fbpx

Fien Vermeulen over het kaalscheren van het hoofd van haar moeder

Toen Fien Vermeulen zelf kanker had maakte ze het mee, en nu haar moeder dezelfde ziekte heeft, moet ook zij eraan geloven: het verliezen van je haar. Fien over het kaalscheren van het hoofd van haar moeder, dat haar diep raakte, maar gelukkig waren daar de relativerende en wijze woorden van haar nichtje van drie.

‘Laten we gewoon meteen beginnen, dan hebben we het maar gehad.’ Mama zit aan de tafel. ‘Pap, wil je nog één keer kijken?’ Dat wil ‘ie niet. Terwijl beneden aan het werk is, vallen er bergjes haren op de keukenvloer. Geen traan, eigenlijk niet eens gevoel. Als ik iets moeilijk vind, word ik super pragmatisch. Mama is stil. Met de tondeuse van Bas, de man van mijn zus, scheer ik met minutieuze precisie haar hoofd kaal. Wat grappig, ze heeft net zo’n gaaf en rond bolletje als dat ik had. Ik zie het gebeuren, zie haar transformeren naar een niet te missen kankerpatiënt. Gek genoeg, valt het me mee.

Mijn moeder heeft een vreemd soort opwinding om zich heen hangen. Ze ziet het resultaat nog niet, want er is geen spiegel. Als ik de laatste check doe en alles na loop, zie ik dat haar haar bovenop haar hoofd al aan het uitvallen was. Opeens merk ik dat iedere keer als ik met de kwast de losse haartjes probeer weg te vegen, er nog meer uitvallen. Ik heb het niet tegen haar gezegd, maar eigenlijk dacht ik: laten we wachten tot het ook echt zichtbaar uitvalt. Stel nou dat zij degene was, de uitzondering, bij wie haar haar niet uitvalt door de chemo? Ik hield me sterk, wilde geen hoop zaaien en vertelde haar hoe sterk en vooral slim ik het vond dat ze het voor wilde zijn. Zodat ze dit weekend met papa rustig een paar dagen weg kon gaan en ze daar niet wakker zou worden met een kussen vol haar. Ik ben eigenlijk al lang klaar met de laatste check, maar ik ga toch nog even door. In die tien minuten die het nu al duurt, merk ik dat het elk volgend moment iets moeilijker wordt om mijn gevoel uit te schakelen en haar vertrouwen te geven. Ik wil het moment uitstellen voor haar, het moment dat zij in de spiegel moet kijken en zichzelf moet zien. Niet omdat het lelijk is, totaal niet, maar omdat ik haar de pijn wil besparen. Ze zeggen dat moeders leeuwen worden als het om hun kinderen gaat, maar ik sta van binnen als een grommende roedel om haar heen, klaar om de eerste die een afkeurende blik geeft aan te vallen. Er is hier niemand.

Opvallende groene ogen

‘Oké, zal ik de spiegel pakken?’ Ze voelt aan haar bolletje. Ik zie de haartjes die uitvallen, wegspringen bij elke aanraking. ‘Ja, hij ligt in de badkamer.’ De traptreden voelen zwaar. Ik doe het zelf. Wil te sterk blijven, terwijl ik weet dat er niks mis mee is om mijn verdriet aan haar te laten zien. Toch wil ik niet bij haar huilen. Het is anders dan toen ik zelf ziek was, toen wilde ik mijn verdriet nergens toelaten omdat ik bang was dat als ik niet ‘positief’ zou blijven, ik niet beter zou worden. Nu verhard ik. Ben ik de grote opbeurende showmaker, de ‘wat ben je mooi’- en ‘wat doe je het goed’-zegger. Ik wil haar sterker maken, vertrouwen geven, haar de kans geven om op me te kunnen leunen en verdrietig te zijn. Ik ben het ook, maar ik doe het thuis. Bij vriendinnen, bij mijn zus. Ik wil haar kostte wat het kost beschermen. Ze pakt de spiegel aan en doet haar ogen dicht. Wat is ze mooi, zo kwetsbaar en toch zo krachtig. Ik hoop dat ze het zelf ziet. Ze schiet in een nerveuze, verdrietige lach. ‘Net een oud mannetje.’ Ik vind haar prachtig. Haar groene ogen vallen nog meer op. Ze is wel ouder geworden. Maar of dat de leeftijd of de zorgen zijn?

Kale hoofdje

Papa loopt naar boven. ‘Nou, dat staat je goed, Han.’ Opeens is ze uitgeput. Mijn tranen komen als ik haar in bed leg. Het kale hoofdje alleen was nog tot daar aan toe, maar als het zo boven de dekens uit piept, in het grote bed in mijn oude kamer waar ze mij op die manier in bed stopte – wat verdrietig. Hete tranen, die al een tijdje in mijn ogen brandden. Ik pak haar hand nog even vast en daar is ze weer. Geen kankerpatiënt, maar mijn eigen mama. Geen woorden, maar die lieve glimlach. Ik weet dat ze het snapt, dat ze al die tijd zag wat ik aan het doen was en blij is dat ik weer terugkom bij mezelf. Nog voor ik de kamer uitloop, is ze in slaap gevallen.

Dezelfde mama, maar toch anders. Het vraagt om aanpassingsvermogen. Een andere blik, veerkracht en vertrouwen. Soms ben ik het even kwijt en vraag ik me af of ik niet een keer gek word. Dan ben ik bang dat er een moment komt waarop ik knap. Het was mijn lieve nichtje Jette van drie, die niet alleen mij, maar ons allemaal liet inzien dat er altijd rek zit in wat je aankunt. Zelf waren we bang voor dit onderdeel van de kankerbingokaart. Je kunt niet meer doen alsof het er even niet meer is. En wat als Jette bang voor haar zou zijn, als ze er zo anders uit zou zien? Tijdens een familie-facetimemeeting lieten we een paar dagen later mama’s kale bolletje zien aan Jet. Ze viel even stil en zei niks. En toen: ‘Oma, je bent kaal. Waarom?’ We herinnerden haar aan het verhaaltje van de zieke boom. Die verloor zijn blaadjes, maar zodra hij weer beter werd, groeiden ze ook gewoon weer aan. ‘Ja. Mooi hoor’, zei ze. Toen we haar vertelden dat haar oma ook nog een trucje kon, wachtte ze met grote ogen af. We telden met z’n allen tot drie, en opeens had oma weer haar op haar hoofd. Pas drie jaar oud en zo ongelofelijk wijs met haar kijk op de wereld. Zij zag helemaal geen ziek mens en geen pruik bleek uit wat ze zei voordat ze weer verder ging spelen. ‘Mijn oma kan toveren.’

Qmusic radiopresentatrice Fien Vermeulen overleefde lymfklierkanker en wil mensen nu inspireren op het gebied van gezondheid, geluk en survivallen. Medio september verschijnt het boek van Fien: Het regent zonnestralen.

Meer mooie verhalen van Fien lees je hier.

Volg ook haar inspirerende Instagram account:

 

 

 

(Visited 1.355 times, 2 visits today)






MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief