fbpx

De generaties in familie Oosterhuis: Trijntje en Huub

oosterhuis

Je hoort wel eens dat vaders en dochters moeite hebben een onderhoudend telefoongesprek te voeren. Zo niet Huub en Trijntje Oosterhuis. Een drie uur durend belletje is bij hen geen uitzondering. Trijntje: ‘Met mijn vader kan ik heerlijk onvoorwaardelijk kletsen.’

‘Even mijn jarige vader een dikke knuffel geven,’ roept Trijntje als haar vader binnenkomt. ‘Wist je dat hij vandaag 83 is geworden?’ We ontmoeten elkaar in De Rode Hoed, de voormalige remonstrantse schuilkerk uit 1630 aan de Amsterdamse Keizersgracht, een bijzondere plek voor de familie Oosterhuis, een Hoed met historie.

Trijntje is zangeres, zo zal iedereen haar kennen, maar de loopbaan van haar vader Huub is moeilijk in één woord te vangen. Dichter, schrijver, theoloog, liturgievernieuwer, de priester die zich tegen het celibaat keerde, een idealist, groot inspirator. Ook is hij oprichter van verschillende centra voor debat, bezinning en poëzie, waaronder De Rode Hoed, dat vanaf eind jaren tachtig een thuis werd voor ‘zijn’ Ekklesia Amsterdam, een moderne aftakking van de rooms-katholieke kerk. Nog regelmatig is Huub er op de kansel te vinden. Ook dochter Trijntje koestert warme herinneringen aan De Rode Hoed. ‘Hier trad ik zo’n 25 jaar geleden voor het eerst echt op, met publiek dat serieus naar me luisterde. Wat was ik zenuwachtig! Dat gevoel, die angst, de geuren, ik weet het nog precies. De gedachte: ik stop ermee, ik kan dit niet. Verschrikkelijk. Nog steeds denk ik dat voor elk optreden – dat zit in mij.

Trijntje Oosterhuis: ‘Wij mochten altijd zijn wie we waren en dát gaf me het zelfvertrouwen om te worden wie ik nu ben – volg je me nog?’ lacht ze. ‘Mijn vader bewandelde zijn eigen pad, welke hindernis hij ook moest nemen. Hij kón niet anders, en zo voel ik dat ook. Hij leerde me dat als ik echt iets wil, en dat vanuit mijn kern voel, dat ik me door niets moet laten weerhouden. Waar een wil is, is een weg.’

Huub Oosterhuis: ‘Die aandrift herken ik, Trijntje en ik accepteren geen “nee”, we gaan altijd voor “ja”. Niet omdat we strebers zijn of per se gelijk willen hebben, maar omdat we voelen dat we dit moeten doen. We ervaren het als een roeping. Daarin lijken we erg op elkaar. En,’ voegt hij er glimlachend aan toe, ‘daarnaast houden we allebei van lekker eten…’

‘En zijn we mateloos,’ roept zijn dochter. ‘Terwijl Tjeerd best gematigd is, zijn papa en ik meer van: “Hup, de kurk van de fles!” In onze professie is dat ook zo. Papa staat op de barricade, stoot soms z’n neus, maar dat weerhoudt hem nooit. Dat doe ik ook. Ik durf te blijven staan, ook als het tegenzit, dat heb ik van hem.’ Dan fluistert ze: ‘En dan ben ik maar een gewoon zangeresje, mijn vader laat een heel levenswerk na, een onbaatzuchtige visie. Kijk nou, 83 jaar, maar hij stapt zo voor uren de trein in om ergens een lezing te geven, zijn visie te delen, troost te bieden, het debat op gang te houden. Onvermoeibaar. Dat is gewoon zijn weg. Prachtig.’

Bron: Wendy Magazine
(Visited 68 times, 1 visits today)






MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief