fbpx

Thailand ontdekken in je uppie? Columniste Kim Hopmans probeerde het uit

Zonder man en kinderen op vakantie, hoe is dat? WENDY-columniste Kim Hopmans probeerde het uit. Ze mocht een week naar Thailand om de prachtige provincie Trang te ontdekken. Een week in haar uppie. Zonder vriend, kleuter, peuter, deadlines, aardappels prakken of (andermans) billen vegen… Zálig! Of toch niet?

Meestal moet je snoeihard werken om iets te krijgen of bereiken, maar heel af en toe ploft het zomaar op je (digitale) mat. Dat gebeurde mij toen ik middenin de winter een uitnodiging kreeg voor een perstrip naar Trang in Thailand. Een provincie die, naast alle voordelen van het vertrouwde Thailand, net wat meer avontuur, verrassing en authenticiteit biedt dan de geijkte toeristische Thaise gebieden. Alleen weet niemand dat. Zonde natuurlijk, dus aan mij de schone taak dit aan jullie over te brengen.

Twijfelkont

Prima, wie zegt er nou nee tegen een weekje Thailand? En toch twijfel ik. Twee kinderen geleden had ik bij de T van Thailand ongetwijfeld mijn tas al gepakt, maarja, toen heerste ik nog over mijn eigen agenda. Nu niet meer. Daarnaast ben ik een masochistische twijfelaar. Over grote-mensen-zaken (wordt het niet eens tijd om een pensioen te regelen?) én minder ingrijpende beslissingen (neem ik vlokken of Speculoos op m’n brood?). Afwegen, anticiperen, een extra hulplijn appen, en de boel nog ’s heroverwegen. Toen ik vijf jaar geleden moeder werd, ging ik ervanuit dat deze ‘hobby’ organisch zou verdwijnen, net als lezen of iets met sportschoenen. Puur door tijdgebrek zou het moederschap mij ‘lekker slagvaardig’ maken. Helaas. Ik twijfel als nooit tevoren. Doe ik het goed? Moet het beter? Kan ik mijn werk, boodschappen, douchen, opruimen of wat-dan-ook efficiënter indelen? Mijn eerste gedachte is dan ook niet jippie-ayee-joie-de-vivre-ik-mag-naar-Thailand, maar het überpragmatische, met spruitjeslucht omgeven: past dit in De Planning?

Gehalveerde druiven

Vooropgesteld: deze specifieke twijfel – ga ik wel of niet op een supergave reis naar Thailand? – is natuurlijk een gênant groot luxeprobleem. Dat weet ik. Maar voor de gezelligheid behandel ik het toch even als een écht dilemma. Sinds ik kinderen heb, bungelen tijdrovende uitstapjes en het ooit zo vanzelfsprekende ‘me-time’ roemloos onderaan mijn to do-lijst. Terecht ook: ik ben met mijn volle verstand het moederschap in gestruikeld, dan moet je er ook voor gaan, vind ik. Dat je vervolgens nooit meer rustig op de wc zit, omdat er op dát moment altijd een knikker onder de bank rolt of vastzit in een neus, weet je van tevoren niet.

Echte rust is passé, maar goed, you can’t have it all. Ik ben sindsdien nooit langer dan twee nachten van huis geweest ook. En dan nu ineens een week? Zover weg nog wel? Mijn schuldgevoel groeit, maar terwijl ik wik, weeg en nog eens wik, kriebelt er ook iets: hoe zalig zou het zijn, een week in mijn uppie, zonder verplichtingen, in de natuur? Aangemoedigd door mijn vriend die me voor gek verklaart als ik niet ga… ga ik.

Me-time

Twee weken later haast ik me met gutsende oksels en een brok in mijn keel naar Schiphol, maar eenmaal daar valt het opgefokte gevoel direct van me af. Jeetje, ik hoef alleen maar rekening te houden met mezelf! Zonder het juk van voorgesmeerde boterhammen en bakjes gehalveerde druiven, plof ik neer bij McDonalds. Als ik vervolgens in alle rust tijdschriften uitzoek, schieten mijn ogen automatisch naar het kinderrek om zeker te weten dat niemand Peppa Pig-magazines uit het schap staat te rukken. Niet nodig, ik ben hier echt met mezelf. Oftewel: niks samen spelen, samen delen, die zak M&M’s is voor mij alleen. Ook in het vliegtuig verkwist ik geen minuut ‘me-time’ aan slaap en binge ik, ongestoord, alles wat los en vast zit. Bridget Jones voor 68ekeer, kom er maar in!

In het ‘nu’ leven

Het is maar goed dat ik maximaal geniet van de vlucht, want eenmaal in Thailand blijkt rust en stilte niet opgenomen in het programma. Mede omdat ik onderdeel ben van een reisgezelschap, waardoor ik 24/7 ‘aan’ sta. Mijn allergie voor ongemakkelijke stiltes heb ik namelijk gewoon ingepakt. Thuis of in Trang, ik ben en blijf chef Goede Sfeer. Daarbij worden we elke ochtend voor dag en dauw gewekt en per tuktuk of vissersboot richting rotspartij, rijstveld of lagune verscheept. Logisch ook, want Trang heeft inderdaad veel moois te bieden. Zo lijkt het of we in de rijstvelden op het eiland Ko Sukorn vijftig jaar terug zijn in de tijd, de mensen kijken raar op als ze ons zien, het toerisme staat hier duidelijk nog in de kinderschoenen.

In het National Park Had Chao Mai kajakken we door een beschermd mangrovebos, om vervolgens zelf een ecologisch steentje bij te dragen. We planten zeegras en mangroveboompjes en zetten krabbeneieren uit om het zeeleven verder op te bouwen vanuit de ravage die de tsunami in 2004 veroorzaakte. Via gammele houtje-touwtje bruggen beklimmen we een berg met waanzinnig uitzicht. Ineens ontdek ik hoe het voelt om ‘in het nu’ te leven’. Al is het maar omdat ik al mijn concentratie nodig heb om niet van die gare touwbrug te storten.

Geen verantwoordelijkheid

Kreeg ik voor vertrek al bijna doorligplekken bij de gedachte aan ál die uren dat ik in de Thaise branding zou liggen lezen, de realiteit is dat ik één keer drie minuten op het strand heb gezeten en dat de hele stapel tijdschriften ongelezen mee terug is gekomen. Zelfs thuis, met twee kinderen, werk en een twijfel-aandoening, heb ik verrassend genoeg meer tijd voor mezelf dan hier. Toch heeft het iets prettigs. Een strak schema blijkt namelijk prima, zolang je zélf niet verantwoordelijk bent. Waar ik thuis zes jaar bezig ben om met de roedel het huis te verlaten voor een rondje supermarkt – heb ik dit, heb ik dat, waar is je laars? –  ben ik hier in drie seconden klaar. Telefoon, zonnebrand, check, en gaan.

Ik word aan de hand genomen, in een bus geduwd, een berg opgetrokken, het bos in gejaagd, een mangrove in gepeddeld. Over geen enkele stap hoef ik na te denken, zelfs het overheerlijke Thaise eten wordt zo voor mijn neus gezet. Het strakke schema maakt ook dat het billen vegen en aardappels prakken thuis ineens heel ver weg lijkt. Ik geloof mijn vriend als hij zegt dat het daar prima gaat, hoewel ze me heus wel missen en alles – zogezegd – leuker is als ik er wél ben. Ik koester deze kans om even afstand te kunnen nemen van het dagelijkse… En het feit dat ik me letterlijk in een andere, groene, geurige wereld begeef en we door het tijdsverschil tegengesteld leven, werkt absoluut mee. Thuis liggen ze immers nog op éen oor als ik om 06.00 ’s ochtends een ontbijtje van dimsum en rauwe vis wegslurp (geen ruimte voor vlokken/speculoos-dilemma). En als ik aan het einde van de dag lyrisch terugkeer van een zwemexpeditie door de schitterende Emerald Cave, ligt de meute thuis alweer te snurken. En het is goed zo.

Gewoon Kim

Iets anders mafs: ik mag dan zonder gezin op reis zijn, ik merk dat ik binnen drie dagen een soort plaatsvervangend gezin vorm met mijn onbekende reisgenoten. Compleet met eigen patronen en routines. De een wil altijd voorin de bus zitten, valt vervolgens standaard in slaap en moet ik – moeder Gans – regelmatig herinneren aan haar zonnebril of ‘vergeet niet je wekker te zetten!’ De ander is de assertieve van ons drie, bestelt de drankjes en neemt het voortouw op de spaarzame momenten dat we zelf moeten nadenken. Gelukkig maar, want ik ben inmiddels probleemloos ‘gemorfd’ in een meegaand kuddedier. Ik laat me moeiteloos leiden, maar voorzie iedereen wél de hele dag van drop en kaneelknotsen!

Zo heeft ieder z’n eigen rol in deze tijdelijke surrogaatfamilie. En omdat mijn reisgenoten geen kinderen hebben, informeert niemand naar de mijne. Dat is ook wat, zeg: een week lang geen enkel gesprek over krampjes, luizen, bedplasserij, schermtijd of suikervrije appelsap! Het effect is dat ik voor de niet-oplettende kijker even geen moeder ben, maar gewoon ‘een vrouw’. Onbevangen, opgewekt, niet gebukt onder enige druk. Gewoon Kim – met kaneelknotsen. En zo voel ik me ook.

Hang naar chaos

Als ik dag 5 over een typisch Thaise markt in Trang struin, in al zijn schoonheid van kleuren, geuren, mooie mensen, dooie vissenkoppen en varkensingewanden, word ik bevangen door een geluksgevoel. Dat ik hier nu mag zijn, op deze plek, in dit prachtige land, met tegelijkertijd het vooruitzicht van het geknuffel en geklooi thuis over een paar dagen… wat een rijkdom! Ver weg van de ratrace voel ik gek genoeg ook hoeveel voldoening die huiselijke heksenketel me geeft. Als ik er middenin zit, merk ik dat niet altijd (of altijd niet) maar het helpen, verder brengen, steunen of nachtelijk troosten van mijn kinderen slurpt weliswaar een hoop energie… het géeft minstens zoveel. Dat hele ‘je krijgt er zoveel voor terug’-geleuter, ik heb er altijd smakelijk om gelachen, maar verdomd, kuierend tussen de Thaise kruiden en kleurrijke prullaria, begin ik echt weer zín te krijgen in de chaos thuis.

Huismus of dooie mus

Ook realiseer ik me door deze intensieve trip dat ik het soms niet onnodig ingewikkeld moet maken. Een dooie mus misschien, maar ik ben zélf degene die meer momenten van rust moet inpassen, afdwingen of gewoonweg grijpen als ze voor mijn neus liggen. Dat kan hier op het witte strand van Koh Mook, maar ook tijdens een weekendje Huttenheugte met vriendinnen, of met een kop koffie op het voetbalveld. Domweg een kwestie van het moment bij de lurven pakken! Tijdens deze trip lag ‘echte rust’ immers ook niet voor het oprapen. Behalve dat ene moment, dat we op een bootje op de Andamanse zee dobberden en iemand een zeekoeienneus spotte.

‘Sssst!’ Stilletjes wachten, dan kwam het beest vanzelf weer even boven. Vier minuten verstreken. Vier zalige, zwijgzame minuten waarin iedereen naar het water staarde en ik… mijn ogen sloot. Heel even maar. De kabbelende zee in mijn oor, de zon op mijn neus. Toen mijn reisgenoten hun verlies namen (de zeekoeiensnuit bleek een boei) en de schipper de boot weer aanzwengelde, vervolgde ik volkomen opgeladen de rest van onze reis. Meer had ik niet nodig. Dooie mus, huismus of niet, het is verfrissend om zo nu en dan eens uit te vliegen en uit je comfort zone te breken – het brengt je ergens, ook al is dat nergens, misschien net zo lekker. Ik kan het iedereen aanraden. Zonder twijfel.

In Trang is van alles aan de gang

De relatief onbekende provincie Trang ligt in het zuiden van Thailand aan de Andamanse zee. Dit traditionele stukje Thailand werd in 2004 grotendeels verwoest door de tsunami, waarbij het marineleven een flinke tik opliep. Trang staat bekend als de eco-provincie, omdat lokale bewoners zich massaal inzetten om het ecosysteem te verbeteren en het zeeleven te stimuleren, door het planten van mangrovebomen, zeegras, kunstmatig koraal en het terugplaatsen van jonge zeedieren. Als bezoeker kun jij de bewoners van Baan Nam Rab village, Bo Hin en Ko Libong daarbij helpen.

Hier móet je heen!

Ontbijt of lunch Thai Style: Ruan Thai Restaurant, Trang

National Park Had Chao Mai: Kajakken door de mysterieuze mangroves, op zoek naar verscholen lagunes en rotspartijen (zelfs een waar een monnik jarenlang in afzondering leefde) of de groene omgeving verkennen op een bamboeboot met lokale bewoners (die ook nog eens een geniale lunch verzorgen)

Eilandhoppen: Hop vanuit de rijstvelden en de biologische watermeloenboerdeij op het authentieke Ko Sukorn via Koh Kradan en Koh Libong naar het paradijselijke Koh Mook en bezoek vandaaruit:

De Emerald Cave: Zwem onder begeleiding 80 meter door een donkere grot, geniet van de smaragdgroene weerspiegeling van de zon in de grot en kom uit op een geheim strand.

Kim Hopmans is journalist, schrijver en een WENDY-columniste en samen met Roos Schlikker nemen zij in elke WENDY het thema – met een nuchtere kijk en een dosis humor – onder de loep. 

Nicolette Kluijver: ‘Weg met de schaamte, ik ben een Mevrouw!’

In je geest kan ouder worden lastig zijn. Maar niet voor Nicolette. Sterker: ieder nieuw jaar op de teller is voor haar een reden tot uitzinnige blijdschap. Als vaste columniste bespreekt zij herkenbare onderwerpen. Nicolette Kluijver (34) heeft een klinkende carrière als tv-presentatrice. Ze is een meer dan liefdevolle moeder (van drie), houdt zielsveel van dieren en heeft een ongeremde levenslust.

‘Ik vond ouder worden vroeger best wel irritant. Zeker na mijn 25ste begon ik het toch een beetje vervelend te vinden. Het moment waarop je voor de eerste keer met ‘mevrouw’ wordt aangesproken, dat is toch wel een dingetje. Of dat een kind vraagt: ‘Mag ik úw hondje aaien.’

‘Zeg maar jé, hoor.’
‘Dank ú wel, mevrouw, leuk beest!’ Tja, het is wat confronterend.

Altijd de jongste

Ik was altijd de benjamin op mijn werk. Bij BNN was iedereen al jong, maar over het algemeen was ik toch nog steeds de jongste. Ik begon daar op mijn 21ste als reporter en al snel mocht ik  ‘3 op Reis’ presenteren. Mijn vrienden konden niet geloven dat ik zo jong al zo veel landen kon bezoeken. En op mijn 27ste was ik de jongste uit mijn vriendinnengroepje die een kindje kreeg. Maar plots komt het moment, als een bliksemschicht bij heldere hemel.

Als je praat met je nieuwe collega, een koffietje drinkt op de sportschool met de lerares, een ditjes-en-datjes-gesprek voert in de supermarkt, het moment dat je je realiseert dat je niet meer de jongste bent. Begrijp me niet verkeerd, ik vind mezelf nu ook nog jong. Ik ben 34 jaar en ik vind dat oprecht niet oud, maar dat je niet meer de jongste bent in veel gezelschappen, die overgang had ik even gemist. Nu ben ik niet meer ‘die jonge pup die op haar leeftijd al zo veel heeft meegemaakt’. Niet meer die superjonge moeder (voor Amsterdamse begrippen) die nu al aan kinderen begint. Ik ben nu gewoon 34. Een vrouw met drie kinderen. Een MEVROUW.

Erkentenis

Toen ik dertig werd, keek ik naar mijn kledingkast. Plots had ik vraagstukken. Mag ik als dertiger nog wel die trui aan met de tekst ‘Bad girl’? Zijn die roze hippe Nikes met flitsend paars teken niet meer iets voor in de kast van een twintiger? Nog steeds heb ik af en toe een conflict met mezelf. Wie ben je als je een dertiger bent? Toch heeft mijn leven een wending gekregen, en ben ik mijn ziekte van twee jaar geleden daar zo dankbaar voor. Ouder worden is de BOM! Ik vind het nu zo’n erkentenis.

Ik ben zo ongelofelijk blij en uitzinnig met ieder nieuw jaar op de teller. Ik was me laatst aan het omkleden in de kleedkamer van de sportschool en er was net een groepje oudere dames klaar met hun wekelijkse aqua-aerobicsklasje. Het was één grote klaagzang die de kleedkamer binnenkwam. De ene dame had het te koud gehad, de andere juist te warm. Wat staat die housemuziek toch hard in die kleedkamers en wat zijn die kluisjes toch klein! Er werd gebromd, gemokt en gemurmeld. Een samenhorigheid en verbondenheid door samen lekker te mopperen.

En omarm het!

Ik was me aan het omkleden om mijn jonge botten even in het stoombad te gooien. Maar terwijl ik het gestommel en geklaag hoorde, ging ik even zitten in mijn grote witte handdoek. Ik deed mijn ogen dicht en luisterde naar de dames.

Zachtjes zei ik tegen mezelf: ‘Wat hoop ik toch dat ik over veertig jaar uit zo’n aerobicsklasje schuifel. Dat ik ook mopper over de luide muziek en het koude water.’ Bij ouder worden hoort blijkbaar ook een beetje het klagen over ditjes en datjes. Zolang het klagen is over koud water, of juist te warm… Wat heb je dan een mooi leven. Een lang leven, met kleine frustraties die blijkbaar ook een mooie binding zijn met leeftijdsgenoten. Ik wens dat ik op een dag zo oud ben en dat ik mag klagen dat ik mijn leesbril niet kan vinden. Wat lijkt het me een prachtig iets om oud te mogen worden. Het liefst natuurlijk – net als iedereen dat wenst – zo gezond mogelijk. In mijn hart forever young. Maar dat ouder worden ga ik omarmen! Weg met de zelfoordelen: kan dat wel op deze leeftijd? Weg met de schaamte: ik word ouder. Omdraaien, die hap: IK WORD OUDER… AND I LOVE IT! BRING IT ON!’

Lees de volledige column van Nicolette in WENDY 28.

Nicolette Kluijver geeft je raad bij het uitzoeken van een huisdier

Nicolette Kluijver (34) heeft een klinkende carrière als tv- presentatrice. Ze is een meer dan liefdevolle moeder (van drie), houdt zielsveel van dieren en heeft een ongeremde levenslust. Speciaal voor WENDY Kids neemt Nicolette, die erg van de dierenpret is, je aan de hand bij die lastige keuze: oké, je neemt een huisdier voor je kind, maar welk? Nicolette geeft raad.

‘Mam, ik beloof dat ik zelf het hok verschoon!’
‘Pap, ik meen het, ik laat het hondje zeker zelf uit.’

Je kind zeurt al jaren om een huisdier. En heel soms denk je: waarom ook niet! Ik denk dat het heel goed is voor een kind om de taak te krijgen voor een dier te zorgen. Het leert ze zelfstandig zijn, liefde te voelen voor een levend wezen. Zorg en verantwoordelijkheid te dragen. Ik ben opgevoed met dieren en dan schijnt het dat je later zelf ook makkelijker huisdieren neemt. Bij mij thuis is het inmiddels de Ark van Noach. Pippi Langkous zou jaloers zijn op mijn huishouden. Het begon allemaal met het hondje Spot. Hij was mijn eerste baby. Al snel kwam daarop Isabella, ons eerste kindje, en de rest is geschiedenis. Een pony, schapen, een geitje, vissen, een tamme eend, kippen, een dwerghamster, konijnen, honden, een bejaarde poes en alles wat komt aanlopen, mag blijven.

De pony liep in de zomer door de keuken en de kippen schromen niet om zelf een stukje fruit uit de fruitschaal te pikken als de achterdeur openstaat. Een beestenboel dus, waarbij mijn kinderen regelmatig met een kip onder hun arm rondlopen. Ik hoop dat als ze later terugkijken op hun jeugd ze me niet voor gek verklaren. Ik, Moeder Natuur. Ik snap dat je niet zit te wachten op een paard in de hal of een kip op je wijnrek, maar ik kan je wel een paar tips geven, mocht je willen beginnen aan een huisdier. Als eerste: je moet kiezen wat voor vriend er in huis wordt gehaald. Een met schubben, veren of een vacht?

Schubben: een kind kan heel veel lol hebben van een bak met visjes. Heb je als ouder of verzorger zelf weinig omkijken naar. Het uitzoeken van guppies in de dierenwinkel geeft al de nodige pret. Ik raad ook echt guppies aan, omdat die relatief makkelijk zijn om te houden. Tegenwoordig zijn er echt leuke aquariums met allerlei gave attributen. Elsa op de bodem of een Cars-schuilplaats voor de kleine visjes. Het enige is: een huisdier met schubben (ook reptielen en slangen) zijn over het algemeen niet heel knuffelbaar. Wat je kunt doen, is afspreken dat als je kind de visjes voor een bepaalde tijd goed kan verzorgen, jullie willen overwegen om over te gaan tot iets… zachters. (En voor je het weet, heb je een dierentuin ;-)). Iets zachters dus. Tuurlijk is een hondje of een lieve kat het leukst.

De verzorging is alleen intensief. Waarover ik me echt heb verbaasd, is hoeveel lol de kinderen hebben met onze dwerghamster Witje. Het arme beest slaapt het liefst overdag, dus we hebben duidelijke afspraken over het ontwaken van Witje. Dat moet zachtjes en lief gebeuren en niet meerdere malen per dag. Als Witje eenmaal wakker is, loopt ze over de handen en voeten van de kids heen. Die moeten blijven zitten wanneer ze Witje vasthouden, want als Witje uit hun handen valt en naar beneden stort, voelt het voor dat kleine dier als een vrije val vanuit een wolkenkrabber. Witje is een makkelijk te onderhouden vriendje in een leuke kooi vol buizen en radjes. Een diertje dat semi-solitair is. Dus je hoeft je niet schuldig te voelen dat-ie daar alleen achter de tralies zit.

Konijnen daarentegen zijn helemaal niet zo makkelijk. Het zijn groepsdieren die veel ruimte nodig hebben. Ook zou ik altijd aanraden een konijn bij de konijnenopvang te adopteren. De verzorgers weten precies wat het konijn wel en niet prettig vindt. Ik snap dat een fluffy konijntje van negen weken oud in de dierenwinkel erg aantrekkelijk is. Vaak valt het bij thuiskomst vies tegen. Ze zijn bang en willen niet geknuffeld worden.

Tot slot: een huisdier met veren. Een parkiet, papegaai of kanarie. Zelf zou ik een beetje verdrietig worden van zo’n beest in een kooitje. Toch hebben sommige mensen er heel veel plezier van. Een kanarie kan zo tam worden dat-ie zelfs door het huis vliegt (en dus ook alles onder kakt) en sommige vogels vinden het heerlijk om op je schouder te zitten. Leuk voor de kids, dat zeker.

Mijn lievelingshuisdier? Ik ben supergek op mijn kippen. Ze hebben niet veel nodig om tevreden te zijn en in ruil voor goede verzorging geven ze elke dag een vers ei. Een loopren naar buiten, een veilig hok met stok, wat graan en veel water. Klaar. Ik kan uren kijken hoe mijn meiden badderen in een plasje. De dames kletsen tegen elkaar en als ik ze roep luisteren ze beter dan mijn Oost-Europees adoptiehondje Mimi. Ze hebben elk een eigen naam en karakter. En mijn kinderen? Die kunnen dagenlang met de meiden buitenspelen. Maar misschien is het iets te veel van het goede en sla ik door (alweer). Begin dan bij een guppie en eindig met een kip. Maar niet op je brood, hè.’

Nicolette Kluijver is WENDY-columniste, dit artikel staat in WENDY 27, Foverer Young.

 

Eens per maand…

Lachen en huilen liggen heel dicht bij elkaar, weet Nicolette Kluijver. Zeker die ene keer per maand, als ze last heeft van gierende hormonen.

Godsakke! Mijn deadline is verstreken en ik moet nog een column schrijven. Eerst een kop thee. Ik heb koude handen waar Elsa van Frozen u tegen zou zeggen. Een Roy Donders-huispak zal mij goed doen. Hoewel: hopen dat niet weer de postbode een pakket onzinnige aankopen brengt op dit onhandige tijdstip. De laatste keer kreeg ik de vraag of ik het wel echt was. Verbaasd scande hij mij van mijn geitenwollen skisokken tot de knot stro op mijn kop. ‘Ja, en valt het tegen?’, zei ik bits. Eens per maand duld ik geen tegenspraak, of beter gezegd: geen spraak. Eens per maand koop ik online nutteloze dingen, eens per maand ben ik een slons. Met handen en voeten als een vrieskist. Eens per maand heb ik: (gierende) hormonen. Nondeju! Alle pennen in huis zijn weer eens verdwenen. Ik schrijf het lekkerst als ik eerst wat gedachten op papier schets. Dan maar de computer. Ik haal hem van de
slaapstand en het filmpje dat mijn zoontje vanmorgen keek, begint te spelen: van mensenhanden die klei kneden. In verschillende
kleuren worden de bakjes geopenden wordt de klei gekneed. Ik kijk ernaar, kan niet stoppen met kijken. Ietsjelater (lees: ruim een uur) klik ik YouTubeweg. Heb ik al die tijd gekeken naar handend ie klei kneden? Ik vertoon echt studieontwijkend
gedrag, schrijven moet ik…of beter: puist en ik. Schrijven jij, zeg ik tegen de puist die in de weerspiegeling van mijn pc op mijn voorhoofd glinstert.

[green_note title=”Nicolette Kluijver” text=”Oud-topmodel Nicolette Kluijver (33) is sinds vijftien jaar een meer dan fris en vrolijk gezicht op televisie. Ook is ze gelukkig getrouwd, moeder (van drie) en heeft ze een ongeremde levenslust. Met name over dat laatste gaat haar column in WENDY.” ]

Natuurlijk… (gloeiende-grr) de deurbel! Dit gaat ’m echt niet worden, vandaag. Ik steek mijn hoofd om het hoekje, zodat de
indringer aan de deur mijn zondagsoutfitniet ziet. Ik pers er een lach uit. Kak… Helemaal vergeten! Niet de postbode die inmiddels gewend is aan mijn maandelijkse monster, geen kinderen met kinderpostzegels die je kunt afwimpelen door snel
een hele kaart te kopen… Het is de ICTmonteur. Kom verder. Daar staat-ie. Ko ffie? Hoe lang bent u ongeveer bezig?

Verslagen plof ik neer, geen pen in huis, de computer wordt gereset; die column krijg  ik nooit af. Gek genoeg krijg ik de slappe
lach. Ik moet steeds harder lachen en diezelfde lach gaat over in huilen, tranen rollen over mijn wangen. Ik heb dat vaker, een
lachbui die overgaat in huilen. Het moment dat ik hoorde dat ik zwanger was van de tweeling. We waren in het buitenland
op zoek naar een ziekenhuis om ons duidelijkheid te verscha ffen. Ik voelde me superhormonaal en 1 + 1 = 2 (zeker in dit geval!).
Die echoscopist zal wel hebben gedacht: deze vrouw is echt te labiel voor het opvoeden van een tweeling. De echokop rolde over mijn toen al opgezette buik. Ik wist het al, ik voelde het al. ‘Het zijn er twee,’ zei ik tegen de beste man. ‘Nou,’ zei hij, ‘dat zeggen vrouwen wel vaker.’‘Hormonen zeker?’ Ja, gierende… En ja hoor, niet één hartje, maar twee hartjes klopten in mijn buik. Ik keek naar Joost, die stomverbaasd voor zich uit zat te kijken, in de diepte, met een blik alsof hij net aan een citroen had gelikt. Het nieuws kwam wat later aan, kortsluiting. Een tweeling? Drie kinderen in drie jaar tijd! Ik begon te lachen, te schaterlachen, sloeg de echoscopist op zijn tengere schouders, terwijl ik het uitproestte. De lachbui gingover in een traan, de tranen maakten een mascarariviertje over mijn rode wangen, en toen begon ik te huilen; echt verdriet,schokkende schouders en een neus volsnot. Een hoofd als een wasbeer. Lachen en huilen liggen heel dicht bij elkaar.

En zo zit ik nu ook op de bank. Dit keer zwanger van een column en die baby móet worden geboren. ‘Gaat het, mevrouwtje?’
De ICT’er meldt dat de computer schoon is en dat hij volgende week zal terugkomen om mijn programma’s te installeren. Ik kan eindelijk gaan schrijven. Gelukkig heb ik na deze baaldag genoeg inspiratie om ietste schrijven over gierende hormonen…