fbpx

Michael Kulkens over het verlies van zijn zoon

‘Ik wil iets positiefs doen met dat grote verdriet’

Michael Kulkens voert campagne om jongeren bewust te maken van het gevaar van fietsend bellen en appen. Zijn dertienjarige zoon Tommy-Boy was bezig op zijn telefoon toen hij een jaar geleden werd geschept door een auto en stierf. ‘Het geeft me kracht dat ik weet dat ik ongelukken kan helpen voorkomen.’

Het ongeluk

22 augustus beloofde een mooie dag te worden voor de dertienjarige Tommy-Boy. Het was mooi weer, zijn zus van elf was die dag jarig, s avond zou het huis vol mensen zijn en er mochten zes vriendjes blijven slapen. Zijn vader Michael Kulkens (46): s Middags ging hij nog even op de fiets naar atletiek. Later hoorden we van de politie dat Tommy-Boy op het moment dat de auto hem raakte naar het liedje Butterflies van Tiësto luisterde. Een afschuwelijk lied vind ik het, met die zware bas erin, maar Tommy-Boy had het uitgekozen voor de Spotify-playlist van het feest van zijn zusje. Daar was hij mee bezig op de fiets. Doordat hij naar zijn telefoon keek, zag hij de auto niet aankomen. Het was op een rotpunt, met veel bomen en hoog gras, en Tommy-Boy werd vol geraakt.

Feest op de hei

Het afgelopen jaar omschrijft Michael als ‘de mooiste kloteperiode’ uit zijn leven. ‘Mensen hebben me vaak gevraagd: hoe ga je verder als zoiets je overkomt, hoe kun je nog levensvreugde hebben? Maar die is bij mij nooit weggeweest. Ik heb er veel steun aan dat Tommy-Boy zo’n gelukkige jongen was. Hij had net voor het eerst gezoend met zijn vakantieliefde, was altijd vrolijk. Hij heeft in zijn korte leven meer lol gehad dan menig 85-jarige. Ik heb zó van hem genoten.Dan waren we met het gezin in de Ardennen en trokken wij met z’n tweetjes het bos in om de mooiste kampeerplek voor die nacht te zoeken. In zijn kamer had hij een groot laboratorium staan, hij wilde de ruimte in, astronaut worden. Tommy is eerder naar boven gegaan. Hij lag er zo mooi bij in zijn kist in de kamer, in zijn korte spijkerbroek en gekleurd shirt, met zijn Adidas-gympen aan en zonnebril op. Helemaal het mannetje.

Een maand na de dood van Tommy-Boy vierde het gezin zijn verjaardag met een groot feest op de hei, met zeshonderd man. Keihard draaiden ze het lied Butterflies. Ze aten de hamburgers die een maand eerder in de vriezer terecht waren gekomen. Er was zo veel liefde, alsof we allemaal één waren. We lieten ballonnen op en net op dat moment brak de lucht open en scheen de zon op ons. Alles klopte. Zestien jaar geleden verloren we onze eerste zoon vlak voor de geboorte: Hope. Dat was onze generale repetitie, zeggen mijn vrouw en ik soms. Het feest van Tommy-Boy vierden we bij de gedenkboom van Hope op de hei, waar we vaak samen met Tommy zijn geweest. We hebben ons verdriet er na de dood van Tommy uit gegooid.’

Naar de minister

Met dat grote verdriet wilde hij ook iets positiefs doen. Dat hij nu campagne voert om jongeren bewust te maken van het gevaar van bellen en appen op de fiets, is gekomen door de duizenden berichten die hij kreeg na het overlijden van Tommy. En door een column die een vriend van hem schreef over Tommy en op Facebook deelde. Zoveel mensen hebben gevaarlijke situaties meegemaakt door de telefoon. We moeten de hele dag bereikbaar zijn, jongeren willen meteen reageren als er een appje binnenkomt. Het geeft me kracht dat ik weet dat ik ongelukken kan helpen voorkomen.

Soms kijk ik naar boven en praat ik met Tommy’

Vier maanden geleden nodigde minister Schultz hem uit voor een gesprek. De overheid wil het gebruik van mobieltjes op de fiets gaan verbieden en eind dit jaar komt er een campagne. Michael Kulkens gaat langs scholen om jongeren te vertellen over de gevaren en is inmiddels druk bezig met het oprichten van een stichting: TButterfly. Het logo wordt hetzelfde als de hennatatoeage op zijn hand in de vorm van een vlinder, een verwijzing naar het nummernButterflies. Tommy-Boy had zo’n dj-koptelefoon, waarvan je één oor omhoog kunt schuiven zodat je het verkeer nog hoort. We waarschuwden hem regelmatig. Maar het gevaar dringt niet door tot pubers, ze denken: dat overkomt mij niet.

Als ik met mijn verhaal voor een klas ga staan en fotos van Tommy-Boy laatzien heeft dat wel impact. Het is een manier om Tommy bij zich te houden, zegt hij. Ik wil met hem bezig blijven. Soms kijk ik naar boven en praat ik met Tommy. Dan zegt hij: ‘Wat kijk je nou naar boven, ik ben nog steeds bij je. Zo voelt het ook.’

tekst: Rosa Koelemeijer