fbpx

Schrijfster Mirjam Oldenhave: ‘‘Het is altijd mijn droom geweest om pleegmoeder te worden’

Mirjam Oldenhave schreef meer dan veertig boeken. Haar bekende serie over Mees Kees werd ook verfilmd. Onlangs verscheen bij uitgeverij Ambo Anthos het boek dat ze schreef over pleegmoeder zijn: Weet ik veel. Belevenissen van een pleegmoeder. Ze is moeder van drie pleegkinderen en woont met haar man Job op het Amsterdamse Prinseneiland. Als schrijfster van de populaire Mees Kees-boeken liet Mirjam Oldenhave (58) zich vaak inspireren door de drie pleegkinderen die bij haar opgroeiden. De meisjes zijn inmiddels volwassen, maar nog steeds onder haar vleugels. ‘Mooi dat ze alle drie bij me zijn gebleven.’

‘Een paar weken geleden vierden we samen een verjaardag bij ons thuis. Mijn man Job en ik, de drie meisjes, aanhang, onze drie kleinkinderen, vrienden. Ik zag het donkere dochtertje van een van de meisjes op schoot bij Job zitten en dacht: het is toch ook wel een bijzondere potpourri. Een beetje een ongeregeld zootje, maar heel gezellig. Tijdens zo’n verjaardag koken we de hele middag, vaak gerechten uit allerlei culturen, en lachen we veel. Het zijn momenten die me ontroeren. We hebben het toch maar mooi samen gered, denk ik dan, en zijn echt een familie samen.’

Droom

Drie pleegkinderen groeiden er op bij schrijfster Mirjam Oldenhave. Twee zusjes die op hun vierde en zesde bij haar kwamen wonen, en Esi, het meisje dat op haar vierde bij Mirjam kwam en over wie ze net het boek ‘Weet ik veel’ schreef. De echte namen van de meiden wil ze liever niet in het verhaal, net zomin als de landen waar ze vandaan komen – als pleegkinderen hebben ze ook een eigen familie waar ze nog contact mee hebben en Mirjam wil hun privacy waarborgen. De meiden zijn inmiddels allemaal begin twintig, maar nog steeds onder Mirjams vleugels. Soms wonen ze ook nog een periode bij haar.

Mirjam: ‘Het is altijd mijn droom geweest om pleegmoeder te worden. Mijn moeder is opgegroeid in een liefdevol pleeggezin en als kind had ik een pleegbroertje. Op mijn achttiende zag ik de prachtige film La vie devant soi, over een pleegjongetje dat opgroeit bij een hoerenmadam. Dat versterkte mijn wens. Natuurlijk is het een grote beslissing geweest om geen eigen kinderen te krijgen. Dat mijn man Job tegen het definitieve van eigen kinderen aan hikte, heeft ook meegespeeld. Maar ik heb er nooit spijt van gekregen – ik heb een hechte band met de meiden en ze voelen als eigen kinderen, al zal het altijd anders zijn als je een bloedband hebt.’ Aanvankelijk meldden Mirjam en haar man zich aan als crisispleeggezin. Na drie tot zes maanden zouden de kinderen weer vertrekken, als er een geschikt definitief pleeggezin voor hen was gevonden. Mirjam: ‘Je krijgt dan kinderen binnen die acuut hulp nodig hebben. Als je een telefoontje krijgt kan er een uur later een kind op de stoep staan. Zo zijn de meisjes ook bij ons gekomen. Op zo’n moment weet je weinig van een kind. Niet waar ze hebben gewoond, wat de band is met hun eigen ouders, wat ze hebben meegemaakt.’ Uiteindelijk zijn ze alle drie gebleven. ‘Het is nooit uitgesproken dat ze hier per- manent zouden blijven, maar bij alle drie de meisjes lukte het niet om een permanent pleeggezin te vinden – er is een enorm tekort. Dus bleven ze hier. Het mooie is dat Job uiteindelijk helemaal is omgegaan. Durfde hij aanvankelijk de verantwoordelijkheid voor kinderen niet aan, voor de meisjes was hij als een echte vader. En hij is nog steeds heel zorgend. Toen de eerste kwam, gaf ik Job de woon- kamer als werkkamer. Hij werkt thuis als filosoof en onderzoeker, en ik was bang dat de kinderen hem te veel zouden storen. We woonden toen nog in een klein huisje in de Amsterdamse Jordaan en ik had bedacht dat de woonkeuken het domein van mij en de kinderen zou zijn. Maar eigenlijk scharrelden de kinderen altijd om hem heen in de woonkamer. Het bleek allemaal prima te gaan.’

Verkreukeld kind

‘Over pleegkinderen hoor je niet altijd positieve verhalen. Maar ik zou het zo weer doen. Of ik het anderen zou aanraden? Dat vind ik een lastige. Ik zou ja moeten zeggen omdat zo veel kinderen een plek nodig hebben, maar je moet wel zin hebben in een verkreukeld kind. Het gaat ook geregeld mis. Vaak hebben kinderen al erg pijnlijke dingen meegemaakt en je moet niet verwachten dat ze je zullen bedanken. Ik realiseer me dat Job en ik enorme mazzel hebben gehad. De kinderen hadden geen zwaar trauma toen ze bij ons kwamen. Kinderen kunnen agressief worden door wat ze hebben meegemaakt, of moeite hebben met liefde, maar de basis was bij deze meisjes oké. Hun eigen ouders konden niet voor ze zorgen, maar er was wel een band. Voor een kind is dat zó ontzettend belangrijk, dat ze het gevoel hebben dat hun ouders wel hun best voor hen hebben gedaan. Als pleegmoeder benadrukte ik dat ook altijd en ik zou bijvoorbeeld nooit slecht praten over de eigen ouders. Het gebeurde soms ook dat de meisjes weer een periode thuis woonden. Gelukkig had ik altijd wel goed contact met de ouders, want natuurlijk maakte ik me dan zorgen. Zou het wel goed gaan? Soms vond ik dat moeilijk. Als pleegmoeder is het een voortdurend laveren tussen je eigen behoefte en dat van de kinderen en hun biologische ouders. Het gevaar dat ze teruggaan, ligt altijd op de loer. Daar moet je jezelf tegen indekken.’

Worsteling

Meer dan veertig kinderboeken schreef Mirjam, waarvan de Mees Kees-serie de bekendste is. De karakters van de boeken zijn geïnspireerd op haar eigen pleegkinderen. Haar geestige en enthousiaste pleegdochter Esi stond model voor het meisje Jackie in haar boeken, terwijl een andere dochter haar inspireerde voor de meer verlegen typetjes uit de serie. ‘Als ze iets grappigs zeiden, schreef ik het altijd op. Zo zijn veel van hun opmerkingen in mijn boeken terechtgekomen.’

Inmiddels is ze al oma van drie kleinkin- deren. ‘Samen gaan we naar de speeltuin, winkelen. De meisjes hebben een ander leven dan de kinderen van mijn vriendin- nen, maar juist doordat ze zo’n slechte start hebben gehad, ben ik heel trots op ze. Je kunt het vergelijken met puppy’s: als jonge hondjes iets slechts meemaken, blijft dat ook een heel leven bij ze. Het leven blijft voor mijn meiden toch meer een worsteling. Als het ze lukt om hun eigen huisje in te richten, vind ik dat geweldig. Elke dag bellen ze me. Mir, hoe maak ik dressing? Mir, ik heb weeën. Ik vind het heel mooi dat ze alle drie bij me zijn gebleven.’

Dit artikel stond in WENDY 27.

TEKST: ROSA KOELEMEIJER, FOTOGRAFIE: KIKI REIJNERS