Fien Vermeulen over het herbeleven van kanker, maar dan anders

Kanker heb je samen. Daar is Fien Vermeulen maar al te goed achter gekomen. Eerst zij en nu haar moeder. Ze beleven het allebei weer op nieuw, alleen allebei vanuit de andere kant. Totaal anders, maar toch zo hetzelfde.

Zitten we dan. Zelfde ziekenhuis, zelfde verpleegkundigen, zelfde stoelen – alleen allebei aan de andere kant. Dit keer heeft mama het infuus en ben ik degene die mijn eigen lunch heeft meegenomen. De bezoeker mag niet mee eten in het ziekenhuis. “Mogen de vrijwilligers nu wel verse sapjes komen brengen?”, vraag ik aan Roelie. “Nee, door corona kan dat niet, maar Sandra doet vandaag de lunch en die heeft een fruitsalade gemaakt”, zegt ze terwijl ze de anti-misselijkheidsmedicatie inspuit. Mama wiebelt in haar enorme spaceship-stoel, ze kan haar draai niet vinden. Een beetje omhoog, toch weer naar beneden. Het voeteneinde wordt voor de derde keer aangepast. De vuurrode chemo begint door de lijn te druppelen. Angstig kijkt ze hoe het gif naar beneden, haar arm in glijdt. “Je voelt het misschien een beetje prikken in het begin, maar ze kunnen het zachter zetten als het teveel wordt, mam”.

Even vergeten

Na anderhalf uur dut ze weg. Ze ijlt in haar slaap. Murmelt onverstaanbare dingen. Ze wordt geler met de minuut. Ik pak het boek dat ze net uitgepakt heeft van haar borst af en leg een dekentje over haar heen. Ze heeft alleen de achterkant gelezen. Ik was vergeten hoe het ruikt, een geur die ik niet kan thuisbrengen, scherp en doordringend. Vergeten dat ook ik na een uurtje geen letters meer kon lezen en boeken luisterde, omdat alles onscherp leek op papier. “Mevrouw, mevrouw van hiernaast, mijn kussen is gevallen”. Ik loop het hoekje om en pak het kussen van de grond af en leg het terug onder de infuusarm van de oudere chemobuurvrouw. Dan zie ik de meneer tegenover haar. “Wilt u dan nog een kopje thee? Haal ik gewoon hoor”. Het is fijn om iets voor ze te kunnen doen, om me nuttig te voelen. Zeker omdat iedereen behalve mama hier vandaag alleen is. Door corona mag er alleen de allereerste kuur iemand mee.

Roelie komt aangeslopen na het laatste piepje van de infuuspaal. “Ik had ‘m maar even losgekoppeld van het stopcontact, dan kan ze zo meteen even plassen”, fluister ik terwijl ik haar spulletjes vast inpak. Arm in arm lopen we naar de lift. Dan maar even geen afstand, ze moet gewoon even leunen. In de lift naar beneden schrikt ze. Holle oogkassen, een geel gelaat. “Ik snap opeens waarom papa je uit de auto moest tillen als je thuis kwam”.

Ons relativeringsvermogen

De volgende dag is ze alweer wat bijgekomen. Mijn topper van een mama, die er hartstikke fit in ging. Een voordeel, zoals ze zelf zegt. Nog maar 15 te gaan. Ik moet oppassen dat ik mezelf van vroeger niet op haar projecteer en haar bang maak met mijn eigen flashbacks. Zij. Is. Jou. Niet. Het is een andere beginsituatie, een andere ziekte, een ander mens. Wat we wel gemeen hebben is het relativeringsvermogen. Als we een paar dagen later bellen, moet ze lachen. “Ik heb tegen je vader gekrijst gisteren. Dat ‘ie er niet was. Dat ik opeens snapte waarom mensen willen scheiden in deze situaties. Ik snapte opeens wat jij bedoelde met dat zwarte medicatiemonster dat ergens diep van binnen in je lag te borrelen. Ik weet wel dat ik dat niet ben hoor. Hij ook. Ik was gewoon eventjes de kankerheks”.

De regie

Het blijft een gek idee. Toen ik begon was ik zo ziek en werd nog zieker. Maar zij was zo gezond, en moet nu zieker worden, om beter te worden. Zichzelf laten vergiftigen met een oplossing. Ze vindt dat zelf ook een moeilijk concept. Soms help ik haar herinneren aan de woorden die ze tegen me zei toen ik zo depressief was van de medicatiecocktail dat ik op een ochtend zei: mama, ik wil niet meer, als dit het is, dan wil ik niet meer. Mijn vader raakte in paniek, hoorde me opgeven en werd bijna boos. Razend verdriet omdat ik daar mijn eigen doodvonnis uitsprak. Het was mama die me aankeek, knuffelde en zei: “Mitafientje, je hoeft ook niet meer. Het is niet zo als leerplicht. Jij kiest ervoor om te proberen om beter te worden”. Ik was in al het geweld vergeten dat ik de enige was die de regie had in een stadium waarin nog keuzes waren. Het hield het dragelijk me te beseffen dat ik het was die voor mijn leven koos, dat ikzelf zo zorgvuldig in de handen van mijn ziekenhuis had gelegd.

Qmusic radiopresentatrice Fien Vermeulen overleefde lymfklierkanker en wil mensen nu inspireren op het gebied van gezondheid, geluk en survivallen. In september verschijnt het boek van Fien Hoe word ik een Survivor…wat een schijtwoord.

Volg ook het inspirerende Instagramaccount van Fien:

https://www.instagram.com/p/CCYv6fClQ5v/

Meer mooie verhalen van Fien:

Fien Vermeulen over het dilemma van een verjaardagsfeestje

Fien Vermeulen over leven zonder haar