fbpx

Karin werkte in het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos

Door: Rosa

Foto: Tessa Kraan

Een half jaar werkte Karin Arendsen (32) voor de Stichting Bootvluchteling in het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos. Onlangs kwam ze terug, mede omdat Covid-19 veel van het werk tijdelijk heeft stilgelegd. ‘Het is moeilijk om hier te zijn en te weten dat daar morgen een ramp kan uitbreken.’

Gevoelsmatig ingewikkeld was het, vertelt Karin, om juist nu weg te gaan uit Moria. ‘Het is een cruciaal moment. In het vluchtelingenkamp wonen 22 duizend mensen, terwijl het ooit is gebouwd voor 3000 mensen. In afschuwelijke omstandigheden. Dicht op elkaar gepakt, in zelfgebouwde hutjes of in tenten. Overal ligt afval en er zijn veel te weinig toiletten en douches. Het is onmogelijk om er afstand van elkaar te houden en bijvoorbeeld genoeg je handen te wassen: in sommige delen van het kamp is er op 1300 inwoners 1 kraan. Je weet: als Corona het kamp binnenkomt, wordt dat een gigantische ramp. Niet alleen door de omstandigheden, maar ook omdat de vluchtelingen kwetsbaar zijn omdat ze al zo lang in slechte omstandigheden in Moria wonen. Er is al Corona op Lesbos, maar nog niet in het vluchtelingenkamp. Ik ben elke dag bang dat het gebeurt.’

Grote nood

Desondanks kwam Karin onlangs terug naar Nederland omdat ze haar werk nu beter hier kan voortzetten. In Moria werkte ze als veldcoördinator voor de projecten van de Stichting Bootvluchteling. ‘We hebben in het vluchtelingenkamp een school, kliniek en een community center, maar door Corona stopten veel programma’s. We werken met internationale vrijwilligers, en zij konden niet meer naar Lesbos komen. De kliniek is nog open, verder staat alles stil, maar dat betekent niet dat de nood minder groot is. Het team is nu opgesplitst, zodat er straks ook weer een team terug kan. Zodra het kan ga ik terug om mijn werk voort te zetten. Al hopen we als organisatie natuurlijk dat ons werk op een gegeven moment niet meer nodig zal zijn.’

Spagaat

Blij om weer even bij haar familie te zijn is ze wel. ‘Het voelt soms als een spagaat. Je wilt de vluchtelingen niet in de steek laten, maar ik heb in Nederland ook een familie, met mijn vriend en zijn twee kinderen. Het is natuurlijk ook heel fijn om nu weer bij hen te zijn. En ik kan vanuit hier ook wat betekenen. In de Turkije-deal is in 2016 al vastgelegd dat de vluchtelingen van de Griekse eilanden over Europa zouden worden verdeeld. Maar dit is nooit gebeurd. Dat vind ik het allerergste: dat de mensen geen enkel vooruitzicht hebben. Moria is een officieel vluchtelingenkamp van de Europese Unie. Deze situatie bestaat niet al zo lang omdat we niet anders kunnen, maar omdat we niet anders willen. Deze situatie is direct gevolg van antimigratie beleid van de EU. Dat mensen bewust in zo’n uitzichtloze situatie worden gehouden, blijf ik onvoorstelbaar vinden. Ze moeten ontzettend lang wachten voordat hun asielprocedure wordt opgestart en in de zes maanden dat ik in Moria was, heb ik niemand gesproken die ergens asiel had gekregen. Ondertussen wordt de situatie in het vluchtelingenkamp steeds nijpender. Mensen zijn getraumatiseerd omdat ze uit oorlogsgebieden komen, ze kunnen zichzelf niet beschermen, in de winter is het ijskoud, mensen moeten uren in de rij staan voor een maaltijd en er is gebrek aan alles. Veertig procent is nog kind. Kinderen die opgroeien zonder toekomst.’

Zinvol

Ondanks de gruwelijke omstandigheden, heeft Karin toch het gevoel dat haar werk in het kamp zinvol was. ‘In de kliniek worden 200 mensen per dag geholpen. En het is belangrijk dat kinderen naar school kunnen. Hoe zwaar de mensen het ook hebben, ze zijn ook een enorme inspiratie voor mij. Ondanks alle problemen zie je ook veel medemenselijkheid en veerkracht en bedenken mensen de meest innovatieve oplossingen.’

Het is de voorzichtige hoop van Karin dat Corona de situatie voor de vluchtelingen in beweging zet. ‘Als Corona het kamp binnenkomt, staat er een ramp te gebeuren die niet is te overzien. Het is mijn hoop dat deze crisis kansen met zich meebrengt en dat er nu eindelijk actie wordt ondernomen. We kunnen niet langer niks doen en wachten tor er een gigantische ramp gebeurt. De enige oplossing is dat bewoners geëvacueerd worden en verdeeld worden over Europa. Half april zijn de eerste twaalf minderjarige asielzoekers naar Luxemburg gebracht, Duitsland heeft vijftig kinderen opgenomen. Het is een begin, maar Nederland doet tot nu toe niks. Echt onacceptabel vind ik dat. We voelen allemaal de angst voor Corona, maar de mensen in de vluchtelingenkampen zitten echt in de val. Ze mogen er niet uit. Ik hoop dat er nu meer druk komt op landen om iets te doen, het is al zo lang een vergeten situatie.’

Onmenselijk

‘Ik ben blij dat ik me op afstand kan blijven inzetten voor deze situatie. Soms slaat het me ineens om de oren, het feit dat waar je wieg staat zo bepalend is voor wie jij als mens mag zijn. Ik vind het afschuwelijk dat mensen die dingen hebben meegemaakt waar wij ons geeneens een voorstelling van kunnen maken zo onmenselijk worden behandeld. Je vlucht niet zomaar weg uit je land, de vluchtelingen zijn mensen zoals jij en ik. Ik zou willen dat Europa zijn verantwoordelijkheid neemt. Alle mensen hebben recht op goede zorg, humane leefomstandigheden en een eerlijke asielprocedure.’

Meer power stories:

Het dochtertje van Bjelke werd na 26 weken geboren

Actrice Romana Vrede: ‘Een kind met autisme is nu extra zwaar’

Kijk voor meer informatie over de Stichting bootvluchteling op de site

 

 

(Visited 631 times, 1 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief