Fien Vermeulen over wendbaar zijn na kanker

Een kwaadaardige uitzaaiing, in haar hart. Qmusic-radiopresentatrice Fien Vermeulen had al afscheid genomen van het leven toen toch opeens bleek dat ze kankervrij was. Dan weer verdergaan vraagt om wendbaarheid, beschrijft ze in haar column. ‘Je kunnen aanpassen aan veranderingen is de grootste kracht.’

Geen knuffel, geen huisdieren, geen studentenhuis, geen studie, geen grote groepen mensen en had er iemand een snotneus? Mij niet bellen. Van iemand die midden in het leven stond, ging ik in nog geen vijftien seconden naar iemand die niks meer mocht.

‘Fien, ik vind het heel erg om te moeten zeggen, maar je hebt kanker.’ Met die woorden was het leven dat ik kende in één klap afgelopen. Volle kracht achteruit, dat was het nieuwe credo. En maar hopen dat er een dag kwam dat ik weer mocht opbouwen. Chemo na chemo, en ik werd zieker en zieker. Omdat mijn weerstand zo laag was, mocht ik niks meer.

Toen ik eenmaal alles had ingeleverd, kwam dan toch die dag. De allerlaatste operatie gifbeker. Er was al een verrassingsfeestje gepland, we zouden het vieren. Dat ik weer mocht leven. Dat ik het gered had. Maar toen ik opstond die ochtend, wist ik het meteen: het is niet goed. Mijn gezicht zat vol met vocht, ik voelde me ziek. Ik had geleerd van de maanden dat ik mezelf niet serieus nam en me liet wegsturen bij tal van huisartsen, terwijl ik toen al doodziek bleek te zijn. Ik deed het enige goede en belde het ziekenhuis. Op die Goede Vrijdag was het meteen duidelijk: er zat weer vocht in mijn hartzakje. Alles had ik eraan gedaan, alles ondergaan, maar het bleek niet genoeg. Dokter Fijnheer gaf me de uitslag samen met mijn cardioloog: alles wees erop dat ik een kwaadaardige uitzaaiing had, in mijn hart. Met de woorden: ‘Je weet wat dit betekent’ ging ik naar huis. Mijn thuis. Afwachten tot na het weekend, dan zou er een kijkoperatie plaatsvinden in mijn hart om vast te stellen wat er aan de hand was. Misschien zou ik wel in het ziekenhuis blijven, voor altijd. Hoe lang ‘altijd’ dan nog zou duren. Het feestje werd afgezegd. In plaats daarvan zochten we dat weekend een plekje uit op de begraafplaats.

Stille tranen

Thuis bekeek ik dat weekend alles alsof het de laatste keer was. In mijn kamer maakte ik stapeltjes kleren: eentje voor mijn zus, eentje voor mijn beste vriendin en nog een pakketje spulletjes waarvan ik niet zo goed wist naar wie ze moesten. Mama stond erbij en keek ernaar, stille tranen rolden over haar wangen. De dinsdagochtend na het paasweekend trok ik de deur achter me dicht. Moegestreden. De buren voor het raam. De lappendeken die mama voor me gemaakt had, met allerlei stofjes die vrienden en familie hadden opgestuurd van dingen van betekenis stevig onder mijn arm geklemd. Nog één laatste horde verwijderd van het allerlaatste oordeel.

Na een lange week nam ik de uitslag in ontvangst met iedereen om me heen. Mijn vader, moeder, zus, haar vriend en mijn toenmalige vriendje Jelle. Voorbereid op mijn doodvonnis, had ik het voor het eerst opgegeven. Ik kon het ze niet aandoen strijdend ten onder te gaan. Dat zou het alleen maar erger maken. Dus zaten we klaar, met open armen, zodat ik rustig weg kon gaan.

‘Fien, het is ongelofelijk, maar je bent helemaal schoon. Het was een virus, we zien het bijna nooit, maar je hebt het toch geflikt!’ Dokter Fijnheer sprong op, knuffelde me en hield zijn hand op voor een high five met m’n vader. Die reageerde niet. We zijn zwijgend naar huis gegaan en allemaal gaan slapen.

Dat bericht, het allerbeste, mooiste nieuws dat ik kon horen, dat wat ons allemaal in jubelstemming het ziekenhuis had moeten doen verlaten, leverde acute PTSS op. Een Post Traumatisch Stress Syndroom. Ik was kapot. De emoties lagen te ver uiteen: van levend naar dood naar levend – ik was op geen enkele manier voorbereid op deze gevoelens.

Bad trip

Van iemand die vol in het leven stond, degradeerde ik toen ik ziek werd in een klap naar de zijlijn. Zo hard gestreden, en nu hoorde ik plotseling dat ik beter was, nadat ik dagenlang afscheid had genomen van alles wat leven en lief was. De rek van mijn wendbaarheid werd op de proef gesteld. Ik voelde me als een elastiekje dat eerst helemaal de ene kant uit getrokken was en nu niet meer wist hoe het terug moest veren. Alsof ik als een vies vodje van alleen nog stof ergens in de hoek van de kamer was gedumpt. Ik dissocieerde van de wereld, hoorde de stemmen van de mensen bij me wel, maar zag hun monden langzamer bewegen dan de geluiden eruit kwamen. Debad tripwas compleet toen ik mezelf op een ochtend in de spiegel aankeek en mijn krullen van voor de kanker zag. Lange, donkerblonde haren, rustend op mijn schouders. Na ongeveer twee seconden realiseerde ik me dat het niet echt kon zijn, ik was nog zo kaal als wat. Dat was het moment dat Jelle het Helen Dowling Instituut belde met een spoedaanvraag voor de psycholoog.

Wendbaar

Maanden verstreken. Gewone therapie, EMDR, acupunctuur, etherische oliën – ik voelde de vechter terugkomen, maar het was nog niet genoeg. Ik besloot naar de Fight and Power Academy te gaan, een school waar profboksers worden opgeleid. Badr Hari had er ook getraind. Die stap over de drempel is een van de mooiste die ik ooit heb genomen. Met mijn gemillimeterde haartjes durfde ik lichamelijk geen klappen meer te vangen. Contact met anderen vond ik überhaupt nog eng. Nieuwe situaties opzoeken, was me afgeraden; het herstel was al heftig genoeg. Op dat industrieterrein in Amersfoort zag ik enorme mannen met tatoeages aan de bar van de sportschool zitten. Ik woog nog geen 50 kilo. ‘Wat kom je doen?’ Ik gaf aan dat ik wilde leren boksen. Dat ik mijn best zou doen om mee te komen met de lessen. Ik was welkom.

Door het boksen leerde ik hoe belangrijk wendbaarheid is. En vooral: dat je het kunt trainen. Snelheid, flexibiliteit, licht op de voeten – veerkracht. Altijd op je tenen blijven, want dan ben je sneller weg. En ook hoe je klappen opvangt. Dat je zo veel meer kunt hebben dan je denkt, als je maar meebeweegt. Al is het maar de kleinste beweging; dat begin kan het verschil zijn tussen een beetje pijn en een knock-out. Slim zijn en vooruitdenken. Bereid zijn om aan te vallen. Je voelt het al aankomen: het was de beste voorbereiding die ik maar kon hebben. Op het echte leven. Het zijn deze lessen die ik nog steeds als mantra’s afspeel in elke situatie waarin ik in een hoekje wil huilen, omdat ik niet meer weet hoe ik verder moet.

Wendbaarheid. Volgens mij is dat de essentie van het leven. Van overleven. Darwin zei het ooit en ik weet dat hij gelijk had: It’s not the strongest of the species that survive, nor the most intelligent; it is the one most adaptable to change.

 Over Fien

Qmusic radiopresentatrice Fien Vermeulen overleefde lymfklierkanker en wil mensen nu inspireren op het gebied van gezondheid, geluk en survivallen. Elke twee weken schrijft Fien Vermeulen een blog voor wendyonline.nl. Eind vorig jaar verscheen het boek van Fien: Het Regent Zonnestralen. Kijk voor meer informatie op de site.

Lees ook deze columns van Fien Vermeulen:

Fien over het alleen kopen van een huis 

Fien over waarom je niet meteen doelen moet verbinden aan je dromen 

Volg ook het leuke Instagramaccount van Fien: