fbpx

Moses (30) zijn moeder werd vermoord door zijn vader: “Langzaam drong het besef tot me door: hij maakte mijn moeder dood.”

Dit is het verhaal van Moses Johannes. Toen hij bijna vier jaar oud was, werd hij geconfronteerd met femicide. Hij was getuige van de moord op zijn moeder, gepleegd door zijn eigen vader. Nu, bijna 27 jaar later, vertelt Moses zijn verhaal.

Mijn familie heeft een lange en moeilijke geschiedenis. De Armeense genocide heeft diepe sporen achtergelaten op hen, waardoor mijn familie gedwongen werd om te vluchten naar Irak. Mijn grootvader, die ook Moses heette, kreeg mijn vader op een zeer late leeftijd. De geboorte van mijn vader werd dan ook als een zegen beschouwd. Hij was de enige zoon in de familie en kon dus de familienaam voorzetten. Mijn vader werd als christen grootgebracht in een islamitische omgeving en raakte bevriend met jongens die een negatieve kijk op vrouwen hadden. Hun invloed veranderde mijn vader merkbaar, vooral binnen het gezin. Al snel beschouwde mijn vader zichzelf als het hoofd van de familie en vertoonde hij agressie naar zijn gezinsleden. Deze houding bleef aanwezig in zijn volwassen leven, ondanks de meerdere pogingen door zijn familie om hem tot bezinning te brengen.

Sterke vrouw

Het huwelijk tussen mijn ouders, leidde al snel tot problemen. Mijn moeder was een onafhankelijke, Armeense vrouw vol eigenwaarde. Dit botste voortdurend met de dominante houding van mijn vader. Meningsverschillen, zoals de kwestie borstvoeding, groeiden uit tot familieconflicten waar iedereen bij betrokken raakte. In die tijd was het -hip- om je kind geen borstvoeding te geven en mijn moeder wilde hier graag in meegaan. Dit leidde tot hevige ruzies tussen mijn ouders. Mijn vader vond dat mijn moeder te veel haar eigen weg ging en betrok bij elk conflict de hele familie, wat de situatie alleen maar verergerde.

Mijn ouders besloten uiteindelijk om naar Nederland te verhuizen. Mijn eerste momenten hier herinner ik me nog goed. De kennismaking met Sinterklaas voelde als een droom. Ik hoopte dat deze indrukwekkende, magische man met zijn witte baard en rode mantel, onze problemen zou kunnen oplossen. Dat hij onze zorgen kon wegnemen en mijn vader tot bedaren zou weten te brengen. Maar die hoop maakte al snel plaats voor teleurstelling. Sinterklaas was geen magische man op wie ik had gehoopt. Hij was geen tovenaar die onze problemen kon laten verdwijnen met een simpele zwaai van zijn staf.

Westerse wereld

Onze eerste maanden in Nederland brachten we door in een asielzoekerscentrum. Het was een plek waar we dagelijks in spanning leefden, wachtend op nieuws over onze toekomst. We probeerden onze plek te vinden in de voor ons nog onbekende Westerse wereld. De verhalen en emoties van de mensen die, net als wij, op zoek waren naar een veilige plek om thuis te noemen, zorgden voor een bedrukte sfeer. Na een lange periode van onzekerheid en wachten ontvingen we het verlossende nieuws waar we zo lang op hadden gehoopt: we kregen een huis! Het voelde als een droom die werkelijkheid werd. Eindelijk zouden we een plek hebben waar we ons veilig en geborgen konden voelen, ver weg van de constante onzekerheid en spanningen van het asielzoekerscentrum.

We waren vol verwachting over wat ons nieuwe huis ons zou brengen. Een gevoel van vreugde overspoelde me bij de gedachte aan de verhuizing. Dit was niet zomaar een huis. Het voelde als een schone lei, een kans om als gezin helemaal opnieuw te beginnen. Ik hoopte dat de nieuwe omgeving en de veiligheid die onze eigen plek ons zou bieden, een einde zou maken aan de onophoudelijke druk en stress die ons gezin al zo lang hadden beheerst.

Bittere ironie

Het huis lag aan de Bevrijdingslaan in een rustige buurt van Almelo, omringd door andere rijtjeshuizen. De straatnaam voelde als een bittere ironie. Hoewel de naam van de straat vrijheid beloofde, was daar binnen de muren van ons huis weinig sprake van. De spanningen in ons gezin namen alleen maar toe, waardoor mijn hoop op verbetering snel vervaagde.

Mijn vaders familie was inmiddels ook onderweg naar Nederland. Later vernam ik van mijn tante dat de familie verwachtte dat mijn vader zijn moeder in huis zou nemen, zoals de traditie voorschreef. Mijn vader streefde er naar om altijd aan de verwachtingen van zijn familie te voldoen, wat tot grote ergernis leidde bij mijn moeder, die de bemoeizucht van zijn familie verafschuwde.

Verschillende principes

Mijn ouders verschilden van elkaar als dag en nacht. Niet alleen hun persoonlijkheid, maar ook hun manier van opvoeden stond lijnrecht tegenover elkaar. Hun enige overeenkomst was hun traditionele Armeense afkomst: een hechte gemeenschap waarin alles met elkaar gedeeld werd. Geld, eigendommen, zelfs succes werden gedeeld binnen de familiekring.

Mijn moeder verlangde echter naar meer privacy binnen het gezin en hechtte waarde aan zelfontdekking. Ze moedigde mijn zusje en mij aan om onze eigen weg te vinden, te leren en te groeien op onze eigen manier. Deze opvoedstijl stond in schril contrast met de verwachtingen van mijn vaders kant van de familie, die alles nauwlettend in de gaten hield. De opvatting van mijn vader en zijn familie over opvoeding draaide meer om betutteling, misschien wel controle, waarbij de nadruk lag op de gehoorzaamheid aan familietradities en collectieve belangen. Ze bekritiseerden mijn moeders aanpak als nalatig en beschouwden haar vrije benadering als een vorm van verwaarlozing. De verschillen tussen mijn ouders zorgden voor constante wrijving.

Ik stond erbij en keek ernaar

Op de verjaardag van mijn vader kregen mijn ouders ruzie over mijn zusje, die nieuwsgierig naar het flesje bier dat op de tafel stond reikte en een slokje wilde nemen. Mijn moeder sprak haar zachtjes toe, haar stem was kalm en bezorgd: “Dat is niet verstandig, lieverd.” Maar mijn vader vond dat mijn moeder zijn verjaardag verpestte met haar opmerking. Hij snauwde haar toe dat ze niets had moeten zeggen. Het leek hem niet te deren dat mijn zusje nog maar twee jaar oud was. Plotseling haalde hij met kracht uit en gaf mijn moeder een harde klap in het gezicht. Haar lichaam schokte en haar hand schoot naar haar hoofd, waar de rode afdruk van mijn vaders hand langzaam zichtbaar werd op haar huid. Mijn moeders lip trilde van de pijn, maar ze bleef kalm. Zoals ze dat altijd al had gedaan. Nooit liet ze iets merken, zelfs als de pijn bijna ondraaglijk was. Ze hield zich groot voor ons, maar ik zag dat ze haar tranen inslikte. Ik stond erbij en keek toe hoe dit tafereel zich voor mijn ogen afspeelde, zoals het al talloze keren eerder had gedaan.

De teleurstelling in mijn vader groeide bij elke agressieve uitbarsting die hij had. De keer dat hij zo boos was en mijn kleine zusje van de tafel op de grond smeet. Soms tierde hij uren lang door de kamer, onophoudelijk en genadeloos. Ik had het nooit begrepen. We waren toch zijn familie? Maar op dat moment, het moment dat hij voor de zoveelste keer mijn moeder pijn deed, brak er iets in mij. Een golf van verdriet en woede overspoelde me. Hoe kon hij dit doen? Hoe kon hij onze moeder, de vrouw die ons beschermde en liefhad, zoveel pijn doen? Vanaf toen veranderde mijn kijk op hem voorgoed. Hij was niet langer de vader die ik wilde bewonderen. Mijn vertrouwen in hem was ik kwijt. De liefde en het respect die ik ooit voor hem voelde, waren vanaf dat moment voorgoed verdwenen.

Die verschrikkelijke dag

Het was een koude en bewolkte ochtend in december. De dag dat mijn leven voorgoed veranderde. De geur van versgebakken cake met rozijnen, die langzaam gaarde in de oven, vulde de keuken. Mijn zusje en ik keken vol verwachting naar het baksel dat we samen met onze moeder hadden bereid. Het was een van die zeldzame ochtenden waarop we in harmonie samen met onze moeder tijd doorbrachten. In haar aanwezigheid voelden we ons veilig. De spanning en onrust die mijn vader met zich meebracht, leken op dit soort momenten ver weg.

De rustige sfeer die in de keuken hing, werd abrupt verstoord door het geluid van rammelende sleutels aan de voordeur. Mijn vader verscheen in de deuropening met een woedend gezicht. Zonder een woord te zeggen, stampte hij naar boven. Mijn moeder, zusje en ik bleven verbijsterd achter in de keuken, onzeker over wat er zou volgen. Plotseling weerklonk het geluid van haastige voetstappen op de trap en daar verscheen mijn vader weer. Zonder aarzelen stormde hij naar de keukenla en trok er met een ruk een hakmes uit. Hij maakte een dreigende beweging, waarna hij mijn moeder met het mes in haar buik raakte. Terwijl hij op mijn moeder bleef insteken, leek de wereld stil te staan. Ze schreeuwde van angst en pijn. In paniek greep ik naar de hand van mijn zusje en samen verscholen we ons met trillende benen onder de keukentafel.

Langzaam drong het besef tot me door: hij maakte mijn moeder dood. Machteloos keek ik vanonder de tafel toe naar de gruwelijke scène die zich voor mijn ogen afspeelde. Mijn moeders geschreeuw vulde de ruimte. Ik wilde haar niet in de steek laten, dus ik bleef toekijken. Misschien kon ik hem tot bedaren brengen, dacht ik ten einde raad. Ik greep mijn vaders been. In een laatste wanhopige smeekbede richtte ik me tot hem: “Papa, papa, asjeblieft!” Maar zijn ogen, gevuld met haat, lieten geen ruimte over voor mededogen. Hij schopte me van hem af en wierp me de kamer in. Alsof ik slechts een hinderlijk obstakel was op zijn pad naar vernietiging.

Tot de laatste adem

Toen mijn vader klaar was met mijn moeder vestigde hij zijn aandacht op mijn zusje en mij. Zonder enige aarzeling greep hij ons ruw vast en sleurde ons de trap op. Ik herinner me nog hoe mijn voortand afbrak toen hij ons van de trap gooide. In die verschrikkelijke seconde voelde ik geen pijn, verdriet of angst. Ik was er helemaal bij, vastbesloten om tot het allerlaatste moment bij mijn moeder te blijven en haar niet in de steek te laten. 

In de hoek van de kamer, onderaan de trap, lag mijn moeder. Haar ademhaling klonk zwaar en haar gezicht was vertrokken van pijn. Haar kleren waren doordrenkt van bloed als een herinnering aan het verschrikkelijke moment dat zojuist had plaatsgevonden. Te midden van alle chaos en geweld verzamelde ze de laatste restjes van haar kracht bijeen. Haar handen tastten wanhopig naar grip op de koude vloer. Haar spieren trilden van uitputting, terwijl ze zich moeizaam omhoog probeerde te hijsen. Elke beweging was een gevecht tegen de pijn die haar lichaam overweldigde. Met elke vezel in haar lijf vocht ze tegen de verlammende angst die haar dreigde te verstikken. Haar ogen, dof van pijn, maar doordrongen van vastberadenheid, zochten naar een teken van hoop. Ze strompelde naar de voordeur en baande zich een weg over het tuinpad wanhopig op zoek naar een uitweg uit deze nachtmerrie.

