fbpx

Bloeme houdt (nog) niet van me-up

dyslexie

De kinderen van WENDY’s hoofdredacteur hebben dyslexie. Een keer in de twee weken blogt hij daarover. Dit is deel 2, over koekjes, chocoladeharten en militaire dienst…

Bloeme kneedt deeg. Doet ze vaak. Koekjes bakken. Geen gewone, altijd bijzondere, mooie vormen, frutseltjes overal, het moet perfect zijn. Ik denk aan mijn kindertijd en het ongemak wat ik voelde als ik met mijn handen bezig was. “A-technisch in de bocht!” riepen ze thuis en op school als ik weer eens een figuurzaag naar zijn grootje hielp of de enige kleuter was wiens asbak van klei in duizend stukken uit de oven kwam. Mijn bijnaam in militaire dienst was later Ad. A-technisch. Dat je Ad dan niet met een d maar met een t schrijft, daar kwamen mijn militaire  vrienden dan weer niet op. A-technisch, Ad, zoiets maakt je eenzaam. Je bent de enige die dingen niet kan. En dan wil je ze niet meer. Je vlucht in wat je wel kan…

Leger

Ik was 19 en wilde koste wat kost naar de School voor de Journalistiek. Voor de school bleek een absurd lotingssysteem te bestaan. Slechts 1 op de 6 aanmeldingen kreeg het juiste lootje. Hoe graag je wilde? Hoe goed je iets kon? Onbelangrijk. Je moest maar gewoon geluk hebben. Ik had het niet en verdween in een groen pak van ons prachtige leger. Daar waren geen verhalen te schrijven, daar golden andere wetten. Met negen andere, wildvreemde, jongens kwam ik terecht in Venlo, in stapelbedden op een te klein kamertje. Velen van hen hadden nog nooit van mijn schoolopleiding (Atheneum-A) gehoord. Velen kwamen zo uit de nok, de lik, de gevangenis. Ze hadden een iets andere achtergrond en noemden mij dus Ad.

Magie

Het was geen pesten, het was een geuzennaam. Die gasten hielpen me. Hun handen waren van goud, hun vingers vliegensvlug, ze knutselden alles in elkaar, hadden het embleem al op hun baret zitten toen ik me met een mes tot bloedens toe (talloze hechtingen, vinger er bijna af) openhaalde. De grootste en sterkste kwam op me af. Grote mond, klein hartje. ‘Ad,’ sprak hij. ‘Als jij nou eens al onze formulieren invult, toveren wij dat embleem op jouw baret.’ Dat was geen eerlijke deal, maar ik deed het graag. Toen ik eindelijk klaar was, zag ik een traan bij mijn nieuwe vriend en kreeg ik een onbehouwen knuffel. ‘Vriend!’ riep hij. Later, bij veel bier (ik dronk als enige fris), kwam de aap uit de mouw. Ik zat met een fiks aantal ongeletterden, dyslectici (al bestond dat woord toen nog niet voor ons) en analfabeten in de klas. Hun magie zat in hun handen, mijn magie zat in de woorden. En die woorden, wat hadden ze die nodig en wat misten ze die. Maar ja, zij waren vaak de eenlingen geweest die iets niet konden. En dan wil je ze niet meer. Dan vlucht je in wat je wel kan…

‘Telenfoon’

Bloeme brengt me –ietwat hyper- een lijstje, ze is 14 mei jarig. Wat ze wel wil: telenfoon, hemelse stenen hard en nog zo wat. Wat ze NIET wil: me-up, beuwtie spulletjes, trutige spullen. Was haar wensenlijstje een dictee geweest, dan hadden er vast wat rode pennen overuren gemaakt, maar vooral de me-up (vermoedelijk had hier moeten staan make up) die ze NIET wil (ze wordt 12) ontroert me.

dyslexie

Dit soort lijstjes doet me denken aan de tijd met de jongens uit dienst. Allemaal gasten die op een heel dunne draad balanceerden, die al een fiks aantal klappen hadden gehad, deuken opgelopen, stomme dingen gedaan, er zat veel woede in als het bier te rijkelijk vloeide. Maar ik keek alleen maar vol bewondering naar wat ze konden. Hun lef, hun creativiteit, de natuurlijke manier waarop ze met auto’s knutselden, gereedschap hanteerden, hun originele kijk op de wereld. Ze dachten dingen die niet vanaf de schoolbanken hadden opgestoken, ze droomden dingen die niet voorgezegd werden. Ze wilden varen, een eigen zakie beginnen, een garage, een vrij leven als vrachtwagenchauffeur… Journalist? Wat deed zo’n man dan? De krant? Nee, die lazen ze niet.

Ik had met die jongens een geweldige tijd. En heette –toen ik afzwaaide- inmiddels wel drs. Ad, want ze hadden een hoop respect voor al die worden die uit mijn pen vloeiden en hun leven even een stuk eenvoudiger maakte.

Lees ook Roberts vorige blog: Als je kind dyslexie heeft: ‘Ze kan zo veel wél’

Hoi

Ik zie Bloeme kneden en denk aan de zondag die Tamara, ook moeder van dyslectische kinderen, had georganiseerd, zij knokt en vecht voor de goede zaak met haar Hoi Foundation. Dat ‘hoi!’’ ziet er overigens goed in, Tamara is een en al ‘hoi!’. Straalt, heeft energie voor tien en zal niet rusten voor ze haar doel heeft bereikt:  “De ultieme missie van HOI is om te werken aan een wereld waarin men de unieke manier van denken van iemand met dyslexie beter begrijpt en waardeert. Een wereld waarin men onderkent dat ieder brein anders werkt en “normaal” niet bestaat,” staat op de website.

Het raakt me diep. Ik denk aan Bloeme, aan Floris, aan Julius, drie van onze vier dyslectisch, ik denk aan die gasten uit de diensttijd… Wat is normaal? Hoe mooi is het niet dat ieders brein anders werkt, wat kunnen we elkaar helpen, wat kunnen we van elkaar leren. Hoe vaak raken mijn kinderen me niet met hun originele, humoristische gedachten en hun bijzondere manier zich te uiten? Hoe oneindig veel lekkerder smaken de koekjes van Bloeme?

Over Tamara en haar missie schrijf ik mijn volgende blog neem ik me voor, maar nu ga ik voor Bloeme een hemelse stenen hart kopen bij Arti Choc. En dat is niet fout geschreven, heeft niks met artisjokken te maken en is wel gemaakt door gouden handen….

(Visited 29 times, 1 visits today)

MEEST VIEWED

Blije momenten met onze
wekelijkse nieuwsbrief