebben toen van ketelbinkie gedaan. En zo is hij hoepla overboord gegaan”, zou haar man gezegd hebben. Vermist ging ook langs in Anjum, een dorp vlakbij Lioessens waar nog veel oud-walvisvaarders wonen, maar elke deur werd voor de cameraploeg dichtgeslagen. Niemand wilde iets zeggen.’

Wroeging

‘Het is misschien gek, maar nu, zestig jaar later, krijg ik nog steeds tranen in mijn ogen als ik aan mijn broer denk. Ik heb nooit afscheid van hem kunnen nemen en ik kan ‘s nachts nog steeds wakker liggen van de vraag wat er met hem is gebeurd. Ik kan er geen vrede mee krijgen dat hij officieel nog steeds vermist is. Ik weet dat er mensen zijn die meer weten, en ik vind het vreselijk dat zij dat ons nooit hebben willen vertellen. Ik ben bang dat ze het geheim mee in hun graf nemen, want de meesten zijn inmiddels in de tachtig en ik weet dat een Fries blijft zwijgen als ie eenmaal zwijgt. Mijn grootste hoop is dat iemand die erbij was wroeging krijgt en ons alsnog vertelt wat Jan is overkomen. Mijn broer zal ik er nooit meer mee terugkrijgen, maar het zou me toch rust geven als ik het wist. Zodat ik alsnog echt afscheid van hem kan nemen.’

Krulletjes

‘Op mijn kast heb ik nog altijd zijn foto staan. Het bijzondere is dat mijn broer sprekend op mijn jongste zoon lijkt. Anders dan de hele familie, die gewillig maar stijl haar heeft, heeft mijn zoon net als mijn broer fijne krulletjes. Toen ik zwanger was dacht ik elke dag: laat hem op mijn broer lijken en ze zijn als twee druppels water. Ik heb hem naar mijn broer vernoemd, tegen de Friese traditie in, waar je kinderen naar hun opa’s en oma’s vernoemd. Ook qua karakter lijken ze op elkaar, ze hebben allebei dat opene en vrolijke en ze eten zelfs hetzelfde; mijn broer prakte ook altijd alles door elkaar. Ik kijk nog vaak naar de foto van mijn broer en dan zou ik nog steeds zo graag willen dat hij nog bij me was.’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees hier meer afleveringen van de serie Zonder jou:

Zonder jou. De man van Desirée besloot na zijn herseninfarct tot euthanasie: ‘Allard wilde zo niet leven’

Zonder jou. Ambulancechauffeur Annemiek trof tijdens haar dienst haar verongelukte zoon: ‘Hij reed zonder rijbewijs in de auto van mijn ex’

Zonder jou. Joke verloor haar zoon toen die werd aangereden door een bejaarde man: ‘Van zijn familie mocht hij de weg niet meer op’