Mijn zusje en ik stonden hand in hand in de deuropening, onze ogen gericht op onze moeder die met al haar kracht aan haar lot probeerde te ontkomen. We klemden onze handen nog steviger in elkaar, hopend dat ze het zou redden, dat ze hulp zou krijgen en dat alles weer goed zou komen. Maar onze hoop werd ruw verstoord toen mijn vader, verblind door woede, haar terug de tuin in sleepte. Hij greep een grote betonnen voet van een parasolstandaard, tilde hem op en liet hem met een brute kracht op haar hoofd neerkomen. Daar stond ze, wankelend en verslagen, tot ze uiteindelijk op de grond viel. Een tweede klap volgde, de genadeklap. Het was onwerkelijk. Mijn moeder, de engel van mijn leven, lag ineengezakt, haar lichaam levenloos. Dat beeld heeft me voor altijd getekend.

Machteloos staarden mijn zusje en ik naar de gruwelijke scène die zich zojuist voor onze ogen had afgespeeld. Op dat moment voelde ik me leeg, overweldigd door de gebeurtenissen. Mijn gedachten waren enkel gericht op haar, mijn geliefde moeder. Haar blik ontmoette de mijne en ik wist dat het snel voorbij zou zijn. Met haar laatste adem fluisterde ze: “Pas goed op je zusje.” Die woorden, zo eenvoudig maar zo krachtig, blijven voor altijd in mijn hart gegrift. Ze markeerden het keerpunt, Het moment waarop ik wist dat ik iets moest doen.

Ik greep mijn zusjes hand stevig vast en we haastten ons weg. Het voelde alsof de wereld op het punt stond in te storten. We renden over het tuinpad, maar dat voelde eindeloos. En daar, aan het einde van de weg verschenen de knipperende zwaailichten van de politie en ambulance. Maar het zien van de hulpdiensten bracht geen opluchting. De hulp was te laat gekomen.

Terwijl het personeel van de ambulance naderde, hing er een ijzige stilte in de lucht. De aanblik van mijn levenloze moeder, en mijn zusje en ik gehuld in bloed, leek hen te verlammen. Ze waren sprakeloos. Diep vanbinnen koesterde ik nog een sprankje hoop dat mijn moeder het toch zou redden. Het ambulancepersoneel voelde aan haar pols, op zoek naar een hartslag, maar tevergeefs.

Met trillende handen en een bonzend hart vertelde ik de politie alles, elke gruweldaad die mijn vader had begaan. Hij probeerde zich te verschuilen achter leugens, maar de waarheid was onverbiddelijk. Ik herinner me nog dat een agent me vroeg of ik een snoepje wilde, alsof dat enige troost zou bieden. Ik verlangde niet naar snoep. Ik verlangde naar antwoorden, naar een oplossing, naar hulp.

Terwijl we in de politieauto reden, keek ik naar de hemel. Naar de wolken die langzaam voorbij dreven. Ik voelde me verloren, maar ik wist dat God niet de schuldige was. Het waren de keuzes van mijn vader geweest die ons hier brachten. Het besef dat alles was weggenomen, dat we niets meer hadden, geen moeder, geen vader, geen thuis, drong langzaam tot me door. Er spookten allerlei vragen door mijn hoofd: Wat zou het leven ons brengen? Waar komen we terecht? Wat is Gods plan voor mijn toekomst? Het was het begin van een nieuw hoofdstuk.

Als ik nu terugdenk aan die tijd, realiseer ik me hoe dankbaar ik ben dat ik alles nog zo helder voor de geest heb. Het klinkt misschien vreemd, maar wat eens een bron van diepe trauma’s was, is nu een kracht geworden. Ik ken mijn vader door en door. Ik weet wat hij ons heeft aangedaan. En wanneer ik hem in de ogen kijk, weet ik dat hij weet dat ik het weet. Het is een confrontatie die hij niet kan ontlopen en ergens geeft mij dat hoop. Hij dacht dat hij ermee weg kon komen, maar God heeft het gezien en ik heb het gezien. Ik weet wie hij werkelijk is en wat hij heeft gedaan. Hij heeft onze moeder van ons weggenomen.



WENDY Zomer special

Zomer op een eiland!


Een special vol eilandliefde en eilandinspiratie.


 

LAAT JE INSPIREREN DOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEF