fbpx

Thailand ontdekken in je uppie? Columniste Kim Hopmans probeerde het uit

Zonder man en kinderen op vakantie, hoe is dat? WENDY-columniste Kim Hopmans probeerde het uit. Ze mocht een week naar Thailand om de prachtige provincie Trang te ontdekken. Een week in haar uppie. Zonder vriend, kleuter, peuter, deadlines, aardappels prakken of (andermans) billen vegen… Zálig! Of toch niet?

Meestal moet je snoeihard werken om iets te krijgen of bereiken, maar heel af en toe ploft het zomaar op je (digitale) mat. Dat gebeurde mij toen ik middenin de winter een uitnodiging kreeg voor een perstrip naar Trang in Thailand. Een provincie die, naast alle voordelen van het vertrouwde Thailand, net wat meer avontuur, verrassing en authenticiteit biedt dan de geijkte toeristische Thaise gebieden. Alleen weet niemand dat. Zonde natuurlijk, dus aan mij de schone taak dit aan jullie over te brengen.

Twijfelkont

Prima, wie zegt er nou nee tegen een weekje Thailand? En toch twijfel ik. Twee kinderen geleden had ik bij de T van Thailand ongetwijfeld mijn tas al gepakt, maarja, toen heerste ik nog over mijn eigen agenda. Nu niet meer. Daarnaast ben ik een masochistische twijfelaar. Over grote-mensen-zaken (wordt het niet eens tijd om een pensioen te regelen?) én minder ingrijpende beslissingen (neem ik vlokken of Speculoos op m’n brood?). Afwegen, anticiperen, een extra hulplijn appen, en de boel nog ’s heroverwegen. Toen ik vijf jaar geleden moeder werd, ging ik ervanuit dat deze ‘hobby’ organisch zou verdwijnen, net als lezen of iets met sportschoenen. Puur door tijdgebrek zou het moederschap mij ‘lekker slagvaardig’ maken. Helaas. Ik twijfel als nooit tevoren. Doe ik het goed? Moet het beter? Kan ik mijn werk, boodschappen, douchen, opruimen of wat-dan-ook efficiënter indelen? Mijn eerste gedachte is dan ook niet jippie-ayee-joie-de-vivre-ik-mag-naar-Thailand, maar het überpragmatische, met spruitjeslucht omgeven: past dit in De Planning?

Gehalveerde druiven

Vooropgesteld: deze specifieke twijfel – ga ik wel of niet op een supergave reis naar Thailand? – is natuurlijk een gênant groot luxeprobleem. Dat weet ik. Maar voor de gezelligheid behandel ik het toch even als een écht dilemma. Sinds ik kinderen heb, bungelen tijdrovende uitstapjes en het ooit zo vanzelfsprekende ‘me-time’ roemloos onderaan mijn to do-lijst. Terecht ook: ik ben met mijn volle verstand het moederschap in gestruikeld, dan moet je er ook voor gaan, vind ik. Dat je vervolgens nooit meer rustig op de wc zit, omdat er op dát moment altijd een knikker onder de bank rolt of vastzit in een neus, weet je van tevoren niet.

Echte rust is passé, maar goed, you can’t have it all. Ik ben sindsdien nooit langer dan twee nachten van huis geweest ook. En dan nu ineens een week? Zover weg nog wel? Mijn schuldgevoel groeit, maar terwijl ik wik, weeg en nog eens wik, kriebelt er ook iets: hoe zalig zou het zijn, een week in mijn uppie, zonder verplichtingen, in de natuur? Aangemoedigd door mijn vriend die me voor gek verklaart als ik niet ga… ga ik.

Me-time

Twee weken later haast ik me met gutsende oksels en een brok in mijn keel naar Schiphol, maar eenmaal daar valt het opgefokte gevoel direct van me af. Jeetje, ik hoef alleen maar rekening te houden met mezelf! Zonder het juk van voorgesmeerde boterhammen en bakjes gehalveerde druiven, plof ik neer bij McDonalds. Als ik vervolgens in alle rust tijdschriften uitzoek, schieten mijn ogen automatisch naar het kinderrek om zeker te weten dat niemand Peppa Pig-magazines uit het schap staat te rukken. Niet nodig, ik ben hier echt met mezelf. Oftewel: niks samen spelen, samen delen, die zak M&M’s is voor mij alleen. Ook in het vliegtuig verkwist ik geen minuut ‘me-time’ aan slaap en binge ik, ongestoord, alles wat los en vast zit. Bridget Jones voor 68ekeer, kom er maar in!

In het ‘nu’ leven

Het is maar goed dat ik maximaal geniet van de vlucht, want eenmaal in Thailand blijkt rust en stilte niet opgenomen in het programma. Mede omdat ik onderdeel ben van een reisgezelschap, waardoor ik 24/7 ‘aan’ sta. Mijn allergie voor ongemakkelijke stiltes heb ik namelijk gewoon ingepakt. Thuis of in Trang, ik ben en blijf chef Goede Sfeer. Daarbij worden we elke ochtend voor dag en dauw gewekt en per tuktuk of vissersboot richting rotspartij, rijstveld of lagune verscheept. Logisch ook, want Trang heeft inderdaad veel moois te bieden. Zo lijkt het of we in de rijstvelden op het eiland Ko Sukorn vijftig jaar terug zijn in de tijd, de mensen kijken raar op als ze ons zien, het toerisme staat hier duidelijk nog in de kinderschoenen.

In het National Park Had Chao Mai kajakken we door een beschermd mangrovebos, om vervolgens zelf een ecologisch steentje bij te dragen. We planten zeegras en mangroveboompjes en zetten krabbeneieren uit om het zeeleven verder op te bouwen vanuit de ravage die de tsunami in 2004 veroorzaakte. Via gammele houtje-touwtje bruggen beklimmen we een berg met waanzinnig uitzicht. Ineens ontdek ik hoe het voelt om ‘in het nu’ te leven’. Al is het maar omdat ik al mijn concentratie nodig heb om niet van die gare touwbrug te storten.

Geen verantwoordelijkheid

Kreeg ik voor vertrek al bijna doorligplekken bij de gedachte aan ál die uren dat ik in de Thaise branding zou liggen lezen, de realiteit is dat ik één keer drie minuten op het strand heb gezeten en dat de hele stapel tijdschriften ongelezen mee terug is gekomen. Zelfs thuis, met twee kinderen, werk en een twijfel-aandoening, heb ik verrassend genoeg meer tijd voor mezelf dan hier. Toch heeft het iets prettigs. Een strak schema blijkt namelijk prima, zolang je zélf niet verantwoordelijk bent. Waar ik thuis zes jaar bezig ben om met de roedel het huis te verlaten voor een rondje supermarkt – heb ik dit, heb ik dat, waar is je laars? –  ben ik hier in drie seconden klaar. Telefoon, zonnebrand, check, en gaan.

Ik word aan de hand genomen, in een bus geduwd, een berg opgetrokken, het bos in gejaagd, een mangrove in gepeddeld. Over geen enkele stap hoef ik na te denken, zelfs het overheerlijke Thaise eten wordt zo voor mijn neus gezet. Het strakke schema maakt ook dat het billen vegen en aardappels prakken thuis ineens heel ver weg lijkt. Ik geloof mijn vriend als hij zegt dat het daar prima gaat, hoewel ze me heus wel missen en alles – zogezegd – leuker is als ik er wél ben. Ik koester deze kans om even afstand te kunnen nemen van het dagelijkse… En het feit dat ik me letterlijk in een andere, groene, geurige wereld begeef en we door het tijdsverschil tegengesteld leven, werkt absoluut mee. Thuis liggen ze immers nog op éen oor als ik om 06.00 ’s ochtends een ontbijtje van dimsum en rauwe vis wegslurp (geen ruimte voor vlokken/speculoos-dilemma). En als ik aan het einde van de dag lyrisch terugkeer van een zwemexpeditie door de schitterende Emerald Cave, ligt de meute thuis alweer te snurken. En het is goed zo.

Gewoon Kim

Iets anders mafs: ik mag dan zonder gezin op reis zijn, ik merk dat ik binnen drie dagen een soort plaatsvervangend gezin vorm met mijn onbekende reisgenoten. Compleet met eigen patronen en routines. De een wil altijd voorin de bus zitten, valt vervolgens standaard in slaap en moet ik – moeder Gans – regelmatig herinneren aan haar zonnebril of ‘vergeet niet je wekker te zetten!’ De ander is de assertieve van ons drie, bestelt de drankjes en neemt het voortouw op de spaarzame momenten dat we zelf moeten nadenken. Gelukkig maar, want ik ben inmiddels probleemloos ‘gemorfd’ in een meegaand kuddedier. Ik laat me moeiteloos leiden, maar voorzie iedereen wél de hele dag van drop en kaneelknotsen!

Zo heeft ieder z’n eigen rol in deze tijdelijke surrogaatfamilie. En omdat mijn reisgenoten geen kinderen hebben, informeert niemand naar de mijne. Dat is ook wat, zeg: een week lang geen enkel gesprek over krampjes, luizen, bedplasserij, schermtijd of suikervrije appelsap! Het effect is dat ik voor de niet-oplettende kijker even geen moeder ben, maar gewoon ‘een vrouw’. Onbevangen, opgewekt, niet gebukt onder enige druk. Gewoon Kim – met kaneelknotsen. En zo voel ik me ook.

Hang naar chaos

Als ik dag 5 over een typisch Thaise markt in Trang struin, in al zijn schoonheid van kleuren, geuren, mooie mensen, dooie vissenkoppen en varkensingewanden, word ik bevangen door een geluksgevoel. Dat ik hier nu mag zijn, op deze plek, in dit prachtige land, met tegelijkertijd het vooruitzicht van het geknuffel en geklooi thuis over een paar dagen… wat een rijkdom! Ver weg van de ratrace voel ik gek genoeg ook hoeveel voldoening die huiselijke heksenketel me geeft. Als ik er middenin zit, merk ik dat niet altijd (of altijd niet) maar het helpen, verder brengen, steunen of nachtelijk troosten van mijn kinderen slurpt weliswaar een hoop energie… het géeft minstens zoveel. Dat hele ‘je krijgt er zoveel voor terug’-geleuter, ik heb er altijd smakelijk om gelachen, maar verdomd, kuierend tussen de Thaise kruiden en kleurrijke prullaria, begin ik echt weer zín te krijgen in de chaos thuis.

Huismus of dooie mus

Ook realiseer ik me door deze intensieve trip dat ik het soms niet onnodig ingewikkeld moet maken. Een dooie mus misschien, maar ik ben zélf degene die meer momenten van rust moet inpassen, afdwingen of gewoonweg grijpen als ze voor mijn neus liggen. Dat kan hier op het witte strand van Koh Mook, maar ook tijdens een weekendje Huttenheugte met vriendinnen, of met een kop koffie op het voetbalveld. Domweg een kwestie van het moment bij de lurven pakken! Tijdens deze trip lag ‘echte rust’ immers ook niet voor het oprapen. Behalve dat ene moment, dat we op een bootje op de Andamanse zee dobberden en iemand een zeekoeienneus spotte.

‘Sssst!’ Stilletjes wachten, dan kwam het beest vanzelf weer even boven. Vier minuten verstreken. Vier zalige, zwijgzame minuten waarin iedereen naar het water staarde en ik… mijn ogen sloot. Heel even maar. De kabbelende zee in mijn oor, de zon op mijn neus. Toen mijn reisgenoten hun verlies namen (de zeekoeiensnuit bleek een boei) en de schipper de boot weer aanzwengelde, vervolgde ik volkomen opgeladen de rest van onze reis. Meer had ik niet nodig. Dooie mus, huismus of niet, het is verfrissend om zo nu en dan eens uit te vliegen en uit je comfort zone te breken – het brengt je ergens, ook al is dat nergens, misschien net zo lekker. Ik kan het iedereen aanraden. Zonder twijfel.

In Trang is van alles aan de gang

De relatief onbekende provincie Trang ligt in het zuiden van Thailand aan de Andamanse zee. Dit traditionele stukje Thailand werd in 2004 grotendeels verwoest door de tsunami, waarbij het marineleven een flinke tik opliep. Trang staat bekend als de eco-provincie, omdat lokale bewoners zich massaal inzetten om het ecosysteem te verbeteren en het zeeleven te stimuleren, door het planten van mangrovebomen, zeegras, kunstmatig koraal en het terugplaatsen van jonge zeedieren. Als bezoeker kun jij de bewoners van Baan Nam Rab village, Bo Hin en Ko Libong daarbij helpen.

Hier móet je heen!

Ontbijt of lunch Thai Style: Ruan Thai Restaurant, Trang

National Park Had Chao Mai: Kajakken door de mysterieuze mangroves, op zoek naar verscholen lagunes en rotspartijen (zelfs een waar een monnik jarenlang in afzondering leefde) of de groene omgeving verkennen op een bamboeboot met lokale bewoners (die ook nog eens een geniale lunch verzorgen)

Eilandhoppen: Hop vanuit de rijstvelden en de biologische watermeloenboerdeij op het authentieke Ko Sukorn via Koh Kradan en Koh Libong naar het paradijselijke Koh Mook en bezoek vandaaruit:

De Emerald Cave: Zwem onder begeleiding 80 meter door een donkere grot, geniet van de smaragdgroene weerspiegeling van de zon in de grot en kom uit op een geheim strand.

Kim Hopmans is journalist, schrijver en een WENDY-columniste en samen met Roos Schlikker nemen zij in elke WENDY het thema – met een nuchtere kijk en een dosis humor – onder de loep. 

Interview met Ricky Koole over hoe een kleuter naar de wereld kijkt

Een kleuter zegt soms de meest bijzondere dingen en stelt vragen waar wij, volwassenen, helemaal nooit meer bij stil staan. Ricky Koole heeft de meest opvallende, grappige en ontroerende uitspraken van haar zoon verzameld. Uit alle vragen en opmerkingen heeft Ricky een selectie gemaakt. Deze zijn samengevoegd tot een boek: ‘Toen ik de wereld nog niet kende’. Zelf noemt ze het een ‘bijzonder’ boek: ‘Het is heel persoonlijk, want de uitspraken van mijn eigen zoon staan erin en ook nog eens mijn eigen illustraties.’

Hoe kwam je op dit idee?

‘Kleuters zeggen soms heel bijzondere dingen. Bijna filosofisch. Ze zitten met zo veel vragen waar wij eigenlijk niet eens meer bij stilstaan. Mijn zoon vroeg mij bijvoorbeeld een keer: “Waarom is het eigenlijk half vier?” Ja, geen idee eigenlijk. Dat is zo afgesproken. Af en toe plaatste ik zo’n uitspraak op Facebook. Mijn vrienden vonden dat zo leuk om te lezen. Zij moedigden mij aan om er iets mee te doen. Ik ben alles op gaan schrijven en heb de pareltjes eruit gepikt.’

kleuter

Hoe ziet dit boek eruit?

‘Op iedere bladzijde heb ik een aantal uitspraken geplaatst. Op de pagina ernaast is mijn eigen illustratie te zien die te maken heeft met een van de thema’s van de uitspraken. Ik heb er juist voor gekozen om verschillende uitspraken bij elkaar te zetten. Een vraag over de dood kan bijvoorbeeld gevolgd worden door een grappige uitspraak waar je van moet grinniken. Het boek is echt opgebouwd aan de hand van uitspraken per leeftijd. Het begint met alleen maar uitspraken van mijn zoon toen hij vier jaar oud was. Aan het einde van het boek is hij zes jaar. Je merkt ook echt aan zijn uitspraken dat hij ouder is geworden. De vragen of opmerkingen worden logischer. Het mooie, onlogische gaat eraf.’

Wat viel jou op aan zijn uitspraken?

‘Het viel me op dat hij heel veel vragen over de dood had. Dat had ik als kind ook altijd. Zo zei hij toen hij vier was bijvoorbeeld dat hij niet ouder wilde worden dan 12 jaar, omdat oude mensen doodgaan. Toch zei hij ook heel veel schattige dingen waarvan je echt smelt. Hij zei bijvoorbeeld ook een keer: “Je bent mijn lievelingskleur. Je haar, je hoofd, alles is mijn lievelingskleur.” Zo lief! Bijna poëtisch.’

Van welke uitspraak moest hardop lachen?

‘Hij vroeg of ik met hem wilde spelen, maar daar had ik even geen zin in. Toen zei hij: “Mama, als je geen zin hebt om te spelen, dan speel je toch gewoon een rots.”Dat vind ik grappig. Andere voorbeelden van leuke zinnen die hij gezegd heeft: “Als je gaat trouwen, krijg je dan ook een rijbewijs?”, “Waarom is poep altijd vers maar stinkt het toch?” en “Ik heb gedroomd dat ik niet kon slapen.”

Wat maakt dit boek zo speciaal?

‘Eigenlijk gaat het niet per se over de uitspraken van mijn zoon, hoewel het boek daar natuurlijk uit bestaat. Maar het draait niet echt om mijn zoon. Het is niet een heel bijzonder kind. Het is gewoon een kleuter. Het is zo speciaal hoe kleuters naar de wereld kijken, wat voor vragen hen bezig houdt en wat zij zien in bepaalde thema’s. Zodra hij weer een mooie of grappige uitspraak had, schreef ik dit in een notitieboekje op. Dit heb ik drie jaar lang heel serieus bijgehouden. Dat zijn leuke herinneringen voor later. Ik denk dat veel meer ouders zulke herinneringen zouden willen. Het boek heeft daarom ook nog een aantal notitiepagina’s om achterin dingen op te kunnen schrijven. Naast het opschrijven van deze uitspraken, ben ik schilderijen gaan maken. Dat maakt het ook speciaal. Schilderen was altijd een hobby voor mezelf en nu verschijnt het in een boek. Dat is heel spannend en eng. Ik heb aan dit boek 3 jaar gewerkt en persoonlijker kan het bijna niet zijn…’

Wat wil je met dit boek teweeg brengen?

‘Het boek is geschreven voor volwassenen. Ik hoop dat de mensen die het lezen ontroerd raken, maar tegelijkertijd ook weer moeten grinniken. Daarom heb ik zijn opmerkingen juist zo laten afwisselen met elkaar. Het is geen boek dat alleen maar over de dood of over liefde gaat. Van de ene opmerking raak je ontroerd of wordt je aan het denken gezet en om de volgende opmerking moet je weer heel erg lachen.’

Het boek ligt vanaf vandaag in de winkels. Je kunt het boek ook hier bestellen!

Interview met bestsellerauteur Barbara van Beukering

Barbara van Beukering (51) presenteerde programma’s als Pauze TV en Handboek voor de moderne vrouw. Daarnaast was zij van 2007 tot 2015 hoofdredacteur van het Parool. Haar boek ‘Kruip nooit achter een geranium’ staat hoog in de bestsellerlijsten.

Voor je boek interviewde je meerdere toonaangevende oudere vrouwen, die allemaal aangeven dat je jezelf moet blijven bezighouden. Wat is de grootste verandering die vrouwen van boven de 50 hebben doorgemaakt in vergelijking tot met pak ‘m beet 50 jaar geleden?

‘In mijn boek begin ik met een beschrijving van mijn oma’s. Zij behoorden tot de generatie vrouwen die niet werkten en niet studeerden. Ze trouwden om zich vervolgens met het huishouden bezig te houden. De generatie vrouwen die geboren is vanaf 1945 ging daarentegen wél werken en studeren. Ze begonnen met de pil en hadden veel meer seksuele vrijheid. Ik heb de vrouwen dan ook gevraagd waar dit geluk vandaan komt. Het geluk dat mijn eigen oma’s nooit hebben gekend. Ik kreeg als antwoord dat zij altijd een eigen leven hebben gehad. Een belangrijk verschil tussen deze twee generaties.’

Met welk doel heb je het boek geschreven? Wat moet de lezer uit het verhaal halen?

‘Ik hoop dat de lezer optimistisch wordt over ouder worden. Ik ben zelf een jaar geleden 50 geworden en toen had ik de gedachte; ik ga richting ouderdom. Het was duidelijk dat ik niet meer tot de jonge mensen behoorde. Mensen zijn negatief over het ouder worden. Je krijgt namelijk lichamelijke klachten, de afstand tot de dood wordt kleiner. Je leven is grof gezegd over. Toen ik het boek ging schrijven kwam ik erachter dat oud worden een leuke fase is en helemaal niet somber. Het heeft juist veel voordelen. Dit benoemen de vrouwen die ik heb geïnterviewd. Ik hoop dat vrouwen van 40-plus ouderdom als iets moois gaan zien. Het is een mooie fase van je leven.’

Heb je altijd de droom gehad om een boek te schrijven?

‘Nee eigenlijk nooit. Het zou niet in mij opgekomen zijn. Ik kreeg een mail van een uitgever of ik een boek wilde schrijven. Ik was in eerste instantie verbaasd, maar ik ben maar eens gaan praten. De redacteur zei dat ik zelf mocht bepalen waar het boek over zou gaan. Ik wilde graag vrouwen interviewen die ik bewonder. Vrouwen van 70/80 jaar die er nog steeds goed uitzien en een sociaal leven hebben.’

Waarom vrouwen van 70 en niet van 50? Je geeft zelf aan dat dat een leeftijd is waarbij je even niet meer wat wat je moet doen? (kinderen uit huis, carrière doelen behaald etc.)

‘Vrouwen van 50/60 jaar zijn nog aan het werk. Pas daarna ga je met pensioen en hoef je niet meer te werken. Als je 65 bent, kun je in principe stoppen met werken en achter de geraniums gaan zitten. Ik wilde juist laten zien dat als je ouder bent dan 70 jaar en wel werkt, het geen goed idee is om achter de geraniums te zitten. Zo hou je jezelf jong.

Hoe ervaar je het ouder worden zelf?

‘Ik ben er vrij nuchter over. Door het boek vind ik het helemaal niet erg. Ik zie het zo: ik ben 50 jaar, en hoe ga ik de komende jaren invullen? Ik verwacht 86 jaar te worden, oftewel nog 36 jaar om te leven. Dat is iets positiefs, ik heb nog veel te doen. Ik hoop dat de mensen die het boek lezen ook positief worden.’

Welke inzichten hebben deze vrouwen jou gegeven?

‘Dat ouder worden leuk is. Ook met je lichamelijke beperkingen. Als je oud bent, heb je veel vrijheid. Je hebt geen zorgen meer om je kinderen, je bent niet meer verantwoordelijk voor je ouders en je hoeft jezelf niet meer te bewijzen in je werk. Wanneer ik kijk naar mijn drie dochters zie ik volle levens. Eerste baan, veel vrienden, festivals en het gebruik van social media. De oudere vrouwen hebben dit niet meer. Ze ervaren geen druk meer, maar juist een vrij gevoel. Dat is heel aantrekkelijk.’

Zie je gelijkenissen met de vrouwen in je boek als je dit vergelijkt met jezelf en andere leeftijdgenoten?

‘Ja, ik wil oud worden zoals zij. Als je oud bent moet je nooit gaan zeuren. Nooit zeggen dat vroeger alles beter was. Dit moet je niet doen. Jonge mensen hebben daar een hekel aan. Ik blijf altijd vrolijk. Altijd blijven ondernemen. Niet niks doen. Je kan ook twee dagen per week vrijwilligerswerk doen. Jezelf bezig blijven houden, want anders stort je in. Daarnaast vertelden de vrouwen mij ook dat je er goed uit moeten blijven zien. Jezelf niet verslonzen, je voelt je beter als je jezelf goed verzorgt. Zij lopen nog op hakken, haar in model, gelakte nagels. Niet denken: ik ben oud en laat het daarom voor wat het is. Blijf sporten en bewegen. De boel niet laten uitzakken, daar word je stroef van. Je hebt dan ook sneller een rollator nodig dan als je in beweging blijft.’

Staan er nog meer boeken op de planning?

‘Ik dacht, ik ga een jaar een boek schrijven en dat is het. Nu het boek een succes is en ik het leuk vond om het te schrijven, denk ik erover na om nog een boek te schrijven.

Zoals je misschien weet willen wij vrouwen inspireren bij ‘hun zoektocht naar geluk’. Dit is natuurlijk bij iedere generatie anders. Waar denk jij dat de generatie zeventigers het geluk in zoekt?

‘Heel toevallig dit, de ondertitel van mijn boek is namelijk: een persoonlijke zoektocht naar een lang en gelukkig leven. Dat lijkt op elkaar! Ik denk dat de generatie zeventigers het geluk in actief blijven zoekt. Zowel in je werk en vriendschappen. Daardoor worden ze eigenlijk minder oud. Fysiek natuurlijk wel. Ze weten wel dat de tijd tot de dood korter wordt. Je moet doorgaan met leven. Oud worden zonder het te zijn.’