fbpx

Chantal draagt Barbara Straathof altijd met zich mee

Door: Ruby

Foto: Chantal Lefeber en Moon Jansen

Op haar lievelingsdag, die van kerstavond, overleed zangeres Barbara Straathof, drie jaar geleden alweer. Haar vrouw Chantal Lefeber vertelt hoe haar liefde voortleeft. ‘Geen dag dat ik niet aan haar denk.’

Het was 2012, de Blind Auditions van The Voice of Holland. Daar stond ze ineens voor de neus van Wendy van Dijk. Die dacht: wat doet mijn productie-collega van Obese hier nou, en riep: ‘Bar?! Doe je soms mee?’ Even later zette Barbara Straathof Make You Feel My Love van Adele in en draaiden Marco Borsato (meteen), Trijntje Oosterhuis (meteen), Nick & Simon en Roel van Velzen allemaal hun stoel. A star was born.

Lievelingsdag

Nu staat het portret van Barbara in het huis van Wendy voor een brandend kaarsje en herinnert die laatste zich hoe mooi Barbara het nummer van Adele zong tijdens het huwelijk van Wendy en Erland op Ibiza, september 2014. ‘Ze zong toen ook nog haar eigen versie van Matrimony van Gilbert O’ Sullivan, omdat mijn vader dat vroeger altijd draaide. Heel bijzonder.’ Wendy en Barbara voelden zich verbonden. ‘Door het happy-gen. Bar was een fantastische, optimistische, slimme vrouw met een feilloos gevoel voor humor.’

Dat laatste schreef Wendy vlak na kerstavond 2016. 24 december, de dag waarop Barbara Straathof zich altijd verheugde, dan kon ze zo lekker de winkels afstruinen, op zoek naar kerstboodschappen. Haar grote liefde Chantal glimlacht. ‘Een jaar ervoor had ze nog op een filmpje geroepen: “Kerstavond is mijn lievelingsdag!” Niet wetende dat ze een jaar later op de ochtend van 24 december zou overlijden.’

Gelukkige jaren

Het is inmiddels drie jaar later. Chantal Lefeber schuift heen en weer op haar stoel in haar makelaarskantoor in Lisse. ‘Dit wordt door dit gesprek een moeilijke dag. Maar ik wil heel graag vertellen over Bar.’

Ze waren acht jaar zo gelukkig geweest. Als ze over die jaren praat, glinsteren haar ogen. ‘Het gebeurde in de zomer van 2008, op een feest in Bloemendaal. Ik was daar met mijn toenmalige vrouw. Ineens: bliksem. Ik kon er niet voor weglopen. Daar was ze: Barbara. Het voelde als falen, ik vond het helemaal niet leuk om te scheiden, maar dit, met Bar, sprak me aan in mijn hart. Ging overal dwars doorheen. Zij maakte dat ik mezelf liever en leuker vond, op een niveau waarop ik dat voorheen nooit zo had ingeschat. Het was zo’n geluk dat wij samen kwamen, we hebben zo’n lol gehad en iedereen wilde bij ons horen. Dat zat in haar. En blijkbaar ook in mij.’

Barbara, geboren in Libanon, kwam als baby naar Nederland. Chantal: ‘Ze was echt een adoptiemeisje. Helaas zie je dat die toch vaak een tik van de molen hebben. Bar had vreselijke verlatingsangst. Na zes weken bombardementen was ze hiernaartoe gehaald. Bij iedere sirene die ze later hoorde, was er blinde paniek. Ze was altijd bang om weggestuurd te worden en wapende zich ertegen. Ze wist precies hoe ze binnen een half uur haar koffers kon pakken en weg kon zijn. Hoe goed wij het ook hadden, zij had dat plan altijd paraat. Ze was de clown, diep van binnen, maar ook omdat ze voelde: ik moet extra mijn best doen om te mogen blijven.’

Yin en Yang

Chantal had weleens zorgen als ze zag hoe Barbara altijd maar weer iedereen knuffelde. ‘Ze gaf en gaf en gaf. In alles. Ze liet zich leeg zuigen. Mensen kwamen haar warmte halen. Bar had er zo veel van.’

Wendy herinnerde zich hoe de gezette Barbara er totaal niet mee zat dat ze productie deed voor juist het programma Obese. ‘Dat vond ze wel een goede grap. Ze zei: “Ja, Wen. Ik zal ze wel effe vertellen hoe het moet!”’ Chantal: ‘Oorlogskinderen eten vaak meer, zijn aan de maat. Ze zag zichzelf niet dik. Ik zag dat wel, maar dat verdween, omdat ze geen van de ongemakken had die je kon verwachten. Zij fietste mij door de hele stad, ik achterop, ze was totaal niet futloos, had geen kortademigheid, ze had bizar veel energie.’

Die energie zorgde ervoor dat het alle dagen een feestje werd, ‘een vrolijke, mooie tijd. Acht jaren feesten, lachen, liefde. Ik was haar baken, haar veiligheid. Bar zei: “Jij lijkt op mijn overleden vader. Die rust. De zekerheid.” Bar was mijn leven. Zij liet mij leven. Ik had altijd gedacht: mijn zaak, werken, daar draait het om. Zij leerde mij vanuit mijn hart te leven en ik leerde haar niet alleen maar vanuit het hart te leven. We waren Yin en Yang.’

barbara en chantal

Griep

Geen vuiltje aan de lucht. Nooit. Het leven een dikke tien. Chantal: ‘We waren op een cruise naar Toscane geweest, daarna ging Bar op tournee met Rudolph van Veen, hij kookte, zij zong. Kerstnummers. Dat was druk. Daarna was ze moe. Logisch. Toen kreeg ze griep. Verklaarbaar. Het was herfst. Maar ze herstelde niet, dus dachten we: toch maar even bloed prikken. Nou, haar bloed was prima.’

‘Achttien keer.’ Ze slikt. ‘Achttien keer hebben ze bloed geprikt. Nooit iets gezien, nooit iets gevonden. Op een gegeven moment dachten ze dat Bar een verstopping in de darmen had. Laxeren dus. Hielp niet. Omdat een darmonderzoek lastiger was dan een echo maken van de baarmoederhals kozen ze voor dat laatste. Wederom: prima.’

Als een kerstboom

De winter trok voorbij, het werd maart 2016. Barbara bleef ziek. ‘Toen zeiden de artsen: toch maar eens naar de darmen kijken. En kwam er een internist die een MRI-scan deed. Die zag het. Een stukje eierstok dat anderhalve centimeter hoorde te zijn, was elf centimeter. We hoefden geen kinderen, dus we zeiden: “Oké, hup, eruit met dat ding en weer door.” Maar toen deden ze de PET-scan. Dan gooien ze er een suikerdrankje in en lichten de kankercellen op. Barbara zei: “Ik licht op als een kerstboom.” Van hersenen tot heupen, het zat overal. Eén grote vlek aan tumoren.’

Ik. Ga. Genezen.

Het bleek uiteindelijk baarmoederkanker met heel veel uitzaaiingen. De artsen waren helder. ‘Ze zeiden: “We kunnen je niet beter maken. We gaan je leven zo leefbaar mogelijk rekken. Dat is niet gelukt. De uiteindelijke diagnose is veel te laat gesteld.’

Na een korte pauze: ‘Ik had een probleem. Bar ging niet dood. Die wist zeker: “Ik. Ga. Genezen.” Mensen om haar heen gingen meepraten: “Jij wordt beter.” Maar ik hoorde wat de artsen zeiden. En ik was niet gek. Bar pluisde alles uit, ook in het buitenland, “grenzeloos zoeken” noemde ze dat. Begrijp me goed: ik had al mijn geld willen besteden aan een immuuntherapie, ik wilde die zelfs illegaal kopen in Duitsland. Maar Bar zei: “Laten we eerst naar Leuven gaan, daar zijn ze ook heel ver en is het wel legaal.” Bar was van het vertrouwen in de mens, ik ben van alles op rood. Maar we waren hoe dan ook kansloos.

Wendy was de eerste die tegen haar zei: “Lieverd, ik heb het met mijn vader meegemaakt, je moet óók een beetje geluk hebben.” Bar had geen geluk. Een vroege, juiste diagnose, dat was geluk geweest. Natuurlijk, je hebt wilskracht nodig, energie nodig, mindset, allemaal. Maar Bar zei: “Ik ben sterker dan kanker.” Nee, zo werkt dat niet.

We gaan applaudisseren als mensen kanker overleven, maar wat als mensen eraan sterven, zijn het dan slappelingen? Ik vind het mooi wat Maarten van der Weijden zegt, dat je niet van kanker kunt winnen. Als ik Bar zag, dacht ik vaak genoeg: jaja, stay strong, maar lieve schat, je botten storten in waar we bij zitten. Het was onbespreekbaar, niemand mocht het aanroeren. Tot het moment dat ze stierf, was ze ervan overtuigd dat ze het ging overwinnen. Vaak zei ze, als de dag slecht begon: “Als ik in de ochtend pijn heb, wil dat nog niet zeggen dat ik het in de middag ook heb.” Heel heftig vond ik het, heel verdrietig. Ze zeggen dat je in Nederland geen pijn hoeft te hebben, nou, ik heb nog nooit zo veel pijn gezien. Kanker is heel gemeen.’

Stempel

Barbara dacht enkel in positieve energie. ‘Tot tien dagen voor haar overlijden zaten we nog in België voor een behandeling. Daar waren ze heel goed voor de patiënten. Het was er altijd zo heet. Ze zeiden: “Voor ons is dat niet fijn, maar voor de mensen wel.” In België zijn de ziekenhuizen heel goed voor de patiënten, hier zijn ziekenhuizen heel goed voor de artsen.’

Chantal en Barbara waren inmiddels tot een andere onthutsende ontdekking gekomen. ‘Zodra je in Nederland het stempel “ongeneeslijk” krijgt, komt er een prijskaartje om je nek. In Bars geval mochten ze niet meer dan 30.000 euro per jaar aan haar behandeling uitgeven. Dus als heel goede medicijnen 80.000 kosten? Dan krijg je het niet. Ze vertellen het niet, maar ze geven dus middelen die zeer beperkt zijn. Dat zorgt ervoor dat je je heil gaat zoeken in het buitenland.’

Engel des doods

Eén keer kregen ze ruzie. ‘Ik wilde weten wat ze wilde als ze was overleden. Werd ze boos: “Ik zet het wel in mijn telefoon.” Ik vond vier regeltjes met wensen. Cremeren, niet begraven. Een klein beetje as in sieraad voor Chantal en vrienden, voor mijn moeder en is er over? Dan in de zee. Ze had haar muziekkeuze opgeschreven en vroeg om gin tonic met munt en ijs en frambozen om te proosten op haar.’

Op 23 december 2016 kreeg Barbara meerdere epilepsieaanvallen. Jeroen, de privéverpleger die ze inmiddels in huis hadden, trok zijn jas uit en ging niet meer weg. ‘Euthanasie mocht niet; Bar wilde niet dood. Maar ik heb ingegrepen. Het was klaar, ze dreigde een kasplantje te worden en dat gunde ik haar echt niet. Binnen de marge van de wet zijn we de morfine gaan opbouwen in combinatie met Dormicum, een slaapmiddel. Achttien uur lang hebben we haar rustig in laten slapen. Dankzij Jeroen werd ik in die achttien uur niet gek. Hij zei steeds: nu gebeurt er dit, nu kan dit gebeuren, schrik niet als zus en zo gebeurt.

Langzaam iemand dood zien gaan, is niet mooi. Het hart en de hersenen zijn heel sterk, de rest sterft al af. Eigenlijk gebeurt dat bij iedereen, maar niemand heeft het erover. Het was zo fijn dat Jeroen er was, een grote buddha vol tattoos. Mijn engel des doods. Hij zorgt ervoor dat degene van wie je zo houdt, op de meest vreedzame manier gaat. Zonder hem had ik het niet gered. Ik zeg heel eerlijk: euthanasie was veel mooier geweest. Je geeft iemand een kus en ze slaapt in. Ik heb vaak gedacht: waarom moet iemand zo vechten? Op een gegeven moment kan iemand niet meer slikken, krijgt geen adem meer…’

‘De eerste maanden voelde ik me een soort moordenaar. Maar gelukkig had ze één ding wel gezegd: dat ze geen kasplantje wilde worden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: ik kon ook niet meer. Ik wilde niet meer. Daar heb ik last van gehad; het idee dat ik mijn eigen rust voor had laten gaan. Maar ik gunde haar de pijn niet en ik gunde mezelf rust. Er was geen redden meer aan.’

Ze huilt. ‘Dit blijft lastig, je ziet het.’

Crematie

De crematie was groots en in de geest van Barbara. Mathilde Santing zong prachtig, op grote schermen zong Barbara zelf. ‘Ik was toen gezegend met alle tv-contacten die we inmiddels hadden. Het was heel mooi, 1300 mensen, iedereen hield van haar. Een klein productieteam had alle lijnen uitgezet, bij Endemol hadden ze een heel team erop gezet. Het was zo liefdevol, dat spatte van het scherm af. Ik vond het zo fijn voor Barbara, dit was wat ze verdiende. Aan het eind pakte ik de portretfoto van het podium en liep naar buiten. Alleen. Ik ben niet tussen de mensenmassa gaan staan. Na de roes, de energie, kwam er een diepe vermoeidheid.’

Opstaan en doorgaan

Het eerste jaar na Barbara’s dood? ‘Dat ervoer ik als heel zwaar. Burn-out-achtig. Werken ging nog net, de rest niet meer. Het tweede jaar voelde ik me opklimmen. Werd ik lichter in mijn hoofd. Er kwam een nieuwe relatie, ik begon het leven weer te leven. Durfde dat weer aan, ook door heel lieve mensen om me heen. Mijn ouders hebben heel goed voor me gezorgd. Ik ben 47, mijn vader 78, mijn moeder 73, ze waren er. En ik ben heel lief geweest voor mezelf. Ik gunde mezelf een personal trainer voor drie dagen per week, ik gunde mezelf vrije tijd, ben op wintersport gegaan, een safari in Zuid-Afrika met mijn ouders. Ik wilde niet meer boos zijn, maar zacht voor mezelf.

‘Ik ben trots dat ik geen zure weduwe ben geworden. Geen alcoholist. Ik ben nog blij in mijn hoofd en ik hoor Bar elke dag, ik luister naar haar muziek, kijk naar haar vlogjes, kan er ook weer om lachen. Ze had nog zo veel meer moeten zingen, dat is wel jammer. Er is nog steeds geen dag geweest dat ik niet aan haar denk. Maar het is niet meer zo als in het eerste jaar toen ik elke dag huilde. Dat is gelukkig voorbij.

‘Moe, boos, verdrietig, alle emoties die erbij horen, daar moet je doorheen. Met sporten en goed eten is het me gelukt. Ik ben sterk en vind dat fijn, dat zou Bar ook fijn hebben gevonden. Zomer 2018 voelde ik weer: ik ben er.

‘Er moesten ook wat mensen weg, die gingen hun eigen verdriet op mij vergroten. Daar werd ik gek van. Ik had de durf mensen op te zoeken die me konden laten lachen. Dat was echt een les.’

Happy buddha

De legacy van Barbara Straathof, die is duidelijk voor Chantal. ‘Ze heeft een andere manier van kijken naar de wereld achtergelaten. Vanuit je hart en niet vanuit je hoofd. Haar album heette niet voor niets Nothing but love. Mensen zijn liefde, daar was ze van overtuigd. Ik zei weleens: “Nou, Bar, niet alle mensen.” Dan zei ze: “Jawel. Allemaal.” Zo was ze. Een happy buddha. Toen ze ziek werd, een kaal hoofdje kreeg, werd ze echt een buddha.

‘Ik draag haar nog overal. In mijn tattoos, in mijn sieraden. De as die over is, strooi ik op belangrijke plekken uit. Zij hoort over de hele wereld. Ibiza, Libanon, ik breng haar overal heen. En er blijft iets van de as thuis. Het is zo fijn haar daar nog te hebben.’

Klik hier voor meer power stories.

Heb jij ook een mooie powerstory? Stuur dan een mail met jouw verhaal naar online@wendymultimedia.nl.

Volg voor meer inspirerende verhalen het Instagram account @powerstoriesnl, powered by WENDY.

View this post on Instagram

Dorine leerde haar trauma verwerken en overwon de gevolgen. 'Ik zakte door mijn benen heen. Van de ene op de andere dag raakte ik letterlijk en figuurlijk verlamd. Alle onderzoeken wezen uit dat mij fysiek niets mankeert. In dat soort gevallen ligt de oorzaak meestal bij een trauma uit het verleden, posttraumatische stress. Ik krijg de diagnose conversiestoornis. Met behulp van een fysiotherapeut oefen ik met lopen en met een psycholoog ga ik aan de slag met traumaverwerking. Ik trek een beerput open, waar een enorme lading shit onder blijkt te zitten. Niet alleen een trauma, maar ook de nodige negatieve overtuigingen die me vertellen dat ik niet de moeite waard ben. Met vallen en opstaan leer ik opnieuw lopen. Na een jaar kan ik weer lopen, weliswaar met ondersteuning, maar in elk geval zonder rolstoel. Dat was nooit de verwachting geweest. Het dringt op dat moment nog niet tot me door hoeveel kracht en doorzettingsvermogen ik heb getoond. Mezelf waarderen leer ik namelijk pas veel later. Iets aardigs over jezelf zeggen blijkt veel moeilijker dan leren lopen. Het gaat met ups en downs. Het is allemaal niet vanzelfsprekend. En dat realiseerde ik me toen ik vijf jaar na mijn verlamming de Marikenloop loop. Huilend ren ik tussen de andere vrouwen, want na bijna 5 km komt de finish in beeld en weet ik dat ik het ga halen. 5 km in 35 minuten. Niet slecht voor een lamme, denk ik met een knipoog bij mezelf. Als ik over de finish kom, ga ik stuk van alle emoties die ik voel, de pijn die ik heb moeten voelen, de schaamte die ik heb gedragen, de wilskracht die ik heb getoond, de overwinning. In dat moment weet ik: ik ben onbeperkt. Een trauma laat zich niet wegstoppen. Het is er, het ligt opgeslagen in je lichaam, het verstikt je, verlamt je. Overleven is iets anders dan leven. En om te leren leven moet je je demonen onder ogen komen. Dat is wat ik heb gedaan en ik zou niet meer terug willen.' #POWERSTORIES #verhalendelen #inspireren #traumasurvivor

A post shared by POWERSTORIES (@powerstoriesnl) on

(Visited 56.356 times, 1 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief