fbpx

Binnenkijken bij Maarten van der Weijden

Voor Wendy #33 mochten we een kijkje nemen in het prachtige huis van zwemmer Maarten van der Weijden en zijn gezin. Een huis met een met ziel, zoals Maarten zelf zegt. Maarten leidt ons rond door zijn huis tijdens een vragenvuurtje. Gaat Maarten voor een slagroomtaartje of liever een gezonde worteltaart? Bekijk de video hieronder:

 

 

Binnenkijken bij Viktor Brand

Viktor Brand (48) kennen we als presentator van een groot aantal programma’s op SBS6, o.a. van Shownieuws, vtwonen, Huizenjacht, De wereld volgens 80-jarigen en Helden door de modder VIPS. Op dit moment presenteert hij Mr Frank Visser: hoe is het nu met?

73 vierkante meter telt het huisje van presentator Viktor Brand en zijn vriend in ’s-Graveland, maar eenvoudig is het allerminst: niets staat er ‘zomaar’ en de mannen houden van gadgets en mooie spullen. ‘Als we een film willen bingen, zetten we het licht op oranje, daar word je zo lekker rustig van.’

Klein maar fijn

Viktor Brand staat voor het raam en blikt over de weilanden met daarachter het bos van Gooilust, een buitenplaats in ’s-Graveland. ‘Dat is het fantastische van deze plek, dat we zo met de hond het bos in lopen,’ zegt hij. ‘We zijn al een tijdje op zoek naar een ander, groter huis, maar bijna nergens woon je zo dicht bij het bos als hier. Vorige week hadden we bijna een groot huis gekocht; we hadden al een bod uitgebracht. De volgende ochtend werden we wakker en dachten: wat hebben we gedáán?’ Lacht: ‘Toen hebben we alles weer afgeblazen.’ Ook het uitzicht aan de achterkant is fijn. Het terras achter, dat ze in de zomer opsieren met planten en gezellige kussens op de banken, ligt aan het water en kijkt uit op een hooiberg. Hij houdt van de dorpse sfeer, zegt Viktor. ‘Ik ga graag naar de stad, maar wonen doe ik het liefst buiten.’

Twaalf jaar geleden kocht hij het huis, hij was nog alleen in die tijd. Later kwam zijn vriend André erbij wonen. Een woonkamer en een keuken, boven drie slaapkamers, meer is het niet. Last hebben ze er niet van. Vaak zeggen ze tegen elkaar: ‘Al worden we putjesschepper, hier kunnen we altijd blijven wonen.’ Je weet immers maar nooit hoe het loopt in tv-land. En ja: klein wonen heeft ook voordelen. ‘We houden van reizen, van mooie spullen. Het is fijn om daar geld voor over te houden. Stedentrips in Europa, met kerst naar Thailand, dat soort dingen doen we graag.’ En ach: veel thuis zijn ze ook niet. Viktors vriend heeft een drukke baan, zelf is hij vaak onderweg en in het weekend gaan ze graag ergens naartoe.

Eames-stoel

Het grappige is: het huis is klein, maar geenszins simpel of eenvoudig. Deze mannen houden van mooie spullen, dat zie je meteen. Wat als eerste opvalt: de zwartlederen loungestoel met palissanderhouten onderkant van Charles en Ray Eames, een iconische klassieker in interieurland. Viktor: ‘Toen ik vtwonen presenteerde, kwam ik die stoel overal tegen. Hij keek me aan, kóóp mij. Van het geld dat hij kost kun je een kleine middenklas auto kopen, maar dit is een stoel voor het leven. En we hebben geen kinderen, daarmee verantwoorden we altijd de dure uitgaven in huis, haha.’ Een andere opvallende klassieker: de leren bank van Montis. ‘Ik houd van mannelijke spullen. De vorm van deze bank en de kleur van het leer vind ik heel mooi.’

De invloed van het presenteren van vtwonen

‘Ik heb er veel merken door leren kennen. En het heeft me ook zeker geïnspireerd. De muur van de woonkamer is bijvoorbeeld in de kleur French Gray van Farrow & Ball; die kende ik uit het programma. Maar ik heb in de loop der jaren wel echt mijn eigen smaak ontwikkeld. Ik vind het belangrijk dat een huis ook gezellig en persoonlijk is. Soms kwam ik voor vtwonen in stijlpaleizen waarvan ik dacht: hoe kun je hier gelukkig worden? Waar zijn de foto’s, hoe kunnen kinderen hier spelen? Een huis moet leefbaar zijn. Mijn vriend houdt van echt strak en zou bijvoorbeeld liever geen kussens op de bank willen, maar ik vind dat juist gezellig. Een huis moet geen ijskast worden. En bovendien zit een bank met kussens lekkerder, ook niet onbelangrijk.’

Een Gloriosa in een vaasje

Hoe langer je rondkijkt in het huis, hoe meer details opvallen. En ze blijken allemaal een verhaal te hebben: niets in het huis staat er ‘zomaar’. Een korte opsomming: de Delfts blauwe vaasjes waren ooit van Viktors oma. De messing kandelaars van de Spaanse ontwerper David Marshall kenden ze uit Spanje, waar ze vaak een huis huren – een vriendin vond er een voor hen op Marktplaats. In de vensterbank staat de helft van een kandelaar die Viktor ooit met zijn beste vriendin in Parijs kocht, de vriendin heeft de andere helft. Er staan oude karaffen en borrelglaasjes van oma. Aan de wand een foto van de Amerikaanse fotograaf Slim Aarons, uit de serie ‘Desert House Party’. Ooit gezien in een galerie in Parijs en nadat zijn vriend hem twee jaar als screensaver op zijn telefoon had gehad, kocht Viktor de foto voor hem. In een klein vaasje staat altijd een Gloriosa, een s’-Gravelands bloemetje. Het vloerkleed namen ze mee uit Marrakesh.

Viktor loopt naar het antieke theekastje (‘Als tegenhanger voor de strakke meubelen’) waarin een kleine drankvoorraad staat. Zelfs de flessen die erin staan hebben hun eigen verhaal. Een fles Angel d’Or uit Mallorca bijvoorbeeld en een fles Tanqueray uit Sevilla, een gin met sinaasappelsmaak, beide drankjes herinneren aan mooie vakanties. De roomspray is van het Pulitzer hotel in Barcelona, waar ze elk jaar komen. ‘Als ik het rondspuit, heb ik weer even het idee dat ik daar ben.’

Trap van waterbuffelleer

Ze houden van gadgets. Neem de verlichting. De Philips Hue-lampen kunnen niet alleen fel of zacht gezet worden, met een speciaal apparaatje kunnen ze ook allerlei kleuren aannemen. Viktor: ‘Als we hier een feestje hebben, maken we er met de lampen een disco van en als we zin hebben om een film te bingen, zetten we de lampen op een oranje stand, daar word je lekker rustig van. Verlichting is vaak een ondergeschoven kindje in een huis, maar het bepaalt veel.’ Ook de trap moet voor menigeen een jongensdroom zijn. Gemaakt van zwart waterbuffelleer en met dimbare verlichting op elke tree. ‘Echt een gave trap. ‘s Nachts is het hier net Schiphol, haha.’

Welk item zou je nooit meer willen missen?

‘De stoomoven! Ik had de neiging om vaak een soort bejaardeneten te maken, veel te gaar gekookt, maar met de stoomoven gebeurt dat me nooit meer. Je kunt hem vooraf instellen en hij weet uit zichzelf hoelang de aardappeltjes precies moeten stomen en de groenten. Het komt er perfect uit.’

Wat een mooie pannen ook trouwens…

‘Mijn moeder zegt altijd: “Je hoeft niet rijk te zijn, je moet wel goede pannen hebben. Een goede pan gaat zo lang mee. Een van de gietijzeren pannen heb ik van mijn ouders gekregen. En voor mijn gehaktballen gebruik ik die rode in de vorm van een hart.’

Wat staat er altijd in je ijskast?

‘Een goede fles witte wijn. En Fever-Tree Tonic, een goede tonic om te mixen met gin. Drinken doe ik alleen in het weekend, doordeweeks nooit.’

Vieren jullie kerst hier?

‘In plaats van een kerstboom laat ik altijd een mooi stuk maken bij een bloemist. We hebben hier wel met de familie kerst gevierd, dan halen we een tafel van boven. Gaat prima. Maar we vluchten ook graag, heerlijk om om twaalf uur ’s nachts ergens op een Thais strandje te zitten. Dit jaar zijn we wel thuis en eten we waarschijnlijk bij de familie.’

We lopen nog even naar buiten. Aan de overkant van de weg ligt het Zuiderland, een groen veld waar de buurt een aantal picknicktafels heeft neergezet en waar iedereen gebruik van mag maken. Vandaar loop je zo het bos in. Misschien gaat het nog lukken, een groter huis vinden met grote tuin dat ook aan de rand van het bos ligt. Maar ja – als hij eerlijk is: hij ziet zichzelf niet elk weekend op de grasmaaier zitten. Tuinieren is ook niet zijn hobby. En een groot huis met een hoge hypotheek is ook een last. Als het niet lukt, blijven ze gewoon lekker hier.

Binnenkijken bij Liesbeth en Violet van POM Amsterdam

Ja, het bestaat: Liesbeth Zu Castell Rüdenhausen – Lotgering, samen met haar zus Violet eigenaar en bedenker van het succesvolle modemerk POM Amsterdam, woont op een heus kasteel. De nieuwe wintercollectie van POM werd bedacht in de oude bibliotheek van kasteel Twickel.

Het zou een mooi begin van een filmscenario zijn: Liesbeth, twintiger en student in Amsterdam, wordt verliefd op de jonge graaf Roderik. De graaf heeft een achternaam die past bij een kasteel dat eeuwen in het bezit was van zijn familie: Zu Castell Rüdenhausen. Als de vader van de jonge Roderik op 57-jarige leeftijd onverwacht overlijdt, krijgt Roderik de kans om op het kasteel te gaan wonen. Net dertig is Liesbeth als ze samen met hem kasteel Twickel in Ambt Delden in Twente betrekt.

Grootste landgoed van Nederland

Inmiddels is het vijf jaar, een huwelijk en twee kinderen later en is dit verhaal geen sprookje of filmscenario, maar het echte levensverhaal van Liesbeth (35), die samen met haar zus Violet (42) bedenker en eigenaar is van het succesvolle modemerk POM Amsterdam. Sinds dit voorjaar ook bekend van Katja Schuurman, met wie de zussen deze zomer voor het eerst samen een collectie maakten. Het is op een woensdagmiddag dat we ons melden op het kasteel. Eerst rijden we een paar kilometer over een onverharde weg door de landerijen en bossen die bij het kasteel horen – Stichting Twickel is met 6000 hectare grond het grootste particuliere landgoed van Nederland. Een smeedijzeren privépoort biedt toegang tot het deel van het kasteel waar Liesbeth en haar gezin wonen, in de zuidvleugel. Eigenaren van Twickel zijn Liesbeth en haar man niet: barones Van Heeckeren-Wassenaer, die het kasteel bewoonde, bracht het in 1953 onder in een stichting en vroeg aan haar geliefde achterneef, de Duitse grootvader van Roderik, of deze niet een zoon had om het te bewonen. Sinds 1982 woonde Roderik er met zijn ouders en broer en zus, en nu vormt hij met Liesbeth en hun kleine jongens de nieuwe generatie bewoners.

Binnenkijker POM

Landmeisje

Liesbeth is zeker geen hoofse dame. ‘We hebben heel erg veel plezier van deze omgeving hier, maar we moeten gewoon serieus werken om onze boterham met pindakaas te verdienen,’ vertelt Liesbeth als we via de ophaalbrug het kasteel betreden. Liesbeth koos er ook bewust voor om samen met haar zus vol voor POM Amsterdam te blijven gaan en bemoeit zich momenteel niet intensief met het beheer van het kasteel. Maar, zegt ze: ‘Natuurlijk realiseer ik me wel elke dag hoe geweldig het is om hier te mogen wonen. Met een eigen modelabel ben ik in Amsterdam een stadsvrouw, maar ik ben ook een echt landmeisje. Hier loop ik het liefste rond in kaplaarzen, wandel ik met onze honden of maak vuurtjes met de jongens. Juist dat tegenwicht is fijn.’

Boys, boys, boys

Zes jongetjes hebben de zussen samen – Violet vier en Liesbeth twee (met een derde op komst). Ze zijn er allemaal, deze woensdagmiddag, en het kasteel is voor de kids een waar speelwalhalla (Liesbeth: ‘Ze zijn nu allemaal nog klein, maar straks zie ik al die jongens hier wel buiten rondrennen en boomhutten maken’). Via een brede houten trap gaan we naar de eerste etage, waar het gezin woont. Aan de lange brede gang liggen verschillende kamers: een grote woonkeuken met daaraan een terras, de woonkamer, de mancave van Roderik (met platenspelers en rijen lp’s, vol jazz, hiphop en house) en de torenkamer. De slaapkamers liggen een verdieping hoger. Het is geen 17de- of 18de-eeuws plaatje: de ruimtes ogen door de kleuren op de muren (zeegroen, kobaltblauw, wijnrood – elke ruimte heeft een andere kleur) en de moderne meubels helemaal van deze tijd.

Welke sfeer wilde je dat het huis zou krijgen?

‘Toen wij hier kwamen wonen, stonden er nog veel oude meubels in het huis. Maar we wilden wel dat het een huis zou worden waar we ons echt thuis voelden; we wilden ook eigentijdse dingen inbrengen. Op de muren zat nog wandbespanning; die hebben we bijna overal eraf gehaald en de muren hebben we een frisse kleur gegeven. De stalen wenteltrap is nieuw, net als de stalen deuren met glas en de moderne keuken met rvs-blad. Mijn man is architect, en veel meubels zijn zelf ontworpen en gemaakt; de keukentafel bijvoorbeeld en de boekenkasten. Elk jaar voor mijn verjaardag krijg ik een nieuw meubel, haha. Het leuke is dat Twickel een houtzagerij heeft voor het eigen Twickelhout: daar maakt Roderik graag meubels van. Toen we hier kwamen wonen, waren we nog redelijk jong en we hadden niet het budget om allerlei designmeubelen te kopen; hiervoor woonden we op vijftig vierkante meter in Amsterdam.’

Het huis is modern, maar wel met veel oude details.

‘We vonden het leuk om daarmee te spelen, ja. De oude eetkamerstoelen heb ik bijvoorbeeld opnieuw laten bekleden. De vloeren zijn ook heel bijzonder: zulke brede delen zijn tegenwoordig zeldzaam en ze zijn gemaakt van Twickel-eikenhout.’ Wat verder opvalt: overal in het huis hangen oude brandkranen en -slangen. Kasteel Twickel heeft een eigen watertoren en omdat men in de vorige eeuw bang was voor brand, zijn er veel blusleidingen. Gelukkig zijn deze noodapparaten wel prachtig vormgegeven, in glimmend koper en keramiek. Ook opvallend: de geweien die aan de muren hangen, met op elk gewei een datum – van de dag dat het hert geschoten werd. Liesbeths man jaagt voor de instandhouding van het wild op het landgoed. Liesbeth: ‘We eten voornamelijk wild of vegetarisch, vlees van de supermarkt koop ik zelden. Een enorme rijkdom vind ik dat.’

Er zijn zo veel kamers in jullie kasteel, wat is je lievelingsplek?

‘Ik zit graag in de torenkamer, de enige kamer in huis die we in de oude stijl hebben gelaten. We vonden het mooi om die sfeer in één kamer te behouden.’ De torenkamer ligt helemaal aan het einde van de gang en je stapt er inderdaad een eeuw terug in de tijd. Op de houten vloer liggen kleurige kleden, de petrol gordijnen met koorden eromheen reiken tot de vloer, er staat een grote bewerkte schouw in de kamer en de prachtige ornamenten in het plafond zijn nog volledig intact. Liesbeth: ‘Doordat we hier de wandbespanning hebben laten zitten, wordt het geluid gedempt en is het hier altijd stil. Daarbij heb je vanuit de torenkamer een prachtig uitzicht over de rest van kasteel Twickel en de omliggende tuinen.’

Vriendjes van de kinderen staan zeker in de rij om bij jullie te komen spelen…

‘Ze zijn nu nog in de crècheleeftijd, dus ze spelen nog niet zo met andere kinderen thuis, maar straks is het natuurlijk de ideale speelplek, ja. In de laan wonen nog meer gezinnen met kleine kinderen. Dat maakt het vaak een gezellige bende. Ik vind het sowieso belangrijk dat iedereen zich hier welkom voelt. We organiseren regelmatig feestjes en barbecues, en ik vind het leuk om onze vrienden uit de Randstad te verbinden met vrienden uit de omgeving. De grootste voldoening haal ik eruit als mensen zeggen dat het hier zo relaxed is. Onze gasten en kinderen voelen zich hier altijd snel thuis.’

Lees het hele interview nu in WENDY magazine.

Cover WENDY 29

Vlog 8 | Sanne van &Stijl | Alles in de verf: muren, potten, een stoel…

Sanne is interieurstyliste en blogger bij &Stijl. Ze neemt ons elke vlog mee in haar wereld en daarnaast deelt ze leuke en handige tips op het gebied van interieur. In vlog 6 liet Sanne haar nieuwe huis, toen nog midden in de verbouwing, zien. In vlog 7 waren het eerste deel en het tweede deel van de rondleiding te zien. In deze vlog laat Sanne zien dat er nog altijd wat kan veranderen.

Sanne is lekker aan het verven geslagen: een witte muur in de tuin, een ander soort betonlookje in huis, en de stoelen. Ook laat ze je kennismaken met een nieuwe bewoner… Wie dat is? Je ziet het in de nieuwe vlog:

Wil je als eerste de leukste video’s zien op ons YouTube kanaal? Abonneer nu!