Waarom een landelijk ingerichte keuken zo rustig voelt (en wie dat bedacht heeft)

Zondagochtend, koffie, telefoon. Je scrolt door Pinterest en bewaart voor de zoveelste keer hetzelfde soort foto. Een keuken in zachtgroen of gebroken wit, vlakke deurtjes met een rechte lijst eromheen, een groot eiland in het midden en op dat eiland een schaal met citroenen. Je noemt het landelijk. Je noemt het gezellig. En je hebt geen idee waarom juist dit beeld je hoofd stil krijgt.

Dat heeft weinig met boerderijen te maken, en nog minder met vroeger. Die rust is ontworpen. Door een geloofsgemeenschap in het Amerika van 1780, die geloofde dat een goed gemaakte kast je dichter bij de hemel bracht, en dat een krul erop je daar weer vanaf haalde.

De deurtjes komen van de Shakers

Kijk nog eens naar dat kastdeurtje op je foto. Vier rechte latten, een vlak paneel in het midden, verder niets. Die deur heeft een naam. Het is een Shaker-deur, en het ontwerp is ruim tweehonderd jaar oud.

De Shakers vertrokken in 1774 vanuit Engeland naar Amerika, onder leiding van een vrouw, Ann Lee. Ze leefden in dorpen waar alles gedeeld werd, ze bleven celibatair en ze geloofden dat je God diende met werk dat klopte. Een lade die soepel liep. Een plank die waterpas hing. Versiering vonden ze overbodig en zelfs zondig, omdat het afleidde van het werk zelf.

Wat je daarvan overhoudt is een huis waarin niets om aandacht vraagt. Ze hingen hun stoelen aan een lat met houten pinnen langs de muur, zodat de vloer vrij was om te vegen. Ze gelden als de uitvinders van de platte bezem en de wasknijper. En ze maakten dus dat deurtje, van goed hout, zonder één tierelantijn.

Rond 1840 waren er zo’n zesduizend Shakers. Nu zijn het er nog drie, in een dorp bij Sabbathday Lake in Maine. Hun deurtje hangt intussen in meer Nederlandse keukens dan er ooit Shakers zijn geweest.

Rust zit in wat je weglaat

Hier gaat het bij de meeste mensen mis. Ze kiezen dit front omdat het warm voelt, en gaan het daarna warmer maken. Een kroonlijst erbovenop. Sierknoppen. Een open rek met potten, mandjes, kookboeken en een plukje droogbloemen. Elk ding op zich is leuk. Samen halen ze precies weg waar je voor kwam.

Want die rust zit in de herhaling. Deur na deur hetzelfde kader, dezelfde tussenruimte, dezelfde schaduwlijn. Je ogen hoeven nergens te blijven hangen, dus dat doen ze ook niet. Een landelijke keuken is daarmee een strenge vorm van minimalisme, veel strenger dan het woord landelijk doet vermoeden.

Mijn regel is simpel. Kies één ding dat mag opvallen, een kleur, een schouw, een houten blad, en houd de rest stil. Twijfel je of iets erbij moet? Dan niet.

Het eiland hoort erbij, mits het werkt

Dan het eiland. Sommige mensen vinden het een stijlbreuk, zo’n groot blok in een keuken die zo oud aandoet. Ik vind het juist het meest Shaker-achtige onderdeel dat je kunt kiezen, op één voorwaarde. Het eiland is de plek waar gewerkt wordt, en dat mag je zien.

Zet de kookplaat of de spoelbak erop en houd de wand erachter gesloten. Het geknoei van het koken, de snijplank met strepen, de pan die nog staat, dat speelt zich dan af in het midden van de ruimte. De muren blijven het rustige decor. Dezelfde logica als die lat met pinnen. Het werk krijgt een vaste plek en alles wat niet werkt gaat uit het zicht.

Daarom werkt een kookeiland in landelijke stijl zo goed in een open keuken, tenminste als je het ook echt als werkplek inricht. Diepe lades aan de kant waar je staat, een blad dat tegen een stootje kan. Krukken mogen erbij, maar ze zijn niet de reden.

Het najaar is het moment om te gaan kijken

Nu iets wat weinig kopers weten. De Duitse keukenindustrie heeft één vast moment in het jaar. Elk derde weekend van september openen de fabrikanten in Ostwestfalen, langs de A30 bij Löhne, een week lang hun eigen showrooms voor de vakhandel. Dat heet de Küchenmeile, dit jaar van 19 tot 25 september. De merken die meedoen zijn volgens de organisatie samen goed voor ongeveer 85 procent van de Duitse keukenmeubelomzet. Daar bestellen de winkels wat ze het komende jaar gaan verkopen.

Wat daarna gebeurt, merk jij als klant pas maanden later. De nieuwe modellen komen binnen en de opstellingen die nu in de showrooms staan, moeten weg. Zo’n keuken heeft een tijd staan pronken, compleet met apparatuur, en gaat dan voor een fractie van de nieuwprijs de deur uit. Veel mensen beginnen pas in januari met kijken, met de goede voornemens. Dan is het mooiste vaak al vergeven.

Voor een landelijk ingerichte keuken is dat extra de moeite. Die stijl verandert langzaam, dus een opstelling van een paar jaar oud ziet er niet gedateerd uit. Wie dit najaar bij een luxe Duitse showroomkeuken met paneelfronten en een eiland uitkomt, vraagt vooral wat er bij de prijs zit. Meestal is dat de complete apparatuur, soms ook het blad van graniet of keramiek.

Neem die Pinterest-foto mee als je gaat kijken. En haal thuis alvast de droogbloemen van het eiland.

Gerelateerde artikelen

"Meer energie, meer beweging, meer tijd voor jezelf!"

Wendy van Dijk

"Meer energie, meer beweging, meer tijd voor jezelf!"

Wendy van Dijk