fbpx

Fien over haar redderssyndroom: ‘Anderen altijd gelukkig willen maken is soms niet zo gezond’

Als kind wilde Fien al elk dood vogeltje redden en nog steeds heeft ze de neiging om voor anderen te willen zorgen en er alles aan te doen om de ander gelukkig te maken. Een mooie eigenschap dat redderssyndroom, maar soms is het niet zo gezond, beseft Fien. 

Mama heeft het er nog vaak over: het nagenoeg dode vogeltje dat ik ’s avonds een keertje als tiener vond op straat toen ik een rondje liep met onze hond. Hij bewoog nog een beetje, het was een jonge duif. Ik keek er naar en kon hem niet aan zijn lot overlaten. Dat hulpeloze diertje dat pijn had en eruit zag alsof ie zei: neem me mee. Dus dat deed ik. Ik legde hem in een schoenendoos met een warme doek en heb mama gedwongen om vanuit Amersfoort naar de vogelopvang in de buurt van Woudenberg te rijden om hem te laten helpen. Het vogeltje overleed onderweg, maar toch wilde ik gaan. Misschien hadden we het verkeerd gezien? Stond ik daar rond een uur of negen ‘s avonds, in het pikkedonker bij een meneer die me vertelde dat hij echt niks meer voor mijn duifje kon doen.

Een lieve eigenschap?

Het is een exemplarisch voorbeeld voor mijn ‘zorgstand’ zoals mama het noemt. Dat is denk ik lief omschreven want ‘redderssyndroom’ is denk ik meer op zijn plek, maar klinkt zo narcistisch. Je zou kunnen zeggen dat het iets liefs is, deze eigenschap. Dat is het natuurlijk ergens ook wel – maar het is ook een valkuil. Die zorgstand heb ik namelijk ook in relaties. Ik werk mezelf altijd in de situaties waarin ik nodig wil zijn voor iemand. Iets wil betekenen. Als ik iemand gelukkig kan maken, of een fijn gevoel kan geven, dan ga ik over al mijn eigen grenzen heen om te zorgen dat me dat lukt. Voor die ander – heb ik lang gedacht. En daar zit ook een kern van waarheid in, maar er is dus ook een andere kant. Ik voel me namelijk zelf gelukkig, of erkend, als ik iemand kan helpen of er voor iemand kan zijn. In gezonde situaties is dat heel fijn, maar in situaties waarin het dode vogeltje een symbolische vergelijking is, is dat niet zo gezond. Voor mij niet, maar voor die ander ook niet. Die hou je er namelijk best mee in een houdgreep.

Bestaansrecht

Ik heb het niet alleen over liefdesrelaties hoor, ook over vriendschappen. Het heeft echt lang geduurd tot ik begon in te zien wat mijn patroon is in het aangaan van relaties. Bij de een komt het meer tot uiting dan bij de ander, maar het is er altijd. Waar het vandaan komt, weet ik nog steeds niet zeker eigenlijk. Ik heb er veel over nagedacht, maar zelfs mama komt niet verder dan de praktische voorbeelden waarin het zich openbaarde vanaf dat ik klein was. Altijd maar dingetjes organiseren voor de buurtkinderen, zodat ze leuke spelletjes hadden om te doen. Misschien dat het te maken heeft met een diepgegronde onzekerheid. Van het jezelf niet goed genoeg voelen als individu en dus altijd de erkenning willen halen uit de reactie van een ander. Het zou ook te maken kunnen hebben met een manier van bestaansrecht creëren. Mama vertelde me namelijk ook toen we het hier laatst over hadden, dat ik haar vroeger vaak vroeg: ‘Ben je wel blij dat ik er ben?’. Of: ‘Waarom ben ik er eigenlijk?’

Man met issues

Ik keur het niet goed of af. Het is er gewoon en ik ben nu eenmaal iemand die zich altijd dingen af blijft vragen, ook over mezelf. Ik vind het interessant om te bekijken of situaties waar ik altijd in lijk te vallen, niet eigenlijk heel logisch verklaarbaar zijn. Zoals dus bijvoorbeeld met die relaties. Dat ik dan weer iemand ontmoette met een super heftig verhaal of issue bijvoorbeeld. Dat is nu eenmaal mijn trigger en vaak zie ik het niet op het moment zelf, maar openbaart het zich in het verdere verloop van het contact. Ik denk ook niet perse dat het erg is. Bovendien hebben mensen rond mijn leeftijd bijna altijd wel een verhaal dat ze met zich meebrengen. Sommigen zitten daar minder mee dan anderen, maar het is er wel vaak. Ik vind het lastig om daar geen onderdeel van uit te maken. Mijn valkuil ligt echt in het stukje: ook dat er gewoon laten zijn. Wanneer luister je naar iemand en wanneer probeer je het op te lossen? En als je dan samen praat over iets dat iemand als probleem ervaart, hoe kun je iemand dan wel steunen zonder alles over te willen nemen? Het ‘voor iemand moeten oplossen’, is iets dat ik mezelf opleg. Waar de ander vaak niet eens om vraagt. Maar wel de faciliterende rol van een scheeftrekkende relatie waar ik dus de aanstichter van ben. Terwijl ik voorheen nog weleens kon denken: iedereen wil ook altijd dat ik alles voor ze oplos en ik moet altijd voor iedereen klaar staan. Nu ik ouder word en dat meer in zie, kan ik ook vragen hoe de ander dat ervaart. En vaak kom ik er dan achter dat het dus iets is dat ik zelf verzin. Dat ik de wereld niet op mijn schouders hoef te nemen, en dat ik zelf zorg dat iemand uiteindelijk meevaart op mijn bootje dat zo graag een veilige haven wil zijn. Waarschijnlijk om te zorgen dat iemand niet bij mij weggaat, bedenk ik me nu ik dit opschrijf.

Misschien is dit verhaal een beetje vaag. Abstract. Niet helemaal te volgen. Maar het is wel precies waar ik nu mee bezig ben in mijn ontwikkeling. Ik zou me dan nu ook kunnen afvragen waarom ik deze verhalen deel, is dat niet ook om iets te kunnen betekenen? In ieder geval vind ik ontwikkeling iets moois. Vragen stellen om jezelf beter te leren kennen. De antwoorden heb ik nog niet, maar ik ben in ieder geval blij dat ik het inzie. Zo kan ik situaties die ik op die manier zelf moeilijk maak, sneller herkennen en bespreekbaar maken.

Qmusic radiopresentatrice Fien Vermeulen overleefde lymfklierkanker en wil mensen nu inspireren op het gebied van gezondheid, geluk en survivallen. Elke twee weken schrijft ze een blog voor wendyonline.nl. 24 september verscheen het boek van Fien: Het Regent Zonnestralen. Kijk voor meer informatie op de site.

Meer mooie verhalen van Fien lees je hier.

Volg ook het inspirerende instagramaccount van Fien.

(Visited 1.112 times, 17 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief