Overgang, empty nest, weinig werk door corona: styliste Sabine zocht haar toevlucht in witte wijn: ‘Ik dronk twee flessen per dag’

In het leven van styliste Sabine is niks meer hetzelfde. ‘Maar dan ook niks.’ Overgang, empty nest, huis weg, veel werk door corona weg en als klap op de vuurpijl: man weg. Toch ziet ze er beter uit en voelt ze zich fitter dan in tijden. Er is immers nog iets weg. De fles. Ongemerkt drong drank steeds meer haar leven binnen, tot Sabine vaak wel twee flessen witte wijn per dag dronk.

Alle moeders zullen het herkennen. De jaren van het gelukzalige zorgen. Luizen kammen. De geur van chloor bij eindeloze zwemlessen. In het hoofd maalt het: hebben ze nieuwe regenjasjes nodig, zijn ze wel op tijd bij de sport, eten ze goed, wanneer gingen ze ook alweer logeren bij oma? Bij het sluiten van de dag was je steevast doodmoe, maar altijd regende het dan schouderklopjes. Althans, in je hoofd. Het was toch weer gelukt allemaal.

Sabine, moeder van twee prachtige meiden, zeg maar gerust jonge vrouwen inmiddels, weet er alles van. Tutti per i bambini. Ineens is het dan over. Empty nest. Precies dat kwam altijd al als een donkere wolk op haar af, ook omdat ze wist wat de afspraak was. De vader van de twee had haar de jaren na de scheiding in het oude huis laten wonen, maar als de meiden op eigen benen kwamen te staan, zou Sabine moeten verhuizen, dat was de deal. Dat mooie huis op het Amsterdamse Prinseneiland, waar alle herinneringen lagen en de stemmen van verrukking nog nagalmden, dat huis vulde zich nu met dozen. Het was voorbij.

Kinderen weg, huis weg en zelf was ze ook weg. De overgang, de hormonen, allemachtig wat een transformatie. Als ze in de spiegel keek, zag ze haar schoonheid verdwijnen en een nieuw soort puberteit, vol onzekerheid en twijfel, uit haar ogen spatten. Toen moest de coronacrisis nog komen. Plots zweeg haar telefoon. Shoots met styling was er even niet bij, contactberoep toch, je wist maar nooit met die besmettingen. Haar creativiteit vertrok, het perspectief was weg, de spaarrekening holde sneller dan het licht naar nul. Gelukkig had ze haar gevoel voor humor nog.

Jezelf kwijt zijn

Er waren er zo veel in de war geraakt, dus soms dacht ze: ach. Komt wel goed. Ging ze met zo’n groepje in de buitenlucht aan elastieken trekken, leuk. Met hormoonpillen kreeg ze dat heel labiele heus wel voor een fiks deel weg. En wat haar man betrof, die had ze met een vette knipoog het boekje Wen er maar aan van Maike Meijer gegeven, een van de vele sisters in de overgang. Maar ze merkte het al: hij begreep er weinig van, hij was jonger, zijn vrienden hadden geen vrouwen van rond de vijftig.

Waarom was ze zo veranderd? Waarom was ze de vrolijke, grappige, levenslustige Sabine kwijt? Ze wist dat al die oorzaken, die ze graag oplepelde, de diepste reden verbloemden. Het was de drank die het hem deed. En ze moest eerlijk zijn: dat was al jaren zo. Eerst was het gewoon leuk, weetjewel. Ging het ergens gezellig worden? Sabine was de eerste die de fles opentrok. Geen trillende handjes, geen gekke dingen, ze werd er niet moe of vervelend van, gewoon lekker doordrinken. Maar nu was het anders, door die corona. Feestjes had je niet meer, verveling wel. De eeuwige drukte week voor een schreeuwende stilte. Jarenlang lag haar huis vol briefjes als ‘Tandarts bellen’, omdat ze door haar hectische bestaan van alles vergat. Dan pakte ze zo’n briefje, dacht ze: o ja!, en hup, actie. Nu keek ze dagenlang naar zo’n briefje en werd de tandarts bellen het event van de dag. Zo weinig prikkels. Ging ze thuis maar de bestekla op alfabetische volgorde leggen, alle Netflix-series kijken. Keek ze op de klok en was de dag nog lang niet om. Als ze het ging uitrekenen, kon ze pas na een uurtje of zeven naar bed. Nou. Wijntje dan maar? Even ontspannen. Ging ze neuriën, zingen, zich lekker voelen. Nog eentje dus. Nooit de gedachte van: wacht even Sabine, nu ook wat water nemen, welnee, glas nummer drie, fles nummer twee, half negen toch wel moe naar bed. Fijn. Ze hoefde dan nergens meer over na te denken. Roes.

Haar man, met wie ze wel haar liefde maar niet haar huis deelde, moest alleen niet ’s avonds langskomen. Dan werd ze listig. Eén verkeerde opmerking van hem en dan ging ze, met dat vingertje: jij, jij, jij! Heel naar. Kwade dronk.

Dus ja. Ineens was het er. Een patroon. Elke dag dronk ze met dat kleine, tengere lijfje van haar twee van die flessen. Eten hoefde je dan ook niet meer, geen zin aan. Ja, wat toastjes. Niet zo gezond, wel lekker. Ze wist het dondersgoed. Door alle veranderingen in het leven had ze de bodem bereikt, maar nu was ze aan het afdalen naar een diepe, zwarte kelder. Ze zei tegen zichzelf: ‘Sabine, jij hebt een alcoholprobleem.’ Die erkenning, daar had ze het lef voor. En dat werd haar redding.

Wachtlijst

Als jonge blom had ze groots en meeslepend op hoog niveau gedanst. Haar temperament en vurigheid zijn die van een topsporter. Je knalt omver, je staat weer op. Sabine ging er tegenaan. Ze beende naar de huisarts. Die zei: ‘Ach, mevrouw, iedereen heeft last van deze coronatijd. Iedereen is zo depressief.’ Kon ze weer naar huis. Na een tijdje keerde ze terug: ‘Hallo, ik wil echt geholpen worden.’ De huisarts keek ervan op en mompelde: ‘Kick your Habits, probeert u het daar eens.’ Oké. Sabine bellen. Wat denk je? Veertien weken wachttijd, sluit maar achter aan in de rij. Ze maakte een grapje: ‘Lieve mevrouw, veertien weken? Dan ben ik al dood.’ De vrouw aan de andere kant van de lijn verwees haar naar de ggz. Sabine surfen op internet. Ze las verhalen van anderen, ook met een alcoholprobleem. Ze bleef hangen bij een relaas van een stiekeme drinkster. Als ze aan haar vroegen: Drink jij dan zo veel, zei de vrouw: ‘Ik? Nee, joh. Iedereen drinkt veel, jij spuugt er ook niet in.’ Sabine had dat precies zo gezegd.

Ze begon zich dingen te realiseren. Wat was ze een repeterende langspeelplaat geworden. Altijd maar dat emotionele betoog over haar huis. Ze wist al zo lang dat ze eruit moest, maar het werd steeds erger. Steeds verdrietiger. Als ze dronk, ging ze los. Ach en wee. Dat zelfs haar dochters zeiden: ‘Gáát ze weer!’ Ze zeiden ook nog iets anders: ‘Mam, ga het dan oplossen!’

Ja. Dat moest ze doen. Oplossen was een erg goed idee. Maar hoe? Totaal stoppen met drinken kwam steeds weer op als nummer één, maar de gedachte maakte haar bang. Nooit meer die gezelligheid van dat wijntje, hoe gruwelijk wil je het hebben? Weet je wat, als ze nou eens terugging naar één enkel wijntje per dag. Gewoon gezellig, samen. Terug naar die verrukking. Van sleur en ellende naar hoera, even iets vieren, zoals vroeger. Kon dat? Nee. Niet te doen. Ze was alleen nu. Het was stil thuis. Niets te vieren. Daarom had ze zo lang al stom door zitten drinken. Maar helemaal stoppen? Afschuwelijk. Hoe dan?

Bij de ggz kreeg ze een coach. En die vrouw zei: ‘Doorzetten. Neem de tijd, doe het niet in één keer, maar zet door.’ En je zult het altijd zien, als je het heft in handen neemt en dingen veranderen, veranderen ze ook allemaal. Na heel lang wanhopig zoeken, kwam ze plots oog in oog met een nieuw huis. Nog altijd hartje Amsterdam, schitterend gelegen, wel heel anders dan wat ze gewend was, maar toch. Ze raakte in paniek. Ze was bezig haar beste vriendje, de witte wijn, kwijt te raken en nu moest ze op hetzelfde moment het diepe in. Haar coach zei: ‘En die sprong moet je nuchter maken. Dit wordt voor jou zo’n emotionele periode en je moet alles zuiver voelen.’ Dat was raak. Sabine kreeg haast.

Dus daar zat ze. In een groep lotgenoten, drinkbroeders en drinkzusters. Werkboek erbij. Schrijven, schrijven, schrijven. Twaalfstappenplan. Inzicht krijgen, dat was nu key. Maar daar ging ze alweer. Keek ze die groep rond, dacht ze: o, ik ben niet zo erg als zij. Valkuil natuurlijk.

Toch. Door het stoppen met drinken gebeurde er iets met haar. Jezus, wat voelde ze zich goed. Wat sliep ze lekker. Ze dronk zichzelf niet meer in slaap, ze viel in slaap. Ze ging goed voor zichzelf zorgen, kreeg weer op vertrouwde tijden trek, at gezond en regelmatig, bakte niet alleen maar dat eitje, maar ging weer met groenten aan de slag. De spiegel en vrienden zeiden op een goede dag: mens, wat zie jij er geweldig uit. Haar huid, de glans in de ogen, alles: tien jaar jonger. Beloning. Stimulans. En door…

Waakzaamheid

Ja, ja. Zo gemakkelijk is dat dus niet. Het is geen kwestie van knopje om en voor eens en altijd genezen. Die verhuizing werd natuurlijk toch killing. Zo veel dozen, zo veel spullen, zo veel herinneringen. Ze beulde als een bezetene en vermoeidheid en emoties vochten om voorrang. En dan ging ze met haar man even ontspannen op het terras, het mocht weer, bestelde ze water, zei hij: ‘Ik neem gewoon een biertje hoor, Sabine.’ Ze gunde het hem, maar ergens dacht ze ook: wat een…

Zij kon zich niks permitteren, haar urine werd getest door de ggz en als het ook maar een beetje mis was, kon ze vertrekken. Kneiterhard. Ze is eerlijk, dus toen ze het nieuwe appartement uiteindelijk toch met een half glaasje champagne had verwelkomd, biechtte ze dat op. Oké. Ze kon meteen gaan. Geschorst. Stond ze daar op straat. Ze mocht pas na een paar dagen terugkomen.

Steeds beter begreep ze wat de ggz zei: ‘Dat drinken is geen zwakte. Een verslaving is een ziekte waar je niet van geneest, maar die je in de hand moet houden. Dat moet je echt zo leren zien, anders ben je kansloos.’ Sabine voelde zich prettig bij dit uitgangspunt, ze wist al heel snel van zichzelf dat ze nooit abstinent zou kunnen blijven. Dat woord zit gebeiteld in haar brein, het floept er om de haverklap uit, alsof het een heilige graal is. Abstinent. Dat wil je zijn. Abstinentie: het staken of verminderen van een bepaald gedrag. Nou, zij ging dan graag voor het verminderen.

Want nee, Sabine kon de druk van het nooit meer mogen drinken niet aan, ze is ook dolblij dat ze die druk kwijt is. Heel af en toe drinkt ze nu wel. Maar ze kan het soms weken volhouden, nou ja, doordeweeks dan, om geen druppel alcohol te nemen. Haar heil zoekt ze niet meer in drank. Dat kan ze zeggen nu.

Waakzaam, dat moet ze zijn. De hele maatschappij is er immers op ingericht haar weer te verleiden. Op iedere hoek staat het geschreven: drink mij. Zelfs in sportkantines vloeit altijd het bier. De jeugd drinkt als een dolle. En laten we eerlijk zijn, zegt Sabine, het is ook zo gemakkelijk te verkrijgen en het kost geen drol.

De verleiding knokt tegen het inzicht. Dat ze inmiddels serieus heeft. Natuurlijk had ze een tijdje geleden wel degelijk trillende handjes en vroeg, nee, smeekte haar lijf om alcohol. Als ze weer een kutdag had gehad, beloonde ze zichzelf met troost in de gedaante van gif. Dat was zelfdestructie, niets minder. En was ze dan leuk? De clown die altijd op tafel stond te dansen, ‘met Sabine kun je lachen’, dat was vroeger. Nu zei ze, soms begeleid door hartverscheurend huilen: ‘Jongens, ik heb een depressie.’ Dat was niet zo gezellig. Drinken in je eentje is sowieso niet zo gezellig. Dat is dingen wegdrinken, geen angst en onzekerheid willen voelen. Finally: de onbedwingbare lust om tot rust te komen. Een gevaarlijke zone.

Dieper inzicht

De ggz vroeg haar terug te gaan naar de basis. Voorouders en ouders, dronken die ook? Ja, nogal. Hoe was het haar leven ingeslopen? Nou, vanzelf. Met een man die er ook van hield, was het altijd normaal geweest om naar het bos te gaan met rum-chocomelk mee, naar zee met een koele witte wijn in de achterbak. Drank hoorde bij het lekkere leven. Thuis was het heel vaak borreltijd, al die patronen waren diep in haar leven gesleten. Liefdes, vrienden, familie, ze ademden hetzelfde als ze Sabine zagen: ha, daar is ze, gezellig, plop, wijntje. Zo ging dat gewoon.

Ging ze nog dieper nadenken, dan kwam ze bij haar gevoel. De tijd van corona had haar serieus te grazen genomen, in die zin dat ze gevoelig was voor de sfeer in het land. De grimmigheid, het wij tegen zij, het schudde Sabine, die altijd van samen gezellig was, door elkaar. Haar kaders waren weg, allemaal, totaal. Huis, werk, kids, geld, ritme, saamhorigheid, alles: weg. De bezige bij die ze altijd was geweest, miste haar vleugels.

Na de verhuizing groeiden die vleugels langzaam weer aan. Inmiddels behoorlijk abstinent kon ze de eenzaamheid aan en telde ze de zegeningen. Natuurlijk kwamen die dochters nog lekker veel op visite. Natuurlijk stonden er weer genoeg vrienden voor haar klaar. Natuurlijk stond ze nog midden in het Amsterdamse leven. En heel langzaam kwam het terug: de klussen, een beetje geld, eventjes de zon in, de fijne opmerkingen, de lof, ze zag zelf ook weer hoe mooi ze was.

Dus ja. Hoe ver is ze nu op het pad van de grote veranderingen? Weet je, zegt Sabine dan, het duurt heel lang voordat je het probleem hebt en dus duurt het ook heel lang voordat je de oplossing veilig in je handen hebt liggen. Dan helpt het niet als je man zich juist dan van je afkeert. Haar vent deed dat. Pats. Weer een dreun. Dan lig je gewoon weer in de hoek.

Het is nogal een gevecht. Maar ze voelt dat ze aan de winnende hand is. Haar grenzeloze nieuwsgierigheid en levenslust wakkeren de zucht naar inzicht aan en de stemmen in haar hoofd klinken anders, ze zijn niet meer zo onbetrouwbaar en lamlendig, vaker alert. Ze zeggen: Sabine, pas nou op, zorg dat je lichamelijk top blijft, anders val je weer in een diep dal.

Ze wil het ook absoluut niet meer. Dat haar kinderen zich zorgen maken om haar. Dat haar moedertje geen rust heeft, omdat ze bang is dat het met Sabine niet lekker gaat. Ze wil dat die dochters trots blijven op die dappere mama, die het toch maar even heeft geflikt. Dat ze niet meer die moeder is die steeds huilt uit onmacht. Dat labiele, daar moet een streep onder. Ze kan dat. Dat weet ze. Als ze weer zal voelen dat het minder gaat, loopt ze in een rechte lijn naar de ggz. Maar zover zal het niet komen.

Als ze thuiskomt, ziet ze op haar nieuwe deur haar nieuwe naamplaatje. Het voelt weleens als heel alleen, het is alsof ze teruggaat naar vroeger. En tegelijk is het haar toekomst, waarin ze het eerst maar eens zelf moet doen. De stormen waren het afgelopen jaar enorm; stormen gaan ook weer liggen. Misschien wordt alles wel beter. Eén ding weet ze zeker. Haar beste vriend, de drank, die is vertrokken en mag alleen maar terugkomen als er plezier is. Het leven zal soms nog wel gevierd moeten worden. Met mate, grinnikt ze. Dat op zich is al een aardverschuiving. Dat op zich is een schoon begin.

Lees ook deze verhalen:

Nieuwe Wendyspecial

De nieuwe winterspecial van Wendy staat vol mooie familie- en generatieverhalen. Koop hem in de winkel of via deze link.

winterspecial Merel woont met haar familie van 4 generaties op Ibiza: 'We leven in onze eigen bubbel'

Of neem een abonnement op de Wendy-specials en ontvang gratis een gift box van The Gift Label!

wendyspec Merel woont met haar familie van 4 generaties op Ibiza: 'We leven in onze eigen bubbel'