Doe mee met Hannelore: ‘Ik ben bepaald geen keukenprinses’

Ken je iemand die zo slecht kan koken dat ze zelfs soep kan laten aanbranden? Nou, nu wel. Nee, Hannelore is bepaald geen keukenprinses, maar vorige week heeft ze pas echt kansloos lopen prutsen… De rust en aandacht die daarbij komen kijken zijn niet aan haar besteed. 

‘Koken is niet aan mij besteed’

Oh, was ik maar rijk en slank; dan zou ik élke dag eten bestellen. Ik weet het, dat klinkt lui en ongezond, maar ik ben gewoon even heel eerlijk. Koken is niet aan mij besteed. Zodra een maaltijd langer duurt om klaar te maken dan op te eten, staat het mij al tegen. Ondertussen heb ik een grenzeloze bewondering voor mensen die de meest ingewikkelde en heerlijke maaltijden kunnen maken en die daar ook nog eens plezier aan beleven. Was koken maar mijn hobby, in plaats van eten, haha!

Mijn man houdt gelukkig wel van koken en ik zeg wel eens gekscherend dat ik vooral daarom met hem ben getrouwd. Liefde gaat door de maag, toch? Denk nou niet dat hij dus altijd kookt, want ik doe ook heus wel wat. Als ik een recept heb, dat niet al te ingewikkeld is, kan ik redelijk uit de voeten. Oké, ik moet telkens weer even googlen hoe lang broccoli ook alweer exact moet koken en ik ontdekte pas een paar weken geleden dat je een teentje knoflook eerst plat moet slaan, zodat je het makkelijker kunt pellen. Ik doe mijn best. Waar ik zelfs ronduit goed in ben is improviseren: met wat losse dingen die toevallig zijn overgebleven kan ik altijd wel iets smakelijks in elkaar draaien. Een roerbakmaaltijd of een ovenschotel, dat soort dingen.

Twee jaar geleden schilde ik mijn eerste aardappel. Ja, dit lees je goed: twee jaar geleden. Bizar hè? Ik hoefde dat in mijn jeugd nooit te doen, want mijn moeder had volgens mij zo’n hekel aan koken dat ze dan even niemand om zich heen wilde hebben. Aardappelen eindigden vroeger bij ons vaak droog gekookt op tafel met een zwarte laag aan de onderkant, dus dat zou best iets erfelijks kunnen zijn, maar dat terzijde. En na jarenlang droog gekookte aardappelen te hebben moeten eten, maakte ik voor mezelf daarna alleen maaltijden met rijst of pasta. Mijn man zorgde verder voor genoeg variatie op ons bordje, maak je geen zorgen. Inmiddels maak ik zelf trouwens ook een prima boerenkoolstamppot, want je bent nooit te oud om te leren, en onze kinderen helpen regelmatig gezellig mee in de keuken.

Mijn probleem zit ‘m vooral in de rust en aandacht. Giet ik de rijst nu af of neem ik de telefoon eerst nog even op? Ga ik wachten tot de kip een half uur in de marinade heeft gelegen of gooi ik het gewoon stiekem na vijf minuten al in de pan? Of – wat deze week gebeurde – ga ik nu een kwartier lang kijken hoe de zoete aardappelen van de soep langzaam gaar worden of ga ik nog even in de kamer ernaast een filmpje opnemen voor iemand, wat ik al een tijdje had beloofd? Ai, foutje. Het resultaat: zwarte prut, stinkende keuken en een deuk in mijn ego.

Gelukkig gingen er ook veel dingen goed afgelopen week en ach, als ik nou elke week een klein stapje in de goede richting zet, dan kom ik vast een heel eind. Niet alleen met sporten, maar ook in de keuken